Jong Antwerps talent maakt zich op voor eerste Olympische Spelen

Klaar voor Peking

Logo Beijing 2008

Op 08/08/08, om acht over acht plaatselijke tijd, gaan in Peking de Olympische Zomerspelen van start. Duizenden atleten uit alle hoeken van de wereld zullen de daaropvolgende 18 dagen in het strijdperk treden, op zoek naar eremetaal en eeuwige roem. Onder hen ook een aantal jonge sporthelden uit de Antwerpse regio. Wijzers ging de olympische koorts opmeten bij zwembelofte Elise Matthysen uit Kalmthout, de Brechtse topjudoka Dirk Van Tichelt, hockeyspeler Xavier Reckinger uit Antwerpen en tienkamper Hans Van Alphen uit Weelde, vorig jaar nog uitgeroepen tot beste Belgische atleet van 2007!

Elise Matthysen - 100 en 200 meter schoolslag

"Mijn enige doel is tijden verbeteren"

Elise MatthysenElise Matthysen moet nog 16 worden, maar nu al geldt de Kalmthoutse schoolslagspecialiste als ons grootste zwemtalent in jaren. Op het voorbije EK langebaan in Eindhoven greep Elise nipt naast een medaille op de 100 meter, en veegde ze het Belgische record van Brigitte Becue van de tabellen in een tijd van 1'08"95.

Wijzers: Het verschil tussen de vierde plek en brons bedroeg slechts 1/100ste van een seconde. Veel dichter bij het podium kan je gewoon niet komen.

Elise Matthysen: "Het verschil was inderdaad gigantisch klein. 1/100ste van een seconde, dat is echt niéts in het zwemmen. 's Morgens was mijn starttijd zelfs nog 2/3de van een seconde sneller. In het begin was ik natuurlijk ontgoocheld, maar toen ik die tijd zag, maakte dat heel veel goed. Als je een besttijd zwemt, hoef je je helemaal niets te verwijten. Het was vooral een leerrijke ervaring. Na mijn debuut vorig jaar op het EK in klein bad in het Hongaarse Debrecen, was dit nog maar mijn tweede internationale kampioenschap bij de seniors."

Wijzers: Door je knappe prestatie in Eindhoven mag je wel rechtstreeks naar Peking. Met welke verwachtingen vertrek je straks naar de Olympische Spelen?

Elise Matthysen: "Ik ga er gewoon proberen zo snel mogelijk te zwemmen. Ik besef dat de concurrentie nog een pak groter zal zijn dan op het EK. Alle wereldtoppers zullen er aanwezig zijn. Met een finaleplaats of een medaille ben ik helemaal niet bezig. Mijn voornaamste doel is: mijn tijden verbeteren. Sneller zwemmen dan je ooit in je leven hebt gezwommen, beter kan toch niet? We zien dan wel waar we eindigen."

Wijzers: Wat je ons wel al kan verklappen, is hoe het allemaal begonnen is.

Elise Matthysen: "Kan je geloven dat ik als kind van vier jaar schrik had in het water? Mijn ouders besloten dan maar om me in te schrijven in de zwemclub van Kalmthout, om mijn watervrees te overwinnen. Zo begon ik er meer en meer zin in te krijgen. Op de dag van mijn zesde verjaardag, 13 juli, behaalde ik mijn brevet van 1.500 meter. Eigenlijk wilde ik die dag voor het eerst 800 meter zwemmen, maar ik was goed op dreef en ben dan maar blijven doorgaan. Later ben ik naar de gerenommeerde Zwemclub Iloka Kapellen overgestapt. Vanaf mijn tiende zwom ik mijn eerste competitiewedstrijdjes, en behaalde ik mijn eerste nationale jeugdtitels onder de bekwame hoede van trainers Leo Van Hooydonck en Erna Torreele."

Wijzers: Je begeleider is Roland Gaastra, vroeger nog coach van Fredje Deburghgraeve. Hoe ziet een doorsnee trainingsweek er voor jou uit?

Elise Matthysen: "Driemaal per week ben ik al om 6u in het zwembad voor de eerste training van de dag. Gelukkig woon ik tijdens de week op slechts een paar honderd meter van het Wezenbergzwembad, zodat ik geen kostbare tijd verspeel. Daarna moet ik zoals iedereen natuurlijk naar school. Na schooltijd zwem ik ook nog eens een avondsessie, tussen vijf en zeven.

