September 2009

Inhoud
- Antwerpse petrochemie
- Vooraf: Hoop in slechte economische tijden
- Herman Verbruggen: Meer dan alleen 'Marcske'
- Tuintip: het plantseizoen is in aantocht!
- Streekwijzer Brasschaat
- Sint-Mariaburg, een aparte leefgemeenschap
- In de kijker
- Wouter De Geest (BASF)
- Burenraad bemiddelt
- De chemische nijverheid in cijfers
- Nieuwe Combinant containerspoorterminal haalt 150.000 vrachtwagens van de weg
- Investeren om uit crisis te geraken
- ACTA: vorming verankert chemie in de regio
- I-BUS of vernieuwd collectief vervoer in de haven
- Kooktip: Antwaarpse kwartels
- Didier Dheedene bij Cappellen in derde
- Wegwijzer
- Speciale band met Home Philippe Speth
- Tweespraak: Rookverbod op café
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Veertig jaar na zijn eerste historische Tourzege
Eddy Merckx: "Ik moest elke wedstrijd terug vanaf nul beginnen!"
Op 20 juli 1969 zette de Amerikaanse astronaut Neil Armstrong als eerste mens voet op de maan. Een mythische datum die in het wereldgeheugen gegrift staat. Maar voor sportminnend België blijft 20 juli '69 vooral voortleven als de dag waarop Eddy Merckx zijn eerste Ronde van Frankrijk won. Hij zou hier nog vier eindzeges en een fenomenale erelijst aan toevoegen. Vandaag, precies veertig jaar later, is de Belgische Sportman van de Eeuw een succesvolle ondernemer en een toegewijde familieman. Een exclusief gesprek met een sportlegende!
Zelden werd de nationale feestdag zo uitbundig gevierd als daags na Merckx' eerste Tourzege. Heel het land leefde in euforie: eindelijk, na dertig jaar vruchteloos wachten, had wielerland België een opvolger voor Sylvère Maes.
Na zijn eindzege in de Giro van '68, en twee jaar na zijn eerste wereldtitel bij de profs in Heerlen, triomfeerde Edouard 'Eddy' Merckx ook in de allergrootste rittenkoers ter wereld: de Ronde van Frankrijk. Een nieuwe wielergod was opgestaan, en op verpletterende wijze: Merckx had aan het eind bijna 18 minuten voorsprong op het nummer Veertig jaar na zijn eerste historische Tourzege twee, de Fransman Roger Pingeon. Hij won bij zijn eerste deelname meteen zes ritten, het eindklassement, het puntenklassement én de bolletjestrui.
Wijzers: Heel België stond op z'n kop na die historische overwinning in 1969. Hoe heb je die zegetocht zelf beleefd?
Eddy Merckx: "Het was een onvergetelijke gebeurtenis. Ik kan me die dag nog goed herinneren: de aankomst op de wielerbaan van Vincennes, de vele duizenden mensen die mijn naam scandeerden,... Dat was echt kippenvel. Ik heb in totaal vijf keer de Tour gewonnen, maar die eerste keer blijft toch speciaal. De Ronde van Frankrijk winnen, dat was een kinderdroom die uitkwam. Als kleine jongen keek ik al erg op naar de helden uit het peloton. In het bijzonder naar Stan Ockers. Ik was elf jaar toen hij verongelukte. Zijn dood heeft me toen diep geschokt. Heel het land was in rouw.
Wielrennen is altijd al geweldig populair geweest in België. Ik herinner me hoe tijdens de koers iedereen aan de radio gekluisterd zat. Als kind speelde ik met mijn kameraadjes telkens 'Tour de France' op straat, om ter snelst met de fiets. Toen al wilde ik altijd de beste zijn (lacht)."
Wijzers: Feitelijk had je de Tour in '68 al kunnen winnen, toen Herman Vanspringel tweede werd achter Jan Janssen.
Eddy Merckx: "Ja, daar ben ik van overtuigd. Ik reed toen net voor een nieuwe sponsor, het Italiaanse Faema. Voor hen was de Giro publicitair belangrijker dan de Tour.
