December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Wereldkampioen jumping Jos Lansink gaat voor de 6de keer naar de Olympische Spelen
"Paarden zijn geen machines"
Het belooft opnieuw een drukke zomer te worden voor springruiter Jos Lansink. De wereld- en vice-Europees kampioen vertrekt binnenkort als Belgische vaandeldrager naar Hong Kong, dit jaar de gaststad voor de olympische paardencompetities. Als het even kan met Cumano, het toppaard waarmee hij in 2006 de wereldtitel pakte. Eind vorig jaar liep de schimmel echter een peesblessure op in Calgary. "We gaan ervan uit dat Cumano naar China gaat. Het herstel verloopt vlot, maar forceren heeft geen enkele zin. Paarden zijn geen machines", zegt Jos Lansink.
Wijzers: Dit worden al jouw zesde Zomerspelen. In 1992 behaalde je al eens goud met Nederland in de landenwedstrijd. Kan zo'n topevenement je nog zenuwachtig maken?
Jos Lansink: "Ik ben al ruim twintig jaar actief op het hoogste niveau. Ik ken intussen het klappen van de zweep. Van zenuwen heb ik weinig last, laat ik het eerder een 'gezonde spanning' noemen. Na zes deelnames ben je als persoon meer betrokken bij de Olympische Spelen, dat wel.
Maar op sportief vlak is het niet de moeilijkste wedstrijd. Het is veel lastiger om een EK of een WK te winnen, omdat je prestaties vanaf dag één al meetellen. Op de Spelen is dat anders. Eens je daar de finale bereikt, vallen alle vorige resultaten weer weg. Wat maakt dat de vorm van de dag bepalend is. In dat opzicht zijn de Spelen soms meer een loterij."
Wijzers: Een bijkomende factor dit jaar is de ongezonde smoglucht in China.
Jos Lansink: "Ach, zulke zaken heb ik ook gehoord voor ik naar Atlanta, Sydney en Athene ging. Het zou onverantwoord heet worden, de paarden zouden er zwaar van afzien, en dergelijke meer. Uiteindelijk is dat allemaal erg goed meegevallen. Bovendien vinden de wedstrijden in Hong Kong in de avonduren plaats, wanneer het al een stuk koeler is. Nee, voor de klimatologische situatie ben ik niet bevreesd."
Wijzers: De conditie van het paard speelt natuurlijk ook een belangrijke rol. Geraakt Cumano tijdig hersteld van zijn blessure?
Jos Lansink: "In principe ga ik met Cumano naar Hong Kong, dat is toch de bedoeling. Het genezingsproces verloopt vlot. Het probleem is dat we zeer weinig tijd hebben om hem terug in het wedstrijdritme te krijgen. In samenspraak met de veearts hebben we een wedstrijdschema opgesteld wedstrijdschema opgesteld voor Cumano tot aan de Olympische Spelen. Dan moet hij echt 'pieken'. Laten we vooral hopen dat hij geen terugval krijgt."
Wijzers: Wat maakt van Cumano zo'n uitzonderlijk paard?
Jos Lansink: "Cumano houdt een constant niveau aan, op de zwaarste omlopen ter wereld. Maar op de eerste plaats moet het gewoon klikken tussen ruiter en paard. Paarden zijn geen machines. Elk paard heeft zijn eigen karakter, zijn eigen persoonlijkheid. Zo'n band moet groeien, net zoals bij mensen. Ook tijdens de lange revalidatie ging ik elke dag nog langs bij Cumano."
Wijzers: Je bent een geboren Nederlander, maar in 2001 koos je voor de Belgische nationaliteit. Waarom precies?
Jos Lansink: "Omdat een nieuw reglement in de landencompetitie vereiste dat zowel de ruiter als het paard dezelfde nationaliteit bezitten. In Nederland vond ik niet meteen een toppaard, waarna ik een nieuw contract afsloot met de Belgische paardenfokker Leon Melchior. Vervolgens heb ik het Belgische staatsburgerschap aangevraagd. Een beslissing waarvan ik nog geen seconde spijt heb gehad."
Wijzers: Zal het toch niet vreemd aanvoelen mocht je straks, 16 jaar na het Wilhelmus in Barcelona, de Brabançonne horen weerklinken op het podium?
Jos Lansink: "Nee hoor, dat was twee jaar geleden op de Wereldruiterspelen in Aken toch ook al zo? Voor alle duidelijkheid: ik ben blij dat ik voor België kan uitkomen. Ik woon al jaren in dit land, en voel me hier erg goed thuis. Als ik België iets kan teruggeven in de vorm van een medaille, zou me dat enorm plezieren. Maar op de eerste plaats doe ik dit natuurlijk voor mezelf."
Wijzers: Was jouw gouden medaille op de Spelen van 1992 het absolute hoogtepunt?
Jos Lansink: "Olympisch kampioen, die titel draag je voor altijd mee. Barcelona '92 blijft een uniek moment. Maar als ik eerlijk ben, schat ik de wereldtitel van twee jaar geleden nog net iets hoger in. Dat scenario las echt als een sprookje: zo dicht bij huis wereldkampioen worden, dat was een jongensdroom die in vervulling ging."
"Ik was voorbestemd om boer te worden. 'Jongen, je verdient geen platte boterham met dat paardrijden', zei mijn vader. Maar het is anders verlopen."
Wijzers: Je hebt zowat alles bereikt in je carrière. Hoe is dat verhaal ooit begonnen?
Jos Lansink: "Ik ben opgegroeid in een boerderij in het dorpje Rossum, in de Nederlandse provincie Overijssel. Ik was voorbestemd om boer te worden. Mijn vader bezat drie fokmerries, dus ik zat voortdurend tussen de paarden.
In de buurt bevond zich ook een ponypark. Elke winter kregen de pony'tjes onderdak bij de boeren in de streek. Thuis namen we er ook een vijf-, zestal in huis. Ik was drie jaar toen ik leerde rijden op die paardjes. Ik herinner me hoe ik als jongetje telkens op schapengaas rondom de wei klom, en me zo op de rug van die pony's liet rollen. Mijn eerste wedstrijdjes reed ik al op 8-jarige leeftijd. En zo ging de bal verder aan het rollen. Je moet een zeker talent en discipline hebben om de top te bereiken, maar ik heb vooral veel met de ogen gestolen. Als jonge ruiter spiegel je je aan je idolen: Alwin Schockemöhle, Johan Heins, Henk Nooren,... Zij waren een grote stimulans. Mijn vader zag het allemaal gebeuren. 'Jongen, je verdient geen platte boterham met dat paardrijden'. Maar het is gelukkig anders verlopen."
Tom Van Caelenberge