Tijdens de training komen zowat alle zwemstijlen aan bod. Tijdens wedstrijden zwem ik schoolslagnummers, maar eigenlijk doe ik de andere stijlen minstens zo graag. Zondag is mijn vaste rustdag, tenminste als er geen wedstrijden zijn. Dan heb ik eens wat tijd om wat te ontspannen: een beetje tv kijken of lezen, of taken maken voor school. Ik weet dat veel jongens en meisjes van mijn leeftijd vaak uitgaan, maar ik mis dat helemaal niet. Ik ben nooit een fuifnummer geweest. Ik heb helemaal geen behoefte om veel naar de cinema te gaan of te gaan shoppen. Het liefste wat ik doe, is zwemmen."

Tom Van Caelenberge

Dirk Van Tichelt - judo -73 kg

"Medaille is haalbaar"

Dirk Van TicheltNaast de Kapelse Cathérine Jacques bij de vrouwen, is de Belgische judohoop in Peking vooral gericht op Europees Kampioen Dirk Van Tichelt.

Wijzers: Voor insiders ben je al langer een grote judobelofte, maar sinds je Europese titel in Lissabon kent héél sportminnend Vlaanderen je. Is er nu plots veel veranderd in het leven van Dirk Van Tichelt?

Dirk Van Tichelt: "Inderdaad. Ik moet veel meer interviews geven. En natuurlijk zijn er ook nog de vele huldigingen. Maar ik denk dat de grootste drukte nu ongeveer wel voorbij zal zijn. Voor de rest veranderde er niks, ik train nog altijd even hard om volgende keer opnieuw een goed resultaat neer te zetten." Wijzers: De Olympische Spelen zijn de ultieme droom voor elke atleet. Met welke verwachtingen trek je straks naar Peking?

Dirk Van Tichelt: "Ik wil in Peking vooral zo goed mogelijk vechten. Als ik geen fouten maak tijdens mijn wedstrijden, ben ik een tevreden man. En als ik een foutloos parcours afleg, is de kans op een medaille zeker een haalbare kaart."

Wijzers: België was in de jaren '80 en '90 een topland in de judowereld. Van de Walle, Berghmans, Werbrouck, Vandecaveye, Rakels, Lomba, Van Barnevelt,... ze wonnen allen olympisch eremetaal. De opvolging verloopt iets moeizamer nu. Zijn we iets té verwend geweest?

Dirk Van Tichelt: "Dat denk ik wel ja. Je moet je ervan bewust zijn dat de concurrentie enorm gegroeid is tegenover vroeger. Na het uiteenvallen van Sovjetunie zijn al die staten beetje bij beetje sterke judolanden geworden. Je vecht niet meer tegen 1 Rus, maar wordt geconfronteerd met 10 Russen. Bovendien zien we nu ook volwaardige teams voortspruiten uit landen die vroeger zelfs geen enkele goede judoka in de rangen hadden. Ook mijn gewichtsklasse maakt het plaatje moeilijker. Ik vecht in de gewichtsklasse -73kg. Als je er rekening mee houdt dat de doorsnee man ongeveer 73 kilo weegt, dan is duidelijk waarom dit de gewichtsklasse is met het hoogste aantal deelnemers. De concurrentie in onze klasse is enorm groot."

Wijzers: Als Europees kampioen word je straks de vaandeldrager op de tatami. Welk aanstormend talent zie jij de komende jaren nog aan de oppervlakte komen?

Dirk Van Tichelt: "Dat is moeilijk te zeggen. Er is zeker en vast potentieel, maar gezien de zware internationale concurrentie is het moeilijk om door te breken in de judowereld. Maar ik hoop zeker en vast dat er veel judoka's toch in zullen slagen, want hoe meer zielen, hoe meer vreugde!"

Wijzers: Je wordt in juni 24, er volgen ongetwijfeld nog medaillekansen na Peking. Wanneer blik je met voldoening terug op je carrière?