En ik was nog maar 24, de ploegdirectie vond twee zware rondes in één seizoen nog iets te zwaar.
Niet één rustdag
Spijtig, want ik was er klaar voor. Ik was er erg graag bij geweest in Frankrijk. Omdat ik had kunnen winnen, maar ook omdat het toen het laatste jaar was dat er met landenteams gereden werd. Dat had ik nog graag meegemaakt, de Tour in die Belgische trui."
Wijzers: In de Tour van '69 ging je er op de Tourmalet alleen vandoor. Een solo van 140 kilometer. Je won die bergrit met acht minuten voorsprong. Zoiets is vandaag ondenkbaar.
Eddy Merckx: "Het waren andere tijden, dat wel. Maar de Tour blijft de Tour, natuurlijk. De bergen zijn in die veertig jaar niet gekrompen. De koers was voor iedereen even lastig. In die tijd reden we zelfs 26 ritten achter elkaar, zonder één rustdag ertussen. Soms waren er twee etappes per dag, een in de voormiddag en een in de namiddag. Klassementsrenners nu kunnen zich een heel jaar lang rustig voorbereiden op de Ronde van Frankrijk. Dat was veertig jaar geleden wel anders. Wij reden het hele jaar door. In de winter op de piste of in het veld, en vanaf maart klassiekers op de weg. Je moest toch over sterke benen beschikken om na een lang voorseizoen nog uit te blinken in de Ronde van Frankrijk."
Wijzers: Van de 1.582 wedstrijden die je als beroepsrenner reed, won je er 445. Veel mensen konden het niet verkroppen dat je zo vaak won. Soms werd je echt gehaat. Hoe ging je daar mee om?
Eddy Merckx: "Klassementsrenners nu kunnen zich een heel jaar rustig voorbereiden op de Tour. Dat was 40 jaar geleden wel anders. Wij reden in de winter nog op de piste of in het veld, en in het voorjaar alle wegklassiekers."
Eddy Merckx: "Ach, luister, mensen met negatieve gevoelens, mensen die slechte momenten hebben meegemaakt, zijn er altijd geweest en zullen er altijd zijn. Ik probeerde me dat niet te hard aan te trekken. Ik heb véél meer plezier beleefd aan de mooie momenten, en aan de talrijke supporters die me wel graag zagen winnen."
De Kannibaal
Wijzers: Dat je zoveel wedstrijden won, kwam ook omdat je zelden iets weggaf. Die honger naar overwinningen leverde je de bijnaam De Kannibaal op. Wat vind je zelf van die 'titel'?
Eddy Merckx: "Dat houdt me eerlijk gezegd niet bezig. Tijdens mijn loopbaan heb ik trouwens nooit over De Kannibaal horen spreken. Die naam is pas achteraf ergens opgedoken, toen ik al gestopt was. Voor mij had dit echt niet gehoeven. Ik heb nooit om zo'n bijnaam gevraagd. Ik denk dat mijn palmares al genoeg voor zich spreekt."
Wijzers: Je hebt zo ontzettend veel gewonnen, dat je zelfvertrouwen onaantastbaar leek. Waren er toch zaken die je onzeker maakten?
Eddy Merckx: "Eind 1969 ben ik zwaar ten val gekomen tijdens een wielerwedstrijd in Blois, in Frankrijk. Mentaal was dat toch wel een serieuze klap. Tot dan toe ging het fietsen relatief vanzelf. Na die bewuste val verliep alles moeizamer en uitputtender. Ik was niet meer dezelfde coureur. Ik moest ineens veel harder knokken en afzien voor een overwinning. Achteraf gezien heeft die kwetsuur me nog strijdvaardiger, nog meer verbeten gemaakt. Misschien juist daarom dat ik zo vaak won."
Wijzers: Ondanks de enorme erelijst was je eerder een 'laatbloeier'. Je begon pas in 1961 met koersen.
