December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Vernieuwde stationsomgevingen, de trein naar de toekomst!
Op 5 mei 1835, om 12u23 om precies te zijn, veranderde het aanzicht van Vlaanderen voorgoed. Op dat moment verlieten de stoomlocomotieven de Pijl, de Stephenson en de Olifant de nationale hoofdstad om zich onder dikke wolken rook naar Mechelen te begeven. Na de maidentrip van de drie mastodonten, zou België er nooit meer hetzelfde uitzien. In amper drie decennia werden vele duizenden kilometers spoorlijnen aangelegd en verrees in zowat iedere stad of gemeente een stationsgebouw.
Gebouwen die, net als de kerken of de scholen, een heel centrale plaats in het leven van de Vlamingen innamen én die vooral een nieuwe dynamiek gaven aan het openbaar leven. In tal van steden en gemeenten ging in de loop van de voorbije decennia die centrale rol een beetje verloren. Met als gevolg dat ook de woon- en handelswijken rond de stations aan belang hebben ingeboet. Tot pakweg tien jaar geleden.
Driedubbel streefdoel
Zowel in het ruimtelijk structuurplan Vlaanderen (1996) als vanuit de NMBS werd gesteld dat de stations en hun omgeving niet enkel dringend aan her- en vernieuwing toe waren, maar dat ze ook opnieuw een belangrijke taak moesten opnemen in het dynamiseren van de stad of gemeente. Kwestie van de trein niet te missen die Vlaanderen en onze stations de 21ste eeuw moest binnenloodsen. En dat proces is volop aan de gang.
"Met de grondige vernieuwing van onze stations, de infrastructuur en de omgeving slaan we drie vliegen in één klap", weet Luc Vansteenkiste, directeur-generaal van Infrabel, directie Toegang tot het Netwerk. "Ten eerste is er natuurlijk de aandacht voor de reizigers, waarbij vooral een verhoging van het comfort centraal staat. Dat kan zich manifesteren door een beter en klantvriendelijker station, maar evenzeer door de verhoging van de treinfrequentie of het beter toegankelijk maken van de perrons."
Een tweede aspect waarmee bij de vernieuwing van infrastructuur en stations steeds rekening wordt gehouden, is het concept rond de intermodaliteit, m.a.w. het afstemmen van de diverse vervoersmogelijkheden op mekaar."
Verweving
"Een derde en laatste streefdoel, heeft een breder maatschappelijk aspect", stelt Luc Vansteenkiste. "Het opwaarderen van de stations en stationsomgevingen verhoogt ook de leefbaarheid van heel wat andere activiteiten in de nabije omgeving. Het hoeft geen betoog dat het aangenamer wonen is in de buurt van een mooi en functioneel station, dan in de buurt van een meer verouderde infrastructuur. En niet enkel wonen, maar ook het handelsgebeuren en de ontwikkeling van bedrijven-, kmo- of kantorenzones krijgen vaak extra stimulansen."
Die verweving van verschillende functies rond het station past bijzonder goed in de visie die ook in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen werd neergeschreven en waarin de vernieuwing van stations en hun omgeving als hefboom geldt voor een dynamische stadsvernieuwing tout court.
"Een typisch voorbeeld daarvan zijn ongetwijfeld de werken die in en rond het Antwerpse Centraal Station werden uitgevoerd. De prachtige architectuur van het station werd op zeer geslaagde wijze verzoend met de noden en vormen van het moderne openbaar vervoer", haalt Luc Vansteenkiste aan. "En die vernieuwde infrastructuur gaf meteen een nieuwe dynamiek aan de hele buurt met nieuwe pleinen, handelszaken en groenvoorzieningen..."
Met de snelheid van een... hst
De voorbije jaren werd heel wat studiewerk geleverd rond de vernieuwde rol die stationsomgevingen kunnen spelen binnen het stedelijk en gemeentelijk weefsel. Waardoor de indruk ontstond dat de diverse dossiers maar moeizaam op het juiste spoor raakten. Tot de aanleg van de hogesnelheidstrein (hst) in een stroomversnelling raakte.
Luc Vansteenkiste: "Met de vernieuwing van onze stations, de infrastructuur en de omgeving slaan we drie vliegen in één klap. Voor de reizigers, voor de mobiliteit en voor de algemene leefbaarheid."
"De aanleg van de infrastructuur voor de hsl gaf een boost aan het hele opzet", weet Luc Vansteenkiste. Inmiddels werden de stations en de omgevingen van zowel Brussel-Zuid, Charleroi als Antwerpen-Centraal aangepakt en quasi volledig afgewerkt. Ook Sint- Niklaas, Leuven, Namen en Luik ondergingen reeds een facelift. Nadien werden de dossiers rond Leuven, Brugge en Gent opgestart en momenteel zitten zowel Oostende, Kapellen, Lier als Mechelen in de pijplijn.
"De snelheid van uitvoering in de verschillende dossiers wordt bepaald door enerzijds de belangrijkheid van de stations, maar evenzeer door de complexiteit van het project", verduidelijkt Luc Vansteenkiste. "Zoals bijvoorbeeld in Mechelen wat met 21.000 reizigers het zesde belangrijkste station van België is. Maar waar er in samenspraak met alle actoren werd geopteerd om de bouw van de hsl-bypass te kaderen in een totaalaanpak van de omgeving én het achterliggende gebied van de Arsenaalsite." Hoe dan ook, momenteel kennen alle grote en zelfs middelgrote stations een begin van aanpak. De vernieuwingstrein raast dus tegen hoge snelheid verder.
Vereenvoudiging
Is alles dan rozengeur en maneschijn? "Neen", weet Luc Vansteenkiste. "Je mag niet vergeten dat wij in een dossier als dat van de hsl met alle gewesten aan tafel zitten. En die hebben allemaal hun eigen regels en gevoeligheden. Dat maakt het er allemaal niet makkelijker op. Ieder dossier gaat gepaard met heel wat planinitiatieven zoals bijvoorbeeld milieueffectenrapporten of gewestelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen waaraan telkens ook een hele inspraakprocedure gekoppeld is. Dat is uiteraard goed, maar zo kan een dossier ook in een juridische mallemolen terechtkomen. Dat willen we ten allen prijze vermijden. Vandaar dat we enorm veel aandacht besteden aan en investeren in een open communicatie met de bevolking."
Wat de vereenvoudiging van de planlast betreft, komt de Vlaamse regering alvast een stuk tegemoet aan de verzuchtingen van onze spoorwegbouwers. De integratieprocedure van de milieueffectenrapportage en de ruimtelijke uitvoeringsplannen, zoals die is voorzien in de op stapel staande herziening van het decreet ruimtelijke ordening, is een grote stap in de goede richting.
Gunter Joye