Dirk Van Tichelt: "Als ik mag kiezen: Olympisch kampioen, wereldkampioen, nog een keer Europees kampioen,... Hoe meer titels, hoe beter! Maar het behalen van die titels is niet mijn allerbelangrijkste drijfveer. Ik zal vooral met voldoening terugblikken als ik van mezelf weet dat ik het maximum uit mijn sportcarrière heb gehaald. En om dat te bereiken, train ik ten volle en hoop ik dat de resultaten dan wel zullen volgen."

Tom Van Caelenberge

Xavier Reckinger - Nationale hockeyploeg

"We kunnen voor een stunt zorgen"

Xavier ReckingerDe Belgische delegatie vliegt deze zomer met liefst twee sportteams naar Peking. Naast onze voetbalbeloften, wisten ook de hockeyheren zich voor het eerst sinds Montreal 1976 te plaatsen voor de Olympische Spelen. Een ongekende weelde. "We zitten in een moeilijke poule, maar België kan voor een verrassing zorgen", meent Xavier Reckinger, centrale verdediger in het nationale team.

Wijzers: België zorgde op het voorbije EK in Manchester voor een fameuze stunt door zich te plaatsen ten koste van wereldkampioen Duitsland.

Xavier Reckinger: "We hebben daar inderdaad zowat de match van ons leven gespeeld. Een onverhoopte apotheose van een erg sterk tornooi. We wisten dat alleen de eerste drie landen een rechtstreeks ticket voor de Spelen zouden krijgen. Weinig landen hadden met ons rekening gehouden. Voorafgaand aan het kwalificatietornooi was België nog laatste geëindigd in een zeslandentornooi in Boom. Er volgde ook nog een coachwissel, waardoor we met veel vraagtekens naar het EK afreisden. Na de twee duurbevochten draws tegen gastland Engeland en Duitsland in de voorronde - telkens werd het 2-2 - zijn we in onze kansen beginnen geloven. Nederland was in de halve finales een maatje te groot, maar in de strijd om het brons groeide iedereen boven zichzelf uit. Uiteindelijk wonnen we die spectaculaire wedstrijd met 4-3."

Wijzers: Wat is de sterkte van de Belgische ploeg?

Xavier Reckinger: "Onze groepssfeer, zonder enige twijfel. Het klikt erg goed tussen alle spelers, omdat we dit doen uit passie voor het hockey. Niemand van ons wordt betaald. De meeste spelers zijn gewoon studenten, die hun vrije tijd hier speciaal aan opofferen. Ik kan er zelf over meespreken, als student Handelswetenschappen. Toch leven we als echte profs: we trainen zes dagen per week, ik ga drie keer per week naar de fitness, we letten nauwgezet op wat we eten en drinken,... Kortom: ieder van ons leeft volledig voor het hockey. Veel feesten is er niet bij, maar dat kan later nog altijd. Peking wordt misschien een 'once in a lifetime'-ervaring. De Olympische Spelen, dat is het hoogst haalbare voor elke sporter."

Wijzers: Met welke verwachtingen gaan jullie straks naar China?

"Een medaille op de Spelen is in principe iets te hoog gegrepen. Maar ik verzeker u dat er niet meer gelachen wordt met België."

Xavier Reckinger: "We moeten realistisch blijven. Een medaille is in principe te hoog gegrepen. We zitten in een lastige poule met Spanje, opnieuw Duitsland, China, Nieuw-Zeeland en Korea. In Manchester kon België nog voor een verrassingseffect zorgen, maar Duitsland zal zich deze keer niet meer zo laten vangen. Een plaats binnen de topacht is haalbaar, maar we kunnen evengoed voor dé stunt zorgen. Ik kan u één ding verzekeren: er wordt niet meer gelachen met België. Onze prestaties missen nog regelmaat, maar de kloof met de toplanden wordt kleiner. We beschikken over een ervaren team met een sterke ruggengraat." "Bovendien zorgt de bond voor een erg professionele begeleiding. Alle tegenstanders worden uitvoerig geanalyseerd aan de hand van wedstrijdbeelden. En die aanpak werpt zijn vruchten af. Dat merk je trouwens ook bij de vrouwenploeg, die de kwalificatie voor Peking erg nipt misliep. Geloof me, dat doet pijn. En ik weet waarover ik spreek: vier jaar geleden verloren we ook de beslissende wedstrijd om naar Athene te gaan."

Wijzers: Een sport als hockey heeft bij een aantal mensen nog altijd een elitaire bijklank. Terecht?