Eddy Merckx: "Dat klopt, ik was al zestien toen ik mijn eerste officiële wedstrijd reed. Ik droomde er al erg lang van om coureur te worden, maar mijn vader wilde niet dat ik zonder vergunning in het niet-officiële circuit ging rijden. Als er dan iets zou gebeuren, was ik niet verzekerd, zei hij. Toen ik uiteindelijk zestien werd, had mijn vader er geen bezwaar meer tegen. Zo kon ik dan bij de nieuwelingen beginnen.
De dertiende wedstrijd waar ik aan deelnam, in Klein-Edingen, won ik. Begin '62 won ik ineens vier van de vijf eerste wedstrijden. Tijdens de paasvakantie van dat jaar besliste ik een punt te zetten achter mijn studies en alles op de wielersport te zetten."
Eddy Merckx: "Eind '69 ben ik zwaar ten val gekomen tijdens een wedstrijd in Blois. Mentaal was dat toch wel een serieuze klap. Na die val was ik niet meer dezelfde coureur. Ik moest ineens veel harder afzien voor een overwinning."
Wijzers: Wat zou er van Eddy Merckx geworden zijn zonder het wielrennen?
Eddy Merckx: "Ik zou echt het niet weten. Ik wilde maar één ding worden: wielrenner. Ik kon me niets anders inbeelden. Wat ik ook zou gekozen hebben, het zou sowieso wel iets met sport te maken hebben gehad. Ik was in alle sporten geïnteresseerd. Vooral in basketbal, maar ook voetbal ging me niet slecht af. Ik heb nog een tijd bij de miniemen van White Star gespeeld. Waarschijnlijk zou ik licentiaat Lichamelijke Opvoeding, of iets in die richting, geworden zijn. Maar ik ben toch vooral blij dat ik mijn grote droom heb kunnen waarmaken, en wielrenner ben geworden."
Wijzers: Na je wielercarrière richtte je een succesvol fietsenbedrijf op. Een logische stap?
Eddy Merckx: "Nee, zeker niet. Dat is toevallig zo gegroeid. Eén van mijn vaste mecaniciens maakte zelf ook fietsen. Via hem heb ik de stiel geleerd. Zo is het idee gerijpt om zelf ook een fabriek te beginnen. Ploeg- of koersdirecteur? Nee, dat lag niet in mijn aard. Ik heb zo'n functie nooit overwogen. Ik wilde na mijn carrière wel iets blijven doen met mijn grote passie. Ik ben met de fiets geboren. Het is een liefde die nooit zal overgaan. En ik ben ook nooit vies geweest van hard werken. Mijn ouders hadden een winkel in voedingswaren in Sint-Pieters-Woluwe: charcuterie, groenten, fruit, bier, water, noem maar op. Ik hielp mee in de winkel en ging wel eens met mijn vader mee naar de vroegmarkt in Brussel."
Axel
"Mijn vader werkte erg hard. Zijn winkel was alle dagen open, ook op zondag. Hij was schrijnwerker van opleiding en knapte thuis alle mogelijke klusjes op. Dat werken met de handen, dat sleutelen aan fietsen bijvoorbeeld, heb ik wellicht van hem meegekregen. Die werkijver, dat ondernemende, kregen we thuis met de paplepel mee. Maar de winkel overnemen sprak me minder aan. Ik moest en zou wielrenner worden."
Wijzers: Je stapte niet in de voetsporen van je vader Jules. Dat deed jouw zoon wél. Hoe reageerde papa Eddy toen Axel meedeelde dat hij ook beroepsrenner wilde worden? Was je daar blij om?
Eddy Merckx: "Als je de top wil bereiken, mag je nooit denken dat het allemaal vanzelf gaat. Het is niet zoals een diploma behalen, waarna je voor de rest van je leven een getuigschrift van bekwaamheid kan voorleggen. In de sport tellen je vorige resultaten niet mee. Een renner die vandaag een klassieker wint, moet er morgen wéér staan."
