Hoe leg je zelf een vijver aan in je tuin? Wij vroegen het aan tuinspecialist Guy Vervoort!

Ecologisch waterplezier in je eigen zwemvijver

Herinner je je nog die lange, droge aprilmaand? Hoe we toen naar water snakten. Wat mooier in zo'n geval, dan heerlijk rustig te zitten bij een mooie vijverrand? Wijzers trok de stoute schoenen aan en ging te rade bij een tuinman in hart en nieren: Guy Vervoort, op zoek naar meer informatie.

Guy Vervoort: "Een eerste ding dat je je moet afvragen is uiteraard welk soort van vijver dat je wenst. Grosso modo kunnen we een viertal types onderscheiden, al is het laatste misschien niet echt een vijver te noemen: informele vijvers, formele vijvers, zwemvijvers en borrelstenen.

'Informele vijvers' zijn onregelmatig van vorm, worden geïntegreerd in het tuinconcept en onderscheiden zich door een uitgebreide oeverbeplanting en de aanwezigheid van veel vaste bladplanten. Dergelijke vijvers horen thuis bij de Engelse tuinen, terwijl formele vijvers, die volgens een strak patroon aangelegd zijn, eerder horen bij een Italiaanse of een Franse tuin: symmetrisch, strak afgeboord, opgevat als een architecturaal element in de tuin.

Zwemvijvers zijn de nieuwe rage, maar daarover straks meer. Borrelstenen, ten slotte, vormen een dankbaar middel om zelfs in het kleinste tuintje toch een waterpartij te creëren. Maar welk type vijver je ook kiest: zorg dat hij minstens een halve dag zon vangt, en als je volop wil genieten van je vijver, zorg ervoor dat hij vanuit het woongedeelte van het huis zichtbaar is. De weerspiegeling van de wolken op het wateroppervlak, de belletjes die de regendruppels vormen, het kabbelen van het oppervlak als er een briesje overheen gaat, het zijn allemaal dynamische gegevens in je tuin."

Hoe gaan we tewerk om een mooie vijver te maken?

Guy Vervoort: ""Eerst en vooral gaan we de vijver moeten uitgraven, liefst op verschillende niveaus: moerasplantjes voelen zich best thuis in niet al te diep water (10 tot 20 cm), terwijl een waterlelie bvb. minimaal 80 cm diep moet staan. Dat is trouwens de diepte die je minimaal moet hebben: 80 cm tot een meter. Anders gaat het water in de zomer te zeer opwarmen en treedt algengroei op, wat het biologisch evenwicht in de vijver vernietigt.

Voor het bekken van de vijver zijn er verschillende mogelijkheden. Voor een kleine vijver kan een voorgevormd polyesterbekken volstaan, maar als je vijver een beetje groter wordt moet je hem ofwel metselen ofwel gebruik maken van een rubberfolie. Wij gebruiken meestal een rubberfolie van 1 mm dikte, waar we een berschermdoek (Eurofol, 4 mm dik, synthetische materiaal) onderleggen. De rand van de vijver vormen we dan met een dunne plank in azobe (een buigzame tropische houtsoort), die we verstevigen met paaltjes."

Een veilige vijver

"Vervolgens wordt de vijver gevuld met water en pas daarna gaan we de folie ingraven en afwerken met grindkeien, natuursteentegels of turfblokken. Om de vijver proper te houden gaan we gebruik maken van een filterinstallatie. Maar zorg ervoor dat je je aan de regels houdt. Water en elektriciteit vormen een gevaarlijke combinatie, maar er is een ruime keuze aan goedgekeurde lampen en pompen beschikbaar.

Nu we het toch hebben over veiligheid: pas op als kleine kinderen in de buurt van de vijver komen. Af en toe melden de media wel eens van een tragische verdrinkingsdood in een vijvertje van nog geen 50 cm diep. Daarom plaatsen wij vaak een metalen mat enkele centimeters onder het wateroppervlak."

En nu de plantjes?

Guy Vervoort: "Inderdaad. In het lage gedeelte van de vijver gaan we vijversubstraat aanbrengen, een ondergrond die vervaardigd is op basis van lavasteen en klei. In de diepere delen maken we gebruik van manden, die afgedekt worden met kiezelsteentjes.

In het lage gedeelte brengen we oever- en moerasplanten aan: dotterbloem, irissen, zwanenbloem, lisdodde (voor vijvers is een miniversie van deze plant beschikbaar). In het diepere gedeelte kunnen we gele plomp of waterlelies brengen. Zorg er met deze laatste wel voor dat ze je vijver niet gaan overwoekeren. Zorg ervoor dat maximaal 1/3 van de oppervlakte van de vijver zichtbaar begroeid is.

In het diepere gedeelte planten we ook een aantal zuurstofplanten in manden. Zij zijn essentieel voor het biologisch evenwicht. Vederkruid, fonteinkruid en hoornblad zijn enkele voorbeelden. Ten slotte kan je nog wat krabbenscheer gebruiken, of een andere drijvende plant. Die halen hun voedsel onmiddellijk uit het water en hebben bijgevolg geen substraat nodig. Als je wil kan je het geheel afronden met vis. Een vuistregel is: 10 cm vis per m² open wateroppervlak, niet meer. Vermijd ook het gebruik van koi, als je een mooie plantenvijver wil. Koi zijn veelvraten die je planten ongenadig oppeuzelen."

En dan nu: de zwemvijver?

Guy Vervoort: "Dat is inderdaad de grote rage: een ecologisch zwembassin, mens- en natuurvriendelijk, zwemmen tussen planten en salamanders in chloorloos water.

Het geheim schuilt hem in de moerasbedfilter: een ondiep gedeelte van de zwemvijver vol waterplanten die het water op een volkomen natuurlijke manier zuiveren. Indien nodig of gewenst kan het gecombineerd worden met een oppervlakteskimmer, een apparaat dat dode bladeren e.d. die op het water drijven, verwijdert. Dat moerasbedfilter moet gescheiden worden van het zwemgedeelte en is ermee verbonden via een waterpomp.

In het najaar moet het moerasbedfilter goed onderhouden worden: bladeren en stengels van de planten moet je verwijderen om te vermijden dat ze in het water zouden gaan verrotten. Dat onderhoud is een werkje dat je makkelijk zelf kan uitvoeren, het plaatsen van een zwemvijver is echter iets wat je best aan specialisten overlaat, zoals bvb. de bvba Cools uit Essen."

Ludo Joosen