December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Luc Geerts (CFNR): "Binnenvaart is knelpuntsector"
De aanwezigheid van haar wereldzeehaven maakt van Antwerpen ook een belangrijke hub voor de Europese binnenvaart. Eén van de grote rederijen en bevrachtingskantoren die de Scheldestad als uitvalsbasis gebruikt, is CFNR, een onderdeel van de Franse groep ATIC Services. Het bedrijf bouwde de voorbije decennia een unieke expertise uit, vooral op het vlak van de duwvaart. "De bedrijfswereld ontdekt eindelijk de schaalvoordelen van de duw- en binnenvaart, maar er is dringend nood aan meer professionalisme", zegt Luc Geerts, directeur van het CFNR-agentschap in Antwerpen.
De Compagnie Française de Navigation Rhénane (CFNR) is een van oorsprong Frans staatsbedrijf, gespecialiseerd in transport over binnenwateren. Wat ooit begon als een aan- en afvoerroute via de Rijn, groeide gestaag uit tot een allesomvattende logistieke machine. Vandaag is CFNR een belangrijke binnenvaartonderneming op de Rijn en één van de toonaangevende spelers op de Moezel en de Saar. Van en naar deze regiotransporteert CFNR dagelijks goederen naar en van alle bevaarbare uithoeken van Europa. Met behulp van motorschepen, maar ook met koppelverbanden.
327 camions van de weg
Luc Geerts: "Vele duwvaartrederijen zetten in de jaren '90 hun activiteit stop, omdat ze niet langer konden opboksen tegen de nieuwe en grotere motorschepen. CFNR niet. Wij investeerden in de vernieuwing en uitbreiding van onze duwbakkenvloot. Een juiste beleidskeuze, blijkt nu."
"Binnenvaart vormt de rode draad doorheen onze activiteiten, maar we mogen toch wel stellen dat CFNR een zeker imago heeft opgebouwd op het vlak van de duwvaart", vertelt Luc Geerts. "In de jaren '90 wijzigde de marktsituatie zich. Vele duwvaartrederijen konden niet langer opboksen tegen de nieuwe, grotere, moderne motorschepen en beslisten deze activiteit stop te zetten. CFNR echter niet en investeerde in de vernieuwing en uitbreiding van de duwbakkenvloot. Een juiste beleidskeuze, blijkt nu. 2007 en 2008 waren echte topjaren voor ons. De bedrijfswereld ontdekt eindelijk de immense schaalvoordelen van de binnenvaart.
Om een idee te geven: een klassiek motorschip van 80 meter kan tot 96 TEU meevoeren. Eén TEU is een 20-voet (6 meter) container. Welnu, met een konvooi van zes bakken kunnen we per duwtransport tot zevenmaal méér verzetten, tot 654 TEU. Ter vergelijking, een vrachtwagen vervoert 2 TEU. Dat zijn dus 327 camions die we op deze manier van de weg houden. Bovendien biedt een duwboot het voordeel dat het zijn lading overal kan los- of aankoppelen."
Geen sprake van congestie
Volgens Geerts heeft de binnenvaart nog een aanzienlijk groeipotentieel. Maar dan zijn bijkomende inspanningen voor de sector en het waternetwerk absoluut nodig. "Met de huidige verkeersproblemen, vooral in en rond Antwerpen, klinkt de roep naar alternatieve vervoersmodi luider dan ooit. Maar ik geloof niet dat de binnenvaart de wonderformule is die de verkeerschaos gaat oplossen. De files op de weg zijn niet de zorg van de klant. Wel kan er de komende jaren nog erg veel transport afgeleid worden naar de binnenvaart."
Luc Geerts: "Een schip kost vele miljoenen. Daarom heeft CFNR sinds drie jaar enkele cofinancieringen gedaan: wij helpen bij de investering, en in ruil hiervoor vaart de eigenaar gedurende een langlopende termijn exclusief voor ons. Een win-winsituatie."
"De autosnelwegen slibben dicht, maar op onze binnenwateren is er van congestie geen sprake. Er zijn weliswaar enkele bottlenecks waar er vertraging optreedt, zoals aan de sluizen van Evergem en Ivoz- Ramet, en aan de zeesluis van Kallo. Voorts kunnen transporten op de grote assen vrij ongehinderd doorstomen. Het Albertkanaal is op dat vlak een heuse 'snelweg', net zoals de Rijn. De kleinere kanalen, zoals het Kempens Kanaal of de Schotense Vaart, zijn minder toegankelijk. Daar geraak je enkel met boten van 50 of zelfs maar 38 meter. Deze waterlopen zijn nuttig voor lokale, historisch gegroeide bedrijven, maar ze beantwoorden feitelijk niet meer aan de hedendaagse noden van de binnenvaart."
Cofinanciering
De échte uitdaging voor de toekomst, meent Geerts, is het vinden van bekwaam en gemotiveerd binnenvaartpersoneel. Want dat bestand loopt snel terug. "Binnenschipper wordt een echt knelpuntberoep. Het wordt steeds moeilijker om de juiste mensen te vinden. Weinig jongeren voelen zich aangetrokken. Vaak vinden ze het beroep van schipper of matroos te eenzaam, te sociaal-onvriendelijk. Voor een opdracht ben je al gauw 7 tot 10 dagen weg.
En dan is er natuurlijk nog de mega-investering. Als we over binnenvaarders praten, dan hebben we het over echte 'ondernemers'. Zo'n schip kost al snel vier à vijf miljoen euro. De afbetaling vraagt een lang volgehouden inspanning. Daarom heeft CFNR sinds drie jaar enkele cofinancieringen gedaan: wij helpen bij de investering, en in ruil hiervoor vaart de eigenaar gedurende een langlopende termijn exclusief voor ons. Een voordeel voor beide partijen. Niet in het minst voor de schipper, die zeker is van een inkomen in financieel moeilijke tijden."
Openbare aanbestedingen
Dergelijke constructies zijn een goede zaak voor de binnenvaart, maar er is nog werk aan de winkel. Er is dringend nood aan meer professionalisme. De binnenvaart kan bijvoorbeeld meer betrokken worden bij openbare aanbestedingen. Waarom zou de overheid zulke clausules niet contractueel kunnen verplichten? Daar is politieke moed voor nodig, dat besef ik, maar niet alleen de sector, ook de mobiliteit, de belastingbetaler én het milieu zouden er wel bij varen."
Tom Van Caelenberge