Eddy Merckx: "Niet bijzonder, eigenlijk. Van mij moest Axel absoluut geen renner worden. Hij heeft die keuze volledig zelf gemaakt. Hij had natuurlijk het recht om daarvoor te kiezen. Ik wilde dat vroeger ook, en heb uiteindelijk ook de kans gekregen om beroepsrenner te worden. De enige voorwaarde was dat Axel eerst zijn humaniora uitdeed. Ondanks de bekende achternaam die op hem woog, heeft Axel een mooie carrière gemaakt. Een rit in de Giro, Belgisch kampioen op de weg, een olympische medaille in Athene: dat zijn toch resultaten waar hij – en ook ik als vader – terecht fier op mogen zijn."
Wijzers: Heb je, tot slot, nog een advies voor jonge sporters?
Eddy Merckx: "Zeer zeker: talent is een belangrijke factor, maar met talent alléén kom je er niet. Als je de top wil bereiken, mag je nooit denken dat het allemaal vanzelf gaat, dat je er niets voor moet doen. Het is niet zoals een diploma behalen, waarna je voor de rest van je leven een getuigschrift van bekwaamheid kan voorleggen. Zo werkt het niet. Je moet er keihard voor werken, elke dag opnieuw. In de sport tellen je vorige resultaten niet mee. Een renner die vandaag een mooie klassieker wint, moet er morgen wéér staan. Je moet je telkens weer bewijzen. Ik heb veel gewonnen, maar ook ik moest elke wedstrijd terug vanaf nul beginnen. Ik heb mezelf constant in vraag gesteld, heel mijn carrière lang."
Tom Van Caelenberge
Ambassadeur voor Damiaanactie
Eddy Merckx beschikt niet enkel over een sterk sporthart, hij heeft ook een warm hart voor liefdadigheid. Sinds enkele jaren is de wielerkampioen ambassadeur van de Damiaanactie, die in zestien verschillende landen de strijd aangaat met lepra en tuberculose. Zo bezocht Merckx al verschillende zorgcenta, onder meer in Congo.
'Glimlach van de hoop'
"Die ontmoetingen met tbc- en leprapatiënten waren ontroerende momenten", zegt Eddy. "Ik ben fier dat ik de rol van ambassadeur heb aanvaard. Je moet de hand kunnen uitsteken naar wie ze nodig heeft. Wat me het meest is bijgebleven, zijn die kinderen die blijven glimlachen. Ik noem het de 'glimlach van de hoop', ondanks al hun zorgen en problemen. Mensen moeten beseffen dat we met een beetje geld levens kunnen redden. Met 40 euro kan de Damiaanactie al een patiëntje genezen."
Derde Grootste Belg
Over Damiaan gesproken: de bekende pater-missionaris uit Tremelo, die in oktober zal worden heiligverklaard, deelt samen met Eddy Merckx het klassement van De Grootste Belg. Pater Damiaan won de verkiezing aan Vlaamse zijde, Eddy strandde na Paul Janssen op een derde plaats. "Een hele eer, maar ik vraag me af of ik wel in dat rijtje thuishoor.
Uiteindelijk heb ik heel mijn leven gewoon gedaan wat ik graag deed. Er zijn Belgen die veel minder bekend zijn, en die veel meer voor de mensheid hebben betekend."
Mensen die de Damiaanactie willen steunen, en zo lepra- en tuberculosepatiënten willen helpen, kunnen altijd een bedrag storten op het rekeningnummer 000- 0000075-75.


"Die ontmoetingen met tbc- en leprapatiënten waren ontroerende momenten", zegt Eddy. "Ik ben fier dat ik de rol van ambassadeur heb aanvaard. Je moet de hand kunnen uitsteken naar wie ze nodig heeft. Wat me het meest is bijgebleven, zijn die kinderen die blijven glimlachen. Ik noem het de 'glimlach van de hoop', ondanks al hun zorgen en problemen. Mensen moeten beseffen dat we met een beetje geld levens kunnen redden. Met 40 euro kan de Damiaanactie al een patiëntje genezen."