Xavier Reckinger: "In bepaalde clubs heerst er soms nog een elitair sfeertje, maar dat is flink aan het afnemen. Hockey is niet langer een gesloten wereldje. De lidgelden zijn de jongste jaren fel gezakt, en een goede uitrusting is niet duurder dan wat een doorsnee wielertoerist aan zijn sport uitgeeft. Een degelijke stick, om een idee te geven, kost pakweg tussen de 100 en 200 euro. Net zoals bij tennis vroeger, ontdekt het grote publiek de hockeysport. In Nederland is het nu al de twee grootste ploegsport naast voetbal, met meer dan 250.000 leden. In België zijn dat er voorlopig ongeveer 21.000, maar onze jongste resultaten hebben het hockey een extra boost gegeven. De aandacht die we straks in Peking zullen krijgen, zal dit alleen nog versterken."

Tom Van Caelenberge

Hans Van Alphen - Tienkamp

"Ik ga voor een plaats in de top-12"

Hans Van Alphen

De nieuwe rijzende ster aan het Belgische atletiekfirmament heet Hans Van Alphen. De 27-jarige meerkamper haalde in 2007 op de Universiade als eerste landgenoot meer dan 8.000 punten en werd knap elfde op het WK. De Kempenaar zag zijn fantastisch jaar, net als Kim Gevaert bij de vrouwen, beloond met de Gouden Spike.

Wijzers: Vorig jaar sloot je de deuren van je kinesistenpraktijk om je voltijds te gaan toeleggen op de meerkamp. Geen makkelijke beslissing. Lang moeten nadenken?

Hans Van Alphen: "Het was niet echt een moeilijke beslissing, aangezien ik in de praktijk al twee jaar lang aan het trainen was. Met als achterliggend doel: het verkrijgen van een profcontract, om me op deze manier volledig te kunnen toeleggen op mijn sport."

Wijzers: Je brak, als eerste Belgische atleet ooit, door de magische grens van 8.000 punten. Hoe groot schat je je eigen progressiemarge nog in?

Hans Van Alphen: "Ik denk dat ik nog vrij veel progressiemarge heb, omdat ik in het verleden altijd heb gewerkt. Bijgevolg had ik doorgaans weinig tijd om te rusten. Door die zware combinatie voelde ik me vaak moe en werd ik sneller ziek. Ik kan op technisch vlak nog heel wat vooruitgang boeken, vooral dan bij het hoog- en polsstokspringen. Op termijn wil ik opschuiven richting 8.500 punten. Misschien tegen de Olympische Spelen van Londen in 2012?"

Wijzers: De Aziatische arena's lijken je wel te liggen. Op de Universiade in Bangkok won je zilver met een nieuw Belgisch record. Op het WK in Osaka werd je knap elfde. Met welke verwachtingen vlieg je straks naar Peking?

Hans Van Alphen: "Vorig jaar had ik een superjaar. Ik hoop nu mijn Aziatisch drieluik - Bangkok, Osaka en Peking - in schoonheid te kunnen beëindigen. Er is voor mij veel veranderd het jongste jaar. Het is dus nog een beetje afwachten hoe ik die overgang naar de echte profsport verteer. Er zijn genoeg voorbeelden voorhanden van atleten die in hun eerste profjaar niet beter presteren dan vóór ze voltijds prof werden. Uiteraard hoop ik dat ik niet bij die groep behoor, maar dat zullen de volgende maanden uitwijzen. Wat Peking betreft, hoop ik nog steeds op een plaats bij de beste twaalf. Als ik mezelf kan overtreffen, dan zit er misschien zelfs een top-10 plaats in."

Wijzers: De Spelen zijn zowat het belangrijkste mediaevenement ter wereld. Geldt dat ook voor de atleten?

Hans Van Alphen: "Het is inderdaad zo dat er tijdens het jaar van de OS heel veel aandacht naar de sporters uitgaat. Ik merk dit aan de toegenomen interviews en tv-programma's. Hoewel dit in vergelijking met andere atleten nog altijd 'peanuts' zal zijn, ervaar ik het toch als een extra belasting waarmee je verstandig mee moet omspringen. Al die inspanningen mogen niet ten koste gaan van je trainingen."

Tom Van Caelenberge