Toponderzoekster Christine Van Broeckhoven:

"Mijn levensles: leef nu, niet later"

Christine Van Broeckhoven

Wijzers wilde meer weten over dementie, een ziekte waarmee onze snel verouderende samenleving in de toekomst nog meer af te rekenen zal krijgen. Wie anders konden we interviewen dan Christine Van Broeckhoven, Antwerps buitengewoon hoogleraar, en een nationale en internationale autoriteit op het vlak van hersenziekten zoals Alzheimer. Sinds 2007 is ze volksvertegenwoordiger voor de SP.a in de federale Kamer. Een interview met een geëngageerde dame, wiens gedrevenheid veel verder reikt dan haar wetenschappelijk onderzoek. Een gesprek vol passie, hoop, bezorgd- en boosheid.

WIJZERS: Als we ons niet vergissen, kondigden een Zwitsers ziekenhuis en de universiteit van Cambridge in het voorjaar een werelddoorbraak aan inzake het bestrijden van de ziekte van Alzheimer. U stond eerder sceptisch ten opzichte van dit onderzoek op levende muizen. Waarom?

Christine Van Broeckhoven: "Och, ik durf zelfs niet meer te herhalen waarom ik sceptisch zou geweest zijn. Vier, vijf en zelfs meer studies hebben dit jaar al heel wat aandacht gekregen in de populaire media. Geen één daarvan is door de media eigenlijk goed gebracht, goed verwoord. Dit hoeft ook niet te verwonderen, want journalisten hebben niet de rol van een wetenschapper. De wetenschapper kijkt met zijn of haar onderzoek naar de toekomst: wat kan binnen vijf, tien of zelfs vijftien jaar mogelijk worden? Als ik dan sceptisch ben over een onderzoek, is het niet omdat er wetenschappelijk geen goed werk zou geleverd zijn, maar omdat de media steevast de lange termijn uit het oog verliezen die nodig is om van een onderzoek naar concrete toepassingen te evolueren."

WIJZERS: Hoe komt het dat de media zo weinig aandacht hebben voor het langetermijnonderzoek?

Christine Van Broeckhoven: "Omdat de kortetermijnbelangen van bepaalde wetenschappers en journalisten vaak gelijklopend zijn. Onderzoekers hopen in eigen land in de belangstelling te komen en daardoor sneller aan meer middelen te geraken. De journalisten zijn dan weer geïnteresseerd in nieuwtjes en de uitgeverijen beseffen dat hun lezers ouder worden. Op zich allemaal te begrijpen, maar het is jammer dat de leek, de gewone burger, daardoor een verkeerd beeld krijgt van ons wetenschappelijk werk. Misschien moet tijdens onze opleiding meer tijd besteed worden aan de omgang met de media."

WIJZERS: Toch is het onderzoek naar dementie cruciaal. Naarmate de maatschappij vergrijst, zal de dementie toenemen en de bijhorende kosten zullen de pan uitswingen, niet?

Christine Van Broeckhoven: "Maar natuurlijk. Wereldwijd lijden minstens 36,5 miljoen mensen aan dementie. Dit is zelfs een aanzienlijke onderschatting, aangezien in Azië en Afrika onvoldoende geregistreerd kan worden. Er is gewoonweg onvoldoende aandacht voor! Weet u dat er in België en Vlaanderen geen geoormerkte overheidsfondsen zijn voor het hersenonderzoek of voor de neurowetenschappen? Laat staan dat er gelden ter beschikking zouden zijn voor onderzoek naar zieke hersenen, waaronder ook het onderzoek naar het bestrijden van depressies valt. Depressies zijn trouwens de grootste bedreiging voor onze samenleving."

Christine Van Broeckhoven: "Een Europees politicus durfde tijdens een colloquium in Parijs aan mij te vragen, wat voor nut het had mensen ouder dan 65 jaar nog te willen genezen. Ik was echt geshockeerd!"

WIJZERS: Is er dan onvoldoende politieke wil?

