Tweespraak

Doping in de sport: moeten we vasthouden aan een nultolerantie?

De voorbije maanden werd het wielerpeloton alweer opgeschrikt door een aantal ophefmakende dopinggevallen. Niet enkel de 'zondaars', maar ineens volledige ploegen verdwenen zonder pardon uit de Ronde van Frankrijk. Zal een propere sport voor altijd een droomgedachte blijven? Of bewijzen de recente dopinggevallen juist het tegendeel, namelijk dat we aan de winnende hand zijn in de strijd tegen de verboden producten? We vroegen het aan twee insiders: gewezen wielerkampioen Edwig Van Hooydonck en sportarts Chris Goossens. Twee persoonlijkheden met kennis van zaken, die nooit een blad voor de mond nemen!

Chris Goossens
Sportdokter en 'dopingjager' bij de Vlaamse Gemeenschap

Chris Goossens

Wijzers: Samen met de 'zondaars' verdwenen voltallige wielerteams onverbiddelijk uit de voorbije Ronde van Frankrijk. Was dit een eerlijke en juiste aanpak?

Chris Goossens: "Als sportdokter volg ik de dopingproblematiek in het wielrennen al jaren op de voet. Al die tijd heb ik nooit een blad voor de mond gehouden. Ik was destijds ook de eerste die in De Zevende Dag durfde te zeggen hoe de vork aan de steel zit. Iets wat me binnen het milieu niet in dank is afgenomen. Maar ondertussen ben ik wel zowat de enige uit die periode die nog overeind staat. Vele wielerhelden uit de jaren '80 en '90 zijn van hun voetstuk gevallen. Welnu, de beslissing om hele wielerploegen te viseren, was zowat de beste zet van de afgelopen tien jaar! Ik vind het bijzonder spijtig dat er hierbij onschuldige renners gestraft werden. Maar het verleden heeft bewezen dat een individueel repressief beleid niet volstaat. Door ineens héél de ploeg te straffen, keert de publieke opinie zich tegen de zondaars. De renners voelen zich niet langer onschendbaar. Tot voor kort leek het nog de omgekeerde wereld."

WIJZERS: Hier en daar gaan er stemmen op om doping te legaliseren. De lijn tussen doping- en niet-doping is vaak flinterdun (doktersvoorschriften, hogedrukkamers, enz.). Moeten we vasthouden aan een nultolerantie?

Chris Goossens: "Ik ben wellicht één van de weinigen, samen met voorvechters als IOC-voorzitter Jacques Rogge, die voor een strikte nultolerantie pleit. Er zijn tal van redenen om een totale nultolerantie te handhaven. Al was het maar om het ethische karakter van de sport te vrijwaren. Als je morgen een bepaalde vorm van doping toelaat, dan verplicht je automatisch iedereen om zich te doperen. Wie niet pakt, kan niet meer mee. Bovendien creëer je een competitie met verschillende snelheden. Nee, de lat moet voor iedereen gelijk liggen. En dat kan alleen als je elke vorm van doping resoluut afzweert."

WIJZERS: Wanneer een bepaald product op betrouwbare manier opspoorbaar is, is er al lang een nieuwe dopingmethode 'op de markt'. Is een cleane sport een utopie?

Chris Goossens: "Een volledig propere sport is een utopie, ja. Er zullen altijd valsspelers zijn. Maar ik stel momenteel wel een belangrijke kentering vast. Er is een zekere stagnatie. Een product als EPO was tien jaar geleden onopspoorbaar. Vandaag wél. Controles buiten competitie zijn een ander nieuw gegeven. Enkele weken van de aardbol verdwijnen om zich rustig te 'prepareren', dat kan niet meer. En last but not least, is er vandaag het bloedonderzoek. Vroeger moesten labo's het doen met urinestalen. Nu kunnen ze met een enkel DNAstaal heel het metabolisme analyseren.

De grootste dreiging voor de toekomst lijkt me de gentechnologie. Nu de samenstelling en werking van het menselijk genoom gekend is, is het bang afwachten welke gevolgen dit voor de sportwereld zal hebben. Er zijn al gevallen van gendoping bekend. En dat is zoeken naar een speld in een hooiberg. Er kunnen vermoedens zijn, maar er zijn geen bewijzen voor. En zonder bewijzen sta je nergens."

WIJZERS: Kunnen we volgend jaar met een gerust hart naar de Olympische Spelen in China kijken?

Chris Goossens: "Er is al veel verbeterd. Kijk maar naar het voorbije WK atletiek in Osaka, waar geen enkel wereldrecord viel. Vroeger leken de toptijden onuitputtelijk. Dat is nu anders. België dat een bronzen medaille behaalt bij een aflossingsnummer, dat was vroeger ondenkbaar. Zelfs een finaleplaats zou al een stunt geweest zijn. In feite zouden alle records uit de jaren '90 van de tabellen moeten geveegd worden. Maar of ik nu met een gerust hart uitkijk naar Peking? Nee. Ik steek voor niemand mijn hand in het vuur. Er wordt nog altijd gesjoemeld. En dat zal op de Spelen niet anders zijn. De statistieken zullen me hierin gelijk geven. Is dit een prettig vooruitzicht? Nee, zeker niet. Maar ik kan het ergens wel begrijpen. België behoort tot de tien rijkste landen ter wereld. In landen als Kazachstan liggen ze van andere dingen wakker. Daar is sport opium voor het volk. Topsporters zijn er nationale iconen, waaraan niemand mag raken. En als die grote voorbeelden eens een uitschuiver maken, wordt dat steevast met de mantel der liefde bedekt."