December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Tuintip
Het plantseizoen is in aantocht!
De volgende maanden kan u genieten van een bonte, kleurrijke tuin. Veel heesters en bomen toveren warme kleuren op hun bladeren: van helgeel, tot felrood en warmbruin. Ze vallen op door hun blad, sommigen zijn daarnaast rijkelijk getooid met siervruchten. Bessen, sierappels, de vrucht van de kardinaalsmuts...
Siergrassen komen in het het najaar in bloei en tussen de sprieten verschijnen pluimen of bloeiende aren. Wanneer ze tussen laatbloeiende vaste planten staan veranderen ze de tuin in een prairiesfeer. Herfstkrokus, herfstchrysanten, herfstanemonen, herfstasters, zonnehoed (Echinacea) en een aantal Sedumsoorten geven nog dat laatste beetje kleur voor de winter invalt.
Terwijl de tuin wordt ingepalmd door deze herfstkleuren, komt de winter langzaamaan dichterbij. Het geeft ons de tijd om de nodige voorbereidingen te treffen om de tuin van nieuwe plantjes te voorzien.
Troef achter de hand: besheesters
Indien uw tuin in de herfst nog wat ontbreekt aan kleur: besheesters zijn een prima oplossing. Bovendien kunnen ze het best in oktober aangeplant worden. Met andere woorden: het resultaat bij aankoop of aanplant is gegarandeerd. Hun kleurenpalet zorgen voor een zeer decoratieve toets en niet enkel in het najaar, maar ook in het voorjaar, tijdens de bloei, bewijzen ze hun esthetische meerwaarde aan de tuin.
Rode of oranje bessen zijn bijzonder aanlokkelijk voor vogels, zoals er zijn Pyracantha, Skimmia, Hulst (Ilex) en Amelanchier of krentenboompje. Cornus of kornoelje heeft bovendien een streepje voor bij bloemdecoraties: de takken van de kornoelje zijn zeer decoratief, zijn cultivars pakken uit met gekleurde takken in groengeel, oranjerood, purperrood tot zelfs zwart.
Paarse of zwarte bessen komen veel voor. Denk maar aan Liguster, Klimop (Hedera), vlier (Sambucus). Een uitschieter hierin is Callicarpa bodinieri 'Profusion': de bessen zitten in compacte trosjes bij elkaar en zien eruit als violetpaarse pareltjes die elk maar een erwt groot zijn. Van de blauwe bessen worden er dan weer veel gebruikt in de keuken: pruimen, blauwe druiven, bosbessen, jeneverbessen en sleedoorn.
Bollen- en knolgewassen
Bloembollen en knollen zoals Gladiolen, Dahlia's, knolbegonia's moeten voor de winter gerooid worden, anders overleven ze de vorst niet. Ze mogen ook niet te vroeg gerooid worden, omdat de diktegroei van bollen en knollen vooral later in het groeiseizoen plaatsvindt. Achteraf worden de stengels best op 2 cm boven de bol of knol afgesneden en ingedroogd. Nadien laten ze gemakkelijk los. De bollen of knollen zijn dan klaar om op een koele plek bewaard te worden.
De planttijd voor voorjaarsbloeiers varieert van eind september tot eind december. Om dus in de lente hiervan te kunnen genieten moeten ze in het najaar reeds worden aangeplant. Voor de meeste bloembollen is de periode van eind oktober tot eind november ideaal omdat de grondtemperatuur dan reeds gezakt is. Te hoge bodemtemperaturen veroorzaken bij sommige soorten bloembollen een schimmelaantasting.
De plantdiepte hangt af van het type bol, maar als vuistregel geldt dat de onderkant van de bol geplant wordt op een diepte die gelijk is aan anderhalf tot twee maal de hoogte van de bol. Voor het planten wordt de grond best nog even voorzichtig doorgespit, zodat er meer lucht in komt. De grond wordt zo gemakkelijker bewerkbaar en het bevordert de doorvoer van water, bollen hebben namelijk een hekel aan natte voeten.
Plantseizoen en groeiseizoen
Wanneer de zomer op zijn laatste benen loopt, eindigt ook stilaan het "groeiseizoen" van de planten. In de herfst komt de groei tot stilstand en start een vegetatierust. Bomen verliezen hun bladeren en de temperatuur koelt af. Tegen eind oktober, als de bomen hun bladeren dan definitief van zich hebben afgeschud, begint voor planten in volle grond het plantseizoen. Dit seizoen gaat door tot eind april, want dan begint er een nieuw groeiseizoen.
Met andere woorden: het jaar kan heel eenvoudig ingedeeld worden in 6 maanden plantseizoen en 6 maanden groeiseizoen.
In het najaar geplant moet groeien, in het voorjaar geplant kan groeien
Toch is het interessanter om met de aanplant reeds aan te vangen voor de winter. De planten hebben voldoende de gelegenheid nodig om wortels te maken. Indien er een vorstperiode optreedt tijdens de winterperiode moet het planten worden uitgesteld. Bovendien zijn deze plantjes vóór de winter goed vastgeworteld en hebben ze dus een groeivoorsprong op deze die pas in het voorjaar in de grond worden gezet. Kortom: voor de winter eraan komt is het nog even werken aan de tuin, de nieuwkomers kunnen zo hun winterslaap doen zodat ze uitgerust zijn voor het nieuwe groeiseizoen!

