Republikeinen versus Democraten

Iedere Amerikaans president die vanaf 1860 aan de macht gekomen is, werd gekozen als kandidaat van één van beide partijen. Er zijn wel enkele kleine groeperingen die zich kandidaat stellen, zoals de Green Party (in 2000 en 2004 met Ralph Nader als kopman), de Liberal Party, de American Party of de Constitution Party, maar het is vrijwel onmogelijk zonder de steun van één van beide grote partijen gekozen te worden. Ook de Amerikaanse communisten, verenigd in de Socialist Workers Party, spelen geen belangrijke rol.

538 kiesmannen

Amerikanen kiezen hun president niet rechtstreeks. Zij stemmen niet op kandidaten, maar op 'kiesmannen' voor hun staat. De president wordt officieel ook niet gekozen tijdens de dag van de algemene verkiezingen in november, maar in december, als in Washington het kiescollege bijeen komt. Dan bepalen de kiesmannen, met een enkelvoudige meerderheid, wie er gewonnen heeft.

Het aantal kiesmannen is gelijk aan het aantal afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden, plus het aantal senatoren in de Senaat, plus 3 kiesmannen voor Washington DC (niet te verwarren met de staat Washington in het Noordwesten van Amerika): totaal 538 kiesmannen. De kandidaat die 270 of meer kiesmannen achter zich verzamelt, heeft gewonnen. Iedere staat levert evenveel kiesmannen als het Afgevaardigden en Senatoren heeft.

'First past the post'

De verkiezing van de kiesmannen gaat in de meeste staten volgens het principe First past the post. Dat wil zeggen dat degene die in een bepaalde staat de meeste stemmen haalt, alle kiesmannen van die staat in zich verenigt. Uitzonderingen zijn de staten Maine en Nebraska. Daar worden twee kiesmannen op deze wijze gekozen. De andere (twee in Maine, drie in Nebraska) worden per congresdistrict gekozen.

Het is mogelijk dat de presidentskandidaat met de meeste stemmen niet altijd de verkiezingen wint. Dat gebeurde bijvoorbeeld tijdens de presidentsverkiezingen van 2000 waarin Al Gore ondanks een absolute meerderheid van stemmen verloor van George W. Bush. President John Q. Adams werd in 1924 zelfs verkozen met maar 30,92% van de landelijk uitgebrachte stemmen.

Voorverkiezingen

Dit jaar worden de landelijke verkiezingen gehouden op 4 november. Tijdens de voorverkiezingen wordt vastgesteld welke kandidaat van welke partij de meeste kans maakt om de verkiezingen te winnen. De eerste rondes vinden traditioneel plaats in Iowa, New Hampshire and South Carolina. Een zekere vorm van succes in deze 'vroege' staten blijkt essentieel om de aandacht van de media, kiezers en geldschieters te kunnen blijven trekken. Doorgaans is na Super Tuesday – dit jaar viel de grote klapper op 5 februari – de race tussen de partijkandidaten wel gelopen. Die dag wordt liefst een kwart van de delegatieleden verdeeld. De republikein John McCain had dit voorjaar zijn nominatie al vrij snel op zak, maar de beklijvende nek-aan-nekrace bij de democraten tussen Barack Obama en Hillary Clinton kreeg uitzonderlijk pas in juni zijn ultieme ontknoping.

Hoogspanning in de Midwest

Van een aantal staten staat van oudsher vast welke partij daar gaat winnen. De strategie van de kandidaten richt zich dan ook op staten waar de winnaar niet op voorhand vaststaat. Naar verwachting valt deze keer de beslissing in de oude industriestaten in het Midden Westen, zoals Illinois, Ohio, Indiana, Pennsylvania en Michigan. In deze staten zijn 90 kiesmannen te verdienen. Afspraak op 4 november!

Tom Van Caelenberge

Mogelijk bent u ook geïnteresseerd in volgende artikels: