December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Vlaams Viceminister-president Dirk Van Mechelen in de bres voor de vele paardenliefhebbers
"Paardensector in Vlaanderen verdient alle ruimte"
Steeds meer Vlamingen voelen zich aangetrokken tot de paardensport. En steeds meer gezinnen hebben een paard in hun bezit. Die vernieuwde aandacht voor onze edele viervoeters maakt dat de paardenhouderij ook als economische sector een geweldige groei kent. In het hele land rijzen de stoeterijen, maneges en paardenpensions als paddestoelen uit de grond.
Maar ook alle afgeleide vormen van bedrijvigheid zoals gespecialiseerde dierenartsen, dekstations, africhtstallen,... zoeken een plaats in onze maatschappij. Dat moet vaak zelfs letterlijk worden genomen. Gezien de historische band tussen paarden en het platteland willen deze nieuwe bedrijven zich immers net in dat landelijk gebied vestigen. Maar het wettelijk kader laat dat slechts in beperkte mate toe. Met alle problemen vandien.
Viceminister-president en Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening Dirk Van Mechelen wil daar op korte termijn een oplossing voor aanreiken. "Nu een aantal van de traditionele agrarische sectoren in betekenis afneemt, moet het mogelijk zijn dat de vrijgekomen ruimte letterlijk en figuurlijk wordt ingevuld door nieuwe economisch vitale dragers. De paardenhouderij in al zijn vormen kan één van die dragers zijn.
Vlaanderen geniet internationaal groot aanzien op paardengebied. Heel wat van de paarden die op internationale wedstrijden de medailles aan mekaar rijgen, werden op Vlaamse bodem grootgebracht. Denk maar aan 'Cumano' van regerend wereldkampioen en vice-Europees kampioen jumping Jos Lansink. En dat heel wat van onze jeugd hoopt om ooit zelf op het hoogste schavotje te staan, blijkt onder meer uit de spectaculaire toename van leden die een organisatie als de Vlaamse Liga Paardensport mag noteren. De jongste drie jaar noteerde Vlaanderens grootste hippische federatie een groei van maar liefst 38%.
Stijgende belangstelling
Maar niet enkel de paardensport an sich zit in de lift. Ook steeds meer Vlaamse gezinnen kopen een paard voor puur recreatieve doeleinden. Of ze gaan langs bij één van de ruim vierhonderd maneges die Vlaanderen rijk is. Die stijgende belangstelling voor de recreatieve beoefening van de paardensport, maakt dat ook alle vormen van professionele bedrijvigheid rond de paardensector in de lift zit. Daarbij denken we niet enkel aan de maneges maar bijvoorbeeld ook aan africhtstallen, paardenpensions, hoefsmeden, ruitersportzaken, voederbedrijven, dierenartsen etc. De paardenhouderij en alle afgeleide bedrijvigheid legt dan ook op economisch vlak een steeds groter gewicht in de schaal.
Conflicten
Meer beoefenaars, meer bedrijvigheid,... de paardenhouderij is een sector waar alles rozengeur en maneschijn is. Of althans, zo lijkt het te zijn. Want zoals zo vaak, zit aan ieder succesverhaal ook een keerzijde. De paardenhouderij is een sector met vele gezichten. En dat maakt dat in de paardenhouderij de medaille ook diverse keerzijdes heeft. Vanuit de sector klinkt al lang de vraag om aandacht voor problemen die zich situeren op het vlak van ruimtelijke ordening, fiscaliteit, milieuwetgeving etc. De sector wil een duidelijk kader waarbinnen de paardenhouderij alle kansen krijgt om de sociale en economische potenties te ontplooiien.
Drie grootste problemen
"En daarbij moet er dringend een oplossing komen voor de drie grootste problemen. De paardenhouderij in al zijn vormen moet een duidelijke plaats krijgen in het ruimtelijk beleid. Met andere woorden, de paardenhouderij wil zich als een volwaardige speler en zonder al te veel problemen kunnen vestigen in die gebieden die daarvoor het meest geschikt zijn. Helaas komt men daarbij vaak in conflict met de agrarische sector. Een tweede doorn in het oog is het onevenwicht in fiscale behandeling tussen de landbouw en de paardensector. Ten derde, moet er dringend iets gedaan worden aan de stringente milieubepalingen die rusten op de sector. Het kan immers niet zijn dat de paardenhouderij wel de lasten, maar niet de lusten van de landbouw moet dragen."
Milieuwetgeving
Vanuit de Vlaamse regering wil men alvast aandacht besteden aan de besognes van de paardensector. Vlaams minister-president Kris Peeters gaf reeds te kennen dat hij in samenspraak met collega Crevits de problemen inzake milieuwetgeving wil oplijsten. Maar ook viceminister-president Dirk Van Mechelen – die al jarenlang niet enkel een graaggeziene gast is in paardenmiddens maar via de organisatie van onder meer jumping Kapellen ook al jarenlang mee aan de opgang van de paardensport timmert – wil voluit de kaart van de paardenhouderij trekken.
"Inzake fiscaliteit is de beweegruimte op Vlaams niveau bijzonder beperkt. Heel wat van de problemen die de sector parten spelen, moeten op federaal niveau worden aangepakt.
Maar ik engageer er mij wel toe om deze te bespreken met mijn federaal collega Didier Reynders", stelt Van Mechelen die uiteraard wel bevoegd is inzake Ruimtelijke Ordening en vanuit dat bevoegdheidsdomein de ruimtelijke problemen van de paardenliefhebbers onder de loep nam.
Plek onder de zon
Dirk Van Mechelen: "Het kan niet dat de paardenhouderij wel de lasten, maar niet de lusten van de landbouw moet dragen."
De realiteit leert dat heel wat paardenhouderijen flink wat moeilijkheden ondervinden bij het verkrijgen van de nodige vergunningen. Hetzij om hun zaak op te starten, hetzij om eventueel uit te breiden. En dat heeft veel – zoniet alles – te maken met het historische feit dat heel veel van de paardenhouderijen zich in agrarisch gebied bevinden. Voor zuivere paardenhouderijen die specifiek gericht zijn op het fokken, zijn er niet zoveel problemen. Deze productiegerichte paardenhouderijen worden bestempeld als agrarisch of op zijn minst als para-agrarisch.
Het verhaal krijgt evenwel een andere wending als het om maneges gaat of mengvormen waarbij het fokken, trainen van paarden, lesgeven, stallen van paarden etc wordt gecombineerd. En laat het nu vooral deze laatste soort van gebruiksgerichte bedrijfsactiviteiten zijn die het meest voorkomen in de sector van de paardenhouderij. Met alle gevolgen vandien. Heel wat van die paardenhouderijen krijgen het etiket 'zonevreemd' opgekleefd omdat zij volgens de huidige wetgeving voornamelijk thuishoren in receatiegebied.
De gebruiksgerichte paardenhouderijen worden momenteel gedoogd, maar ondervinden de meest grote moeilijkheden als zij willen overgaan tot een uitbreiding, het aanleggen van een oefenpiste tot zelfs het verbouwen van hun gebouwen tot verblijfsgerichte accommodatie. De roep vanuit de paardensector om een eigen plaats onder de zon én een vaste stek in het agrarisch gebied, klinkt dan ook steeds luider. De argumentatie die daarbij naar voor wordt geschoven, refereert niet enkel aan de historische verbondenheid van de paardenhouderij met het platteland maar legt ook de nadruk op de opgang van de paardenhouderij als nieuwe economische troef voor datzelfde platteland.
Nieuwe rol
Het grondgebruik en de identiteit van het platteland wordt in sterke mate nog steeds vorm gegeven door de landbouw. Hoewel deze sector in veel regio's niet meer de belangrijkste economische drager van het platteland is. Toerisme en recreatie hebben die rol inmiddels overgenomen en tonen potentie voor verdere groei. De paardenhouderij neemt daar een belangrijke rol in op.
In de ons omringende landen wordt die economische potentie van zowel de productiegerichte als gebruikersgerichte paardenhouderij al langer onderkend en werd er vanuit het beleid een ruimtelijk kader opgemaakt om de paardenhouderij alle kansen tot ontplooiing te bieden. Met een grote bloei tot gevolg. Dat is onder meer zo in Nederland waar de economische return in tien jaar tijd verdubbelde tot ruim 1 miljard euro. Ter vergelijking, in Vlaanderen zou dit bedrag slechts rond de 200 miljoen euro schommelen.
"Dat het paard en de paardenhouderij in al zijn facetten als een nieuwe economische drager van het platteland kan fungeren, daar is eindelijk quasi iedereen van overtuigd", weet Dirk Van Mechelen. "De paardensector is een sector die mij al lang nauw aan het hart ligt. Maar het was niet altijd evident om daar ook een politiek draagvlak voor te vinden. Dat is er nu wel nadat ook voormalig groen! en huidig sp.a-volksvertegenwoordiger Ludo Sannen zich verdiepte in de problematiek en ook collega Kris Peeters zich recent meermaals uitsprak voor een doorgedreven ondersteuning van de paardenhouderij. De politieke onderbouw is er zodat we vanuit het beleidsdomein Ruimtelijke Ordening nu een duidelijk kader voor de paardensport kunnen creëren."
Decreet aanpassen
Dirk Van Mechelen: "Het komt er op aan om de paardenhouderij voldoende kansen tot ontplooiing te bieden, in harmonie met alle andere ruimtegebruikers."
Daarbij moet er rekening worden gehouden met alle mogelijke ruimtelijke facetten. "Een goede landschappelijke inpassing van de hele sector van de paardenhouderij is een minimum. We besteden niet enkel aandacht aan de ruimtelijke inpassing van infrastructuur, zoals stallingen en maneges. We werken ook oplossingen uit voor bijvoorbeeld het inplanten van oefenterreinen of terreinen voor wedstrijden. En voor de recreatieve aspecten van de paardenhouderij met bijvoorbeeld de ontwikkeling van ruiterpaden", aldus Dirk Van Mechelen.
Daarmee stelt de Vlaamse viceminister-president en Vlaams minister van Ruimtelijke Ordening zich wel een duidelijk omschreven doel. De paardenhouderij in al zijn facetten de kans bieden om zich tot een volwaardige agrarische sector uit te groeien.
Omdat de paardenhouderij een sector is met heel veel facetten en gezichten opteert minister Van Mechelen ervoor om verschillende paden te bewandelen.
"Op korte termijn wil ik in die zin het decreet Ruimtelijke Ordening verder verfijnen", stelt Van Mechelen. "In eerste instantie moet er duidelijkheid komen over de huidige terminologie, meerbepaald over welke bedrijven uit de paardensector als agrarisch of para-agrarisch kunnen worden beschouwd. Die begrippen worden veel nauwkeuriger omschreven. Uiteraard met als doel meer mogelijkheden te creëren voor de paardenhouderij in agrarisch gebied. Net zoals we dat bij de recentste aanpassing van het decreet deden voor alle vormen van hernieuwbare energie. Langdurig aanslepende planningsprocessen zijn daarbij uit den boze."
Paardenkracht
"Ik wil de paardenhouderij een specifieke plaats en ruimtelijke rol geven in het buitengebied. Dat zal al heel wat problemen inzake vergunningen van de baan helpen. Daarenboven ben ik constant in overleg met de sector en is het de bedoeling om systematisch voor alle ruimtelijke problemen waarmee de paardenhouderij in Vlaanderen kampt, een gepaste oplossing uit te werken", maakt Dirk Van Mechelen zich sterk. "En aangezien de aandacht voor dit probleem leeft binnen diverse politieke families, moet het mogelijk zijn om hier snel een consensus rond te bereiken."
Dirk Van Mechelen: "We moeten de 'paardenkracht' die in de paardenhouderij beschikbaar is, gebruiken om het plattelandsbeleid een versnelling hoger te laten draven."
Dat de opgang van de paardenhouderij in alle mogelijke facetten aandachtig wordt bestudeerd op beleidsniveau is logisch. Want zoals reeds gesteld gaat de roep om aandacht en ruimte uit de ene sector, meestal gepaard met een terughoudende houding vanuit een andere sector. "Het komt er op aan om de paardenhouderij voldoende kansen te bieden op ontwikkeling. Dit moet in harmonie gebeuren met alle andere ruimtegebruikers in het buitengebied zoals de landbouw, toerisme en natuur. En met aandacht voor de mogelijke impact op pakweg mobiliteit of het gevaar op 'verrommeling' van het landschap.
Zo kunnen we komen tot een duurzaam ontwikkeling van het platteland dat zo een vooraanstaande rol kan spelen in ons economisch bestel. We moeten als het ware de paardenkracht die in de paardenhouderij beschikbaar is, gebruiken om het plattelandsbeleid een versnelling hoger te laten draven."
Gunter Joye

