December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Topsportmanager Ivo Van Aken wil de juiste programma's voor de juiste talenten!
Wie beter dan Vlaanderens topsportmanager konden we contacteren om het sportbeleid in Vlaanderen te belichten? Ivo Van Aken, jarenlang een stuwende kracht in de tenniswereld, schetst ons de krachtlijnen van het nieuwe sportbeleid. Een resultaatgericht beleid, dat van vele clubs en federaties een drastische mentaliteitswijziging zal vergen!
"10 Olympische medailles in 2016", is uw streefdoel. Hoe wil u dit concreet gaan invullen in de topsportscholen? Hoe maken we van onze huidige jeugd de Olympische kampioenen van morgen?
IVO VAN AKEN: "10 Olympische medailles zijn haalbaar als Vlaanderen de sporten met kans op topsportsucces optimaal ondersteunt. De topsportscholen kunnen, maar hoeven hierin niet altijd een rol te spelen. Het trainings- en competitieprogramma dat een talent moet afleveren om tot de top te kunnen doorstoten, bepaalt de plaats van de topsportscholen. Wanneer men vanaf een bepaalde leeftijd twee of meer trainingen per dag moet afwerken, dan is de studiestructuur van een topsportschool een noodzaak. Of het kind in kwestie het noodzakelijke sportprogramma van de federatie volgt of verkiest om het programma van de club of een privaatinitiatief te volgen, is van ondergeschikt belang. De sportwereld zal dus moeten leren om uit te gaan van de kwaliteit van het talent en van het trainings- en competitieprogramma. Ze mag niet systematisch verplichten het kanaal van de federatie te volgen. Wanneer de jeugd de inhoud van de noodzakelijke programma's kent, zullen de inzet die moet geleverd worden en de resultaten die moeten bereikt worden om een Olympisch kampioen te worden, gekend zijn.
Vlaanderen zal sport ook een veel belangrijkere plaats moeten toekennen. Kinderen moeten van zeer jonge leeftijd de kans krijgen om dagelijks te sporten. Vlaanderen zal voldoende budgetten moeten uittrekken voor sport voor allen, en voor topsport in het bijzonder."
Waarin schuilt het verschil met de ons omringende landen zoals Nederland, Frankrijk, Duitsland, op het vlak van sportbeleid?
IVO VAN AKEN: "Sport heeft in deze landen een belangrijke plaats gekregen. Dat vertaalt zich in veel grotere budgetten voor sport, maar ook in een meer sportieve mentaliteit bij de bevolking. Voor topsport is er in onze buurlanden een duidelijke aansturing vanuit één topsportcel (NOC/NSF in Nederland en INSEP voor Frankrijk). Deze landen maken scherpere keuzes om in topsport te investeren: er wordt alleen maar ondersteund wanneer een bepaalde sporttak of discipline kans maakt op topsportsucces. Succesvolle topsportlanden werken niet volgens één topsportmodel via de federaties, maar geven ook kansen aan club- en privaatprojecten die inhoudelijk beantwoorden aan de topsportvoorwaarden. De sportwetenschappelijke omkadering wordt in succesvolle topsportlanden tot in detail ingevuld. Vlaanderen heeft zeker de wetenschap, maar het is eerder nieuw om de sportwetenschappers in te zetten om atleten en trainers te ondersteunen."
Wijzers: Welke concrete lading dekt de vlag 'de nieuwe Vlaamse sportcultuur'? Hoe gaat onze jeugd dit in de praktijk ervaren?
IVO VAN AKEN: "Federaties worden meer en meer aangezet om onze standpunten te verwerken in hun topsportaanbod, en hun talenten hierover in te lichten: juiste programma's voor de juiste talenten. Niet alleen het volume en de inhoud van de trainings- en competitieprogramma's, maar ook de sporttechnische en sportwetenschappelijke omkadering moeten optimaal ingevuld worden. Het beleid zal ook een aantal beslissingen moeten nemen waar federaties vandaag de dag niet positief tegenover staan. Denk maar aan het projectmatig denken per Olympische Spelen, het opstellen van topsportscholen voor talenten buiten het sportprogramma van de federatie, enz."
Welke belangrijke Antwerpse topsportrealisaties werden er de voorbije jaren verwezenlijkt of staan er nog op het programma. We denken bijvoorbeeld aan de topsportcampus Drie Eiken op Fort 6 in Wilrijk?
IVO VAN AKEN: "Op het gebied van topsport heeft Antwerpen een belangrijke stap voorwaarts gezet door enkele jaren terug het 'topsportfonds' op te richten. Hierdoor kan een aantal topclubs een professioneel jeugdprogramma aanbieden. Het optimaal benutten van de middelen van het fonds om van Antwerpen een topsportstad te maken zoals Rotterdam, is zeker de uitdaging die moet aangegaan worden.
De uitbouw van een topsportcampus in Wilrijk is zeker en vast de tweede belangrijke stap en zou het rendement van het topsportfonds moeten optimaliseren. Wanneer deze campus uitgewerkt zal zijn tot een volwaardig trainings- en begeleidingscentrum van de federaties en de clubs, dan kan Antwerpen - zoals de State Institutes in Australië - een toonaangevende rol spelen in het topsportlandschap."
Mieke Van AERDE

