Tweespraak

Welke toekomst voor ons religieus erfgoed?

Vlaanderen is rijk aan religieus erfgoed: kerken, pastorieën, begijnhoven, kloosters en abdijen hebben eeuwenlang mee het uitzicht bepaald van onze dorpen en steden en zijn vaak nog altijd belangrijke bakens in het landschap. Een aantal maatschappelijke fenomenen, zoals de afname van het aantal religieuzen, zorgt ervoor dat kloosters en abdijen leeg komen te staan en dat er gezocht moet worden naar een nieuwe functie. Sommige stemmen gaan nog een stap verder en pleiten ervoor dat ook voor kerkgebouwen een functie wordt gezocht die hun gebruik intensifieert. De toekomst van dit religieus erfgoed is een debat dat Vlaanderen zeker niet onberoerd laat. Wijzers ging zijn oor te luisteren leggen bij twee bevoorrechte getuigen: kardinaal Danneels, de hoogste kerkelijke leider van ons land, en bOb Van Reeth, voormalig Vlaams Bouwmeester.

bOb Van Reeth
Gewezen Vlaams Bouwmeester

bOb Van Reeth

WIJZERS: Het maatschappelijk debat rond de toekomst van het religieus erfgoed is de afgelopen maanden opnieuw op gang gekomen. Hoe staat u hier tegenover?

bOb VAN REETH: "Ik denk dat het een goede zaak is dat hierover op een volwassen manier wordt nagedacht en niet langer op een manier die te herleiden was tot een discussie tussen gelovigen en niet-gelovigen. Kerken, maar ook ander religieus erfgoed zoals kloosters, abdijen, pastorieën, begijnhoven,... zijn vaak bakens in het landschap en/of prominent aanwezig in de stedelijke omgeving. Dankzij de goede ligging zijn er doorgaans veel mogelijkheden voor hergebruik of herbestemming. Bovendien zijn het doorgaans kwalitatieve gebouwen waar mits enkele aanpassingen de nieuwe functie kan in worden geïntegreerd.

Alleen voor kerken of een kloosterkapel ligt het doorgaans iets moeilijker. Deze gebouwen hebben voor veel mensen een specifieke betekenis of herinnering: ze zijn er getrouwd, hebben er een dierbare weten begraven,... Dat zorgt voor een sterke emotionele factor bij het zoeken naar een nieuwe toekomst voor het gebouw. Bijkomend hebben kerken, net omdat ze voor een zeer specifieke functie zijn gebouwd, een eigen vormentaal die niet altijd even gemakkelijk om te vormen is zonder de eigenheid van het gebouw teniet te doen."

WIJZERS: Is de houding van de kerk in deze veranderd?

bOb VAN REETH: "Ik heb toch de indruk dat er met een veel opener geest tegenover de uitdagingen wordt aangekeken. In feite zijn die uitdagingen niet zo nieuw. Het is eigenlijk een fenomeen dat zich doorheen de geschiedenis herhaalt: bloeiperiodes zorgen ervoor dat er nieuwe gebouwen worden bijgezet, vaak met een geheel eigen betekenis en aangepast aan de uitdagingen van die periode.

Er zijn ook periodes geweest dat het wat minder ging. Ook dat had gevolgen voor de omgang met het eigen patrimonium. Tegenwoordig wordt er op een beredeneerde manier met het patrimonium omgegaan. Patrimonium willens nillens in bezit houden zonder het te kunnen onderhouden of gebruiken, is ook niet echt een optie. Het is een goede zaak dat de religieuze overheden zelf hier verantwoordelijkheid opnemen en nadenken over welke gebouwen behouden blijven, verkocht of overgedragen kunnen worden."

WIJZERS: Sommigen vinden dat je nog een stap verder moet gaan en kerken een volledig nieuwe functie geven.

bOb VAN REETH: "We moeten hier met een open geest over nadenken. Wellicht is hier nog een tussenstap noodzakelijk, waarbij we er in eerste instantie voor gaan zorgen dat kerkgebouwen ook gebruikt worden buiten de erediensten om. Op dat vlak hebben we alle mogelijkheden zeker nog niet uitgeput. We moeten het debat durven aangaan, met respect voor ieders eigenheid en wensen.

Hetzelfde geldt voor het echt herbestemmen van een kerkgebouw. We hebben hier nog een hele weg te gaan. Overigens is het geen eenvoudige opdracht. Er zijn meer slechte voorbeelden dan goede, net omdat een kerk gebouwd werd met een duidelijke functie voor ogen. Daardoor is zo'n gebouw, in tegenstelling tot een kloostergebouw, niet altijd even functioneel. Iedereen die via een smalle torentrap al eens tot op de gewelven van een kerk is geweest, weet dat het niet evident is om hier bijvoorbeeld woongelegenheden te creëren, zonder te raken aan de intrinsieke eigenheid van het gebouw."

WIJZERS: De boekhandel in de Dominicanenkerk in Maastricht werd uitgeroepen tot één van 's werelds mooiste. Wat vindt u van dit herbestemmingsprojecten?

bOb VAN REETH: "Een perfect voorbeeld van een geslaagde wisselwerking! Reden voor het succesverhaal is vooral dat het gebouw op zich als een lust en niet als een last werd gezien. De architect vond het een creatieve uitdaging. Hij heeft er samen met de opdrachtgever voor gezorgd dat de eigenheid van het gebouw versterkt werd en dat het erg functioneel werd ingericht. De manier waarop bijvoorbeeld de boekenkasten werden ingebouwd en er toch voldoende daglicht wordt gegenereerd, bewijst dat hier zeer goed over is nagedacht. Men heeft de eigenheid en de intrinsieke erfgoedwaarde van het gebouw vertaald naar de hedendaagse noden inzake gebruik. Het inrichten van een horecagelegenheid heeft er bovendien voor gezorgd dat deze plaats opnieuw een ontmoetingsplaats is geworden. Bijgevolg heeft ze ook een stukje oude functie teruggekregen."

Ingo Luypaert