Christine Van Broeckhoven: "Dementie en geestesziekten zijn gewoonweg geen sexy onderwerpen voor een politicus die zich verkiesbaar stelt. De economisch rendabele groepen krijgen voorrang. Kijk maar naar het cardiovasculair of het kankeronderzoek. Kanker en hart- en vaatziekten verhogen aanzienlijk de kans op een snellere dood, brengen een hogere mortaliteit met hen mee. Hieraan iets doen verlengt het leven. Dus kan er veel geld voor vrij gemaakt worden. Het gaat immers over de fysische gezondheid. Maar hersenonderzoek gaat over de geestelijke gezondheid. Dit gaat niet over het verlengen van het leven, maar poogt de kwaliteit van het leven te verbeteren. Het is ronduit schrijnend dat daar geen middelen voor voorzien worden. Een Europees politicus durfde tijdens een colloquium in Parijs aan mij te vragen wat voor nut het had mensen ouder dan 65 jaar nog te willen genezen. Ik was regelrecht geshockeerd. "

WIJZERS: Doen mensen dergelijke domme uitspraken omdat dit type onderzoek te duur is?

Christine Van Broeckhoven: "Neen. Het is zelfs relatief gezien veel goedkoper. Als je erin zou slagen de symptomen van dementie vijf jaar uit te stellen, dat ze voor alle patiënten vijf jaar later in het leven zouden opduiken, dan halveer je de groep dementerenden met de helft. Dit zou een gigantische besparing zijn in zorgkosten. Bovendien, vergeet niet dat gemiddeld gezien bij elke dementerende nog eens vijf andere personen betrokken zijn, zoals de naaste familie, de arts en de verzorgenden.

Maar je zal pas echte resultaten kunnen boeken als je het wetenschappelijk onderzoek hieromtrent intensief ondersteunt. Ere wie ere toekomt. Nicolas Sarkozy heeft als eerste dementie op de politieke kaart gezet. Bij ons kan er ook iets gedaan worden. Bijvoorbeeld via een witboek 'welvoelen' uit te brengen. Want in onze maatschappij zich goed voelen gaat over veel meer dan alleen maar het milieu."

WIJZERS: Hoe kunnen we dementie en Alzheimer typeren?

Christine Van Broeckhoven: "De cognitieve functies van iemand staan centraal, of beter het verlies van deze functies. Dementie is het algemene woord voor het verlies van geest, of dus het verminderen van de cognitieve functies zoals het geheugen. Zeventig procent van de dementiepatiënten hebben Alzheimer. Nu, iedereen heeft kleinere problemen naarmate men wat ouder wordt. Dit wordt genoegzaam de 'milde vergeetachtigheid' genoemd en behoort tot het normale verouderingsproces van de hersenen naarmate de leeftijd toeneemt. Dit is geen dementie.

Dementie treedt op wanneer er bij iemand omwille van een ziekteproces, sneller hersencellen afsterven dan bij een gezonde oudere persoon. Je verliest kennis, je verliest informatie die je in de loop van het leven hebt aangeleerd. De ziekte wordt gevaarlijk als jouw dagelijks functioneren daardoor in de war geraakt en het wordt levensbedreigend op het moment dat je het vermogen verliest om jouw lichaam te sturen."

WIJZERS: Kunnen we er zelf iets aan doen? Kunnen we het proces tegengaan door bijvoorbeeld veel te lezen of sudoku's in te vullen?

Christine Van Broeckhoven: "Individuele hersenactiviteit biedt inderdaad de garantie dat je minder snel gaat dementeren. Maar je houdt de ziekte zelf niet tegen. Het is zoals je jouw lichaam in vorm houdt door te gaan fitnessen. Maatschappelijk gezien moeten we opnieuw meer ruimte geven aan ouderen. Soms letterlijk via de regels van de bouwvergunningen om bijvoorbeeld kangoeroewoningen mogelijk te maken. We mogen niet langer een samenleving zijn die zijn ouderen uitspuwt. Zoals reeds gezegd, we moeten ook aandacht hebben voor het welvoelen, de levenskwaliteit. We moeten de vereenzaming van onze ouderen tegengaan. Ik krijg heel veel brieven van oudere mensen. Hun schrijfsels geven me dagelijks moed, zijn een inspiratiebron om telkens opnieuw motivatie te vinden om met mijn onderzoek door te gaan. Inmiddels al zesentwintig jaar lang."

WIJZERS: Uw onderzoek kende onlangs een doorbraak. Staan we dicht tegen doeltreffende medicatie?

Christine Van Broeckhoven: "Laat ons een onderscheid maken naar tijdperspectief. We hebben nog minstens vijftien jaar nodig om ten gronde iets te vinden tegen het afsterven van de hersencellen. Intensief wetenschappelijk onderzoek is hier nog nodig. Maar ik heb goede hoop dat we in een eerste fase binnen drie à vijf jaar een preventief geneesmiddel kunnen hebben dat de risico's op dementie afremt. We geven aan bestaande geneesmiddelen een tweede toepassingsgebied. Daarmee zal niet elke patiënt kunnen geholpen worden, maar alvast een grote groep. Het is op dit terrein dat ons onderzoek bijdraagt."

WIJZERS: Kan u hierop wat dieper ingaan?

Christine Van Broeckhoven: "Hier in Antwerpen in het Departement voor Moleculaire Genetica van het VIB (Vllaams Instituut voor Biotechnologie), heb ik een groep van meer dan dertig onderzoekers rond mij geschaard die zich uitsluitend specialiseert in 'Neurodegeneratieve Hersenziekten'. Wij zijn eigenlijk neurogenetici. Genetisch krijg je van je vader en moeder pakketten mee, met aangeboren risico's en beschermingen. Wij brengen genetische profielen in kaart, dus ook de risicoprofielen.

Wat hebben we nu vastgesteld door het recente genetische onderzoek? Ook in onze hersenen spelen bloedvaten en de werking van ons afweersysteem een belangrijke rol. Enerzijds bestaan er risicoprofielen van mensen die omwille van hun gewicht, omwille van wat ze eten sneller een hoge bloeddruk zullen krijgen en daardoor een hogere kans hebben om een aandoening van de bloedvaten te krijgen. Hiervoor heeft de medische wetenschap medicatie uitgevonden, cholesterolremmers. Anderzijds bestaan er profielen van mensen die omwille van de werking van hun afweersysteem een groter risico lopen op ontstekingsreacties. Ook hier bestaat inmiddels degelijk werkende medicatie, met name ontstekingsremmers."

"Aangezien ons onderzoek bevestigt dat bloedvaten en de werking van het afweersysteem ook een belangrijke rol spelen bij dementie, komt het er nu op aan te gaan uitzoeken welke cholesterolverlagers en ontstekingsremmers een tweede leven kunnen krijgen in de preventie ervan. Mits wetenschappelijke herbevestiging van dit concept, kan er binnen de drie à vijf jaar medicatie op de markt komen die de risico's op dementie preventief helpen aanpakken."

WIJZERS: Kan Vlaanderen of Antwerpen wereldwijd een vooraanstaande rol blijven spelen in dit onderzoek?

Christine Van Broeckhoven: "Soms twijfel ik, omdat ik vaak te weinig daadkracht vaststel. Nochtans staan we wel degelijk op de kaart. Omwille van het feit dat Alois Alzheimer op 3 november 1906 de ziekte in kaart bracht, heeft men honderd jaar later honderd toonaangevende onderzoekers naar de ziekte van Alzheimer opgelijst. Er waren drie Belgen bij: Jean-Pierre Brion, Bart De Strooper en ikzelf. Dit is uniek! Bart in 2003 en ikzelf in 1993 hebben ook al de internationaal prestigieuze Potamkin-prijs gewonnen, zeg maar de Nobelprijs onder de Alzheimeronderzoekers. Dus er is zeker voldoende kwaliteit met betrekking tot dit vakgebied aanwezig in ons land. Maar dan mogen we absoluut niet gaan besparen op het wetenschappelijk onderzoek en moeten ook de academische overheden voldoende voeling krijgen met het belang van dit wetenschappelijk domein. Soms ben ik hierover ongerust. Maar daar put ik moed en kracht uit om mijn levenswerk te blijven verdedigen en te blijven vechten voor meer aandacht voor de wetenschap van de hersenziekten."

WIJZERS: U die er zo intensief mee bezig bent. Hebt u soms angst dat uzelf dement zou kunnen worden?

Christine Van Broeckhoven: "Tien jaar geleden lag ik daar allesbehalve wakker van. Ik heb ook geen groot risicoprofiel, zowel omwille van erfelijke bestemdheid als omwille van het feit dat ik op mijn eten en mijn gezondheid let. Nu ben ik inmiddels 56 jaar geworden en moet ik bekennen dat er toch wel mee bezig ben. Ik heb geen schrik van de lichamelijke veroudering, maar mijn hersenen zijn mijn levenskwaliteit. Ik werk ermee én ik werk erover. Het is mijn ziel. Het is wat ik doe. Ik heb dan ook een levensles, die ik graag met iedereen deel: Leef nu, niet later!"

Philippe Heyvaert

Meer info: www.christinevanbroeckhoven.be

Mogelijk bent u ook geïnteresseerd in volgende artikels: