Ons land staat paraat!

Humanitaire noodhulp

Humanitaire noodhulp

Op Tweede Kerstdag is het precies twee jaar geleden dat de kusten van Zuid- Oost-Azië overspoeld werden door een metershoge en nietsontziende vloedgolf. Tienduizenden mensen verloren door de tsunami het leven, miljoenen families werden dakloos. Een jaar eerder, op 27 december 2003, trof een uitzonderlijk zware aardbeving de regio van de Iraanse stad Bam. Terwijl de meesten onder ons de eindejaarsperiode gezellig in familiekring doorbrachten, haastten hulpverleners uit alle hoeken van de wereld zich naar de getroffen gebieden. Zo ook B-FAST, de snelle interventieploeg van de Belgische regering. Welke bijdragen levert ons land bij grote buitenlandse rampen? Hoe en wanneer schiet het BFAST- team ter hulp? En wat als er in België zélf een grote catastrofe plaatsvindt, zoals met de veerboot Herald of Free Enterprise voor de kust van Zeebrugge, nu al bijna 20 jaar geleden? De redactie van Wijzers trok haar reddingsvest aan, en opende een dossier rond humanitaire noodhulp en rampenbestrijding!

B-FAST, het Belgische antwoord op grote rampen

Als er zich vandaag of morgen een grootschalige natuur- of menselijke ramp voordoet in een straal van 6.000 kilometer, heeft de Belgische overheid een snelle interventieploeg klaarstaan: B-FAST, of voluit 'Belgian First Aid and Support Team'. "Maar je kunt het letterwoord evengoed lezen als 'be fast', wees snel. Want de allereerste uren na een ramp zijn van cruciaal belang voor het redden van slachtoffers", zegt luitenant-kolonel Eddy Lapon.

Luitenant-kolonel SBH (stafbrevethouder) Eddy Lapon was tussen 2002 en 2005 hoofdcoördinator van het B-FAST-team. Hij leidde tal van Belgische missies, onder meer naar Iran en Marokko (aardbevingen) en Thailand en Indonesië (tsunami). Vandaag is Lapon Stafchef van het commando Medische Operaties op de Generale Staf in Evere. Hij is, met andere woorden, ideaal geplaatst om de hele werking van B-FAST uit de doeken te doen.

"Het idee om B-FAST op te richten is feitelijk ontstaan na de zware aardbeving in Turkije in augustus 1999, en de zware voorjaarsstormen in Zuid-Frankrijk in 2000. Ons land was toen telkens bij de eerste hulpverleners", verduidelijkt Lapon. "Omdat onze bijdrage enorm op prijs werd gesteld, was de Belgische regering van mening dat er een permanente structuur moest worden opgericht. Enerzijds opdat wij beter op dergelijke operaties zouden voorbereid zijn, anderzijds om de hulp sneller en doeltreffender te laten verlopen. Niets is immers doeltreffend genoeg als er mensenlevens op het spel staan!"

Niet zomaar elke ramp

In november 2000 keurde de ministerraad, op voorstel van de ministers van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Landsverdediging, de oprichting van een snelle interventiestructuur goed. Zo zouden, in geval van een door mensen of de natuur veroorzaakte ramp, urgentieteams snel naar het getroffen gebied kunnen vertrekken. Maar niet om het even welke ramp komt in aanmerking.

"Er bestaan hierrond inderdaad heel wat misverstanden. Alvorens B-FAST effectief in actie komt, moet er eerst aan een aantal criteria worden voldaan. Ten eerste moet de ramp zo zwaar zijn, dat de hulpdiensten van het getroffen land zelf niet meer in staat zijn om de nodige hulp te verlenen. Met andere woorden: het leven en de gezondheid van mensen moet in gevaar zijn. De regel is dat we omwille van inzetduur niet verder dan 6.000 kilometer van België opereren. De tsunami in Zuid-Oost-Azië was een uitzonderlijke gebeurtenis, maar Iran en Kasjmir zijn normaal gesproken ongeveer de limiet."

Vast in IJsland

Een tweede voorwaarde is dat het getroffen land zélf de hulp van België of van de internationale gemeenschap moet inroepen. Zomaar op eigen houtje handelen gaat niet.

"Om te mogen helpen, moeten we inderdaad eerst de toestemming krijgen van de plaatselijke autoriteiten. Het gebeurt soms dat de toegang ons gewoon geweigerd wordt. Na de aanslagen van 11 september 2001, bijvoorbeeld, kregen we geen toelating om te landen in de VS. Ons vliegtuig zat toen dagenlang vast in IJsland, en keerde onverrichterzake terug naar huis."

"Krijgt men wél de toestemming om te landen, dan is het erg belangrijk dat men zich helemaal schikt naar de wensen en de gebruiken van de plaatselijke bevolking. Na de aardbeving in Iran, bijvoorbeeld, waren alle buitenlandse hulpverleensters verplicht om altijd en overal een hoofddoek te dragen. De Iraanse politie zag daar zelfs in de operatiekamer op toe. Wie zich niet kleedde volgens de geloofsregels, moest het land uit. Ook voor mannen was het extra opletten. Een hand geven aan een vrouw, bijvoorbeeld, wordt ginds als een doodzonde beschouwd!"

"Je kunt ook best altijd op voorhand vragen wat het land precies nodig heeft. Het heeft geen enkele zin om zomaar containers vol dekens en medicijnen over te vliegen, als daar helemaal geen behoefte aan is. Goed bedoeld, dat wel, maar het belandt allemaal op de vuilnishoop."

Geen gewapend conflict

B-FAST is ten slotte nog aan een derde belangrijke voorwaarde gebonden: in het land dat de interventie vraagt, mag geen gewapend conflict aan de gang zijn. We spreken in dat geval van 'complex emergencies'. Pas wanneer al deze voorwaarden zijn ingevuld, kan de regering daadwerkelijk beslissen om tot een interventie over te gaan.

"Als er ergens een crisis uitbreekt, primeren snelheid en besluitkracht. Zodra alarm is gegeven, stelt een coördinatieraad, een voorstel op voor de ministerraad, die onmiddellijk bijeenkomt om hierover een beslissing te nemen. De coördinatieraad wordt bijgestaan door een planningcomité, dat belast is met de voorbereiding en planning van de operatie, en anderzijds een adviescomité, dat samengesteld is uit experts en vertegenwoordigers van NGO's."

"De Belgische hulpteams worden in principe uitgestuurd binnen de 12 uur nadat de beslissing genomen is. Alles moet heel snel gaan, en minutieus verlopen", vervolgt Lapon. "Een interventie duurt ongeveer tien dagen, in het uiterste geval twee weken. In de eerste uren na de ramp brengen we zo vlug mogelijk een coördinatiecel ter plaatse, met de eerste dringende humanitaire hulp. Deze 'voorpost' maakt een eerste beoordeling op het terrein, en bereidt de komst voor van humanitaire goederen, modules en gespecialiseerde diensten. Al naargelang de aard en de omvang van de ramp kunnen dit 'search-and-rescue'-teams zijn, medische ploegen of militaire genie - en logistieke middelen zijn, maar net zo goed speurhonden of voedseldroppingen vanuit een C130.


Rampen en evenementen waaraan B-FAST materiële en/of financiële hulp verleende (1999-2005)

1999
 TurkijeAardbeving
2000
 FrankrijkStormen
2001
FebruariEl SalvadorOverstromingen-landslides
MaartOekraïneOverstromingen
JuniPeruAardbeving
AugustusIranAardbeving
SeptemberVSTerroristische aanslagen
NovemberAlgerijeOverstromingen-landslides
2002
FebruariRwandaVulkaanuitbarsting
JuniIranAardbeving
AugustusOekraïneRamp airshow Lviv
AugustusTjechieOverstromingen
SeptemberAlbaniëOverstromingen
NovemberSpanje/PortugalOliepollutie Prestige
NovemberMarokkoOverstromingen/Explosie
2003
MeiAlgerijeAardbeving
NovemberFrankrijkOverstromingen
DecemberIranAardbeving
DecemberFilipijnenLandslides
2004
FebruariMarokkoAardbeving
JuliGriekenlandOlympische Spelen
AugustusParaguayIncident Ascuncion
2005
JanuariThailandTsunami
JanuariSumatraTsunami
AugustusNigerHongersnood
AugustusBulgarijeOverstromingen
SeptemberVSOrkaan Katrina
OktoberPakistanAardbeving

Indiana Jones

"Een lichte, flexibele uitrusting is onmisbaar in een noodgebied. Als je, zoals na de aardbeving in Bam, na een lange vlucht in het holst van de nacht midden in de woestijn belandt, ben je volledig op jezelf aangewezen. Dan lijkt het wel 'Indiana Jones'. Alles ligt in puin, en er valt nergens iets te verkrijgen. Niet autonoom kunnen werken, dus zonder eigen middelen, is dan een regelrechte 'ramp in een ramp'."

"Het heeft geen zin om containers vol dekens en medicijnen over te vliegen, als daar geen behoefte aan is. Goed bedoeld, dat wel, maar alles belandt op de vuilnishoop."

"Het eerste team ter plaatse neemt altijd voedsel, water, logement, communicatiemiddelen en – erg belangrijk – een 4x4 mee om zich op elk terrein te kunnen verplaatsen. Zij zijn verantwoordelijk voor de verkenning van het rampterrein, de contacten met de lokale autoriteiten en voor de reële behoeftebepaling. In de uren en dagen die daarop volgen, wordt er een commandopost opgebouwd, wordt de eerste noodhulp uitgevoerd door middel van 'search-and-rescue'- eenheden en worden 'interdepartementale' modules met tenten, slaapmatten, afsluitingsmaterieel, kookgerei, dekens, meer water, verwarmings- en verlichtingsets en sanitair overgebracht.

Voor het overbrengen van deze middelen zijn de vliegtuigen van Defensie zeer belangrijk. De snelheid van inzet is voor een groot deel van deze vliegtuigen afhankelijk.

Na het leveren van de eerste noodhulp, wat ongeveer een tiental dagen in beslag neemt, worden de geleverde middelen overgedragen aan de permanente hulpverleners, zoals het Rode Kruis of NGO's, en wordt de missie ontbonden. De humanitaire stocks worden weer aangevuld, en er worden lessen getrokken met het oog op volgende rampen. Want die zekerheid hebben we: ook in 2007 zal B-FAST niet kunnen ontsnappen aan de grillen van de mens en de natuur!"

Tom Van Caelenberge

Meest opmerkelijke rampen in België (1950-2006)

  • 1 februari 1953 - Watersnoodramp in de Lage Landen (25 doden in België)
  • 8 augustus 1956 - Mijnramp van Marcinelle (262 doden)
  • 22 mei 1967 - Brand Innovation in Brussel (323 doden)
  • 2 oktober 1971 - Vliegtuigramp in Aarsele (63 doden)
  • 29 mei 1985 - Heizeldrama in Brussel (39 doden)
  • 6 maart 1987 - Schipbreuk Herald of Free Enterprise in Zeebrugge (193 doden)
  • 1 januari 1995 - Brand in Switel Hotel in Antwerpen (12 doden)
  • 26 juli 1997 - Vliegramp tijdens vliegshow in Oostende (9 doden)
  • 27 maart 2001 - Treinramp in het Waals-Brabantse Pécrot (8 doden)
  • 30 juli 2004 - Gasexplosie Gellingen (24 doden)

Buitenlandse rampen met grote Belgische betrokkenheid

  • 11 juli 1978 - Explosie camping Los Alfaques, Spanje (216 doden, 38 Belgen)
  • 26 december 2004 - Tsunami Indische Oceaan (meer dan 289.000 doden, 10 Belgen)

Luc Beaucourt: "In België is er nog geen grote ramp geweest"

Een ontembare idealist, een kruisvaarder tegen weekendongevallen, een workaholic, een briljant organisator. Volgens sommigen zelfs een tikkeltje eigenwijs en mediageil: Luc Beaucourt, al jaar en dag het gezicht van B-FAST, laat niemand onverschillig. De bekendste noodarts van het land heeft dan ook het hart op de tong. "Ik krijg wel eens het verwijt: 'Kijk, Beaucourt is weer op tv'. Maar het is wel zo dat B-FAST de nodige expertise opdoet. Geneeskunde is niet alleen een kwestie van kennis, maar ook van ervaring."

En ervaring is wel iets dat Beaucourt kan voorleggen. Als diensthoofd spoedgevallen in het UZ van Antwerpen, en als medische autoriteit bij B-FAST, bouwde hij een indrukwekkend curriculum op in zowel binnen- als buitenland. Beaucourt, die mee aan de wieg stond van de Belgische humanitaire hulpverlening, heeft België onmiskenbaar op de kaart gezet.

Warm onthaal in 'schurkenstaat'

"Als B-FAST op medisch vlak de voorbije jaren een uitstekende reputatie heeft opgebouwd, dan is dit vooral te danken aan onze sterke, flexibele ploeg van gemotiveerde dokters, verplegers en ondersteunend personeel. Toegewijde vrijwilligers, die overal en altijd het beste van zichzelf geven. In de meest ondankbare omstandigheden. Zoals in Kasjmir, waar we patiënten opereerden op een gewone tafel met een deken over. De eerste uren wordt er altijd keihard doorgewerkt. Wie dan de woorden 'moe', 'honger' of 'dorst' over de lippen krijgt, die mag van mij volgende keer thuis blijven. We zijn er om mensen in nood te helpen. Elke seconde telt. De mensen zijn ons hier dan ook ontzettend dankbaar voor.

Net als in Iran, dat hier dikwijls wordt afgeschilderd als een 'schurkenstaat'. De gewone Iraniër kon maar niet begrijpen waarom wij, westerlingen, hen in 2003 kwamen helpen na de aardbeving. B-FAST is daar bijzonder warm ontvangen geweest."

"Ook na de tsunami kreeg het Belgische urgentieteam bijzonder goede kritieken in Phuket en Banda Atjeh. "Ons team was toen, met een toestel van Thomas Cook via Frankfurt, sneller in het rampgebied dan de Belgische vertegenwoordiging op een uur afstand van de getroffen kusten! We hebben na aankomst meteen alle hotels bezocht waar Belgen logeerden. In totaal hebben we 300 landgenoten kunnen ontzetten, van wie 15 zwaargewonden. Wie denkt dat we op het thuisfront hiervoor gevierd werden, moet ik ontgoochelen. Maar op het terrein zelf zijn de Belgen als helden onthaald."

Volgens Beaucourt heeft België in het verleden altijd een voortrekkersrol gespeeld op het vlak van noodhulp. "De eerste keer dat er een grootschalige internationale hulpactie op gang kwam, was na de ontploffing van een tankwagen op de Spaanse camping Los Alfaques in 1978. Er vielen toen 216 doden, onder wie 38 Belgen. Eerder al in 1958, toen België het noodnummer 900 lanceerde, waren we pionier in Europa met een centraal oproepsysteem.

Sinds de ramp met de Herald of Free Enterprise in '87, waarbij ik mee als één van de eersten in de lucht hing, heb ik de indruk dat we ter plaatse zijn blijven trappelen. Er zijn toen weliswaar nieuwe noodprocedures opgemaakt, maar de vraag is in welke mate die accuraat genoeg zijn. In België hebben we – gelukkig – nog nooit een échte ramp meegemaakt. De brand in de Innovation van Brussel in 1967 eiste tot nu toe de hoogste tol, 323 slachtoffers, maar Gellingen, Switel of de Herald, dat waren geen rampen in vergelijking met Turkije, Iran, Kasjmir, Marokko of de tsunami. Hopelijk brengt het nieuwe KB van minister Dewael omtrent de civiele veiligheid enige verbetering."

SMS'je in New Orleans

De medische sector is vandaag aan een grondige rationalisering toe, meent Beaucourt. "Zoals we dat in Antwerpen al deels gedaan hebben met het Medisch Interventieplan. Wij waren de eersten die uitrukten met de zogenaamde MUG, de Medische Urgentie Groep. Meer samenwerking is nodig, ook op Europees niveau. Hiervoor is een nog betere dispatching en communicatie vereist. Een tekenend voorbeeld van gebrekkige communicatie: bij de doortocht van de orkaan Katrina was ik per toeval in New Orleans, omdat ik er een congres bijwoonde. Terwijl overal in de stad de stroom uitviel, moest ik via een sms-berichtje uit België vernemen dat de dijken aan het breken waren. Ondanks het uitgangsverbod zijn we toch nog kunnen vertrekken."

'B-SLOW'

Ook B-FAST heeft volgens de dokter nood aan een meer rationele structuur. "De ploeg van B-FAST levert schitterend werk, maar heeft te lijden onder de politieke en bureaucratische besluitvorming in België. Als er ergens iets gebeurt, moeten eerst nog vier ministers hun zegje doen: Landsverdediging, Buitenlandse Zaken, Binnenlandse Zaken én Volksgezondheid. Tegen dat iedereen geraadpleegd is, zijn er kostbare uren vervlogen. Het zou veel efficiënter zijn mocht de beslissingsmacht rechtstreeks bij de premier liggen.

We hebben het soms al lachend over 'B-SLOW', in plaats van over B-FAST! Maar feitelijk is het ernstig: het menselijke leed bij een ramp is onnoemlijk, en een snelle en doeltreffende humanitaire hulp is van onschatbare waarde."

Tom Van Caelenberge

'Vlaanderen Buiten de Grenzen' als uithangbord

Luc Beaucourt meent dat ook Vlaanderen, en de Antwerpse regio in het bijzonder, een eigen, belangrijke rol kan spelen op het vlak van internationale hulpverlening. Concreet denkt de urgentiearts aan de oprichting van 'Vlaanderen Buiten de Grenzen', een soort van Vlaamse B-FAST.

"Onze medische experts, samengesteld uit verschillende ziekenhuizen uit de provincie Antwerpen, deden de voorbije jaren veel ervaring op tijdens de rampen in Iran, India, Thailand en Sumatra. Vanuit die filosofie werd het initiatief genomen om, in samenwerking met het Provinciaal Instituut voor Brandweer- en Ambulancieropleiding (PIBA) en de Universiteit Antwerpen, een 'Vlaams' multidisciplinair interventieteam op te richten. Tenslotte is Vlaanderen een naar buiten gerichte regio, die voor een groot deel van zijn welvaart afhankelijk is van goede contacten over heel de wereld."

Complementair

Volgens Beaucourt vormt 'Vlaanderen Buiten de Grenzen' helemaal geen concurrentie voor B-FAST, wel integendeel. "Een initiatief als 'Vlaanderen Buiten de Grenzen' kan een waardevolle aanvulling zijn bij bestaande organisaties. Het richt zich duidelijk op een niche die nu niet wordt afgedekt, namelijk snelle medische interventie. De snelheid en soepelheid van optreden tijdens de eerste 24 tot 48 uur na een ramp, gekoppeld aan onze expertise, zou een enorme meerwaarde kunnen betekenen.

Met een jaarbudget van 600.000 euro en de juiste transportmiddelen, kunnen we al op een onafhankelijke manier hulp bieden. 'Vlaanderen Buiten de Grenzen' zou uniek zijn in ons land, en bijdragen aan de uitstraling van onze Vlaamse regio in het buitenland."

Tom Van Caelenberge

"Ook instaan voor de veiligheid van de hulpverleners"

De meest hachelijke reddingsoperatie ooit in België was ongetwijfeld die na de ramp met de ferry 'Herald of Free Enterprise', die in 1987 kapseisde voor de kust van Zeebrugge. Geneesheer Guido De Block uit Kapellen, gespecialiseerd in de vakdomeinen Openbare Hygiëne, Gezondheidseconomie en Evaluatie Menselijke Schade, ging na de berging van het wrak met de eerste ploeg mee aan boord.

"Vanuit mijn expertise werd me opgedragen om de toxische risico's te analyseren. Door het omslaan van de veerboot, en het verschuiven van de vele voertuigen benedendeks, was het ontploffingsgevaar niet denkbeeldig. Ervoor zorgen dat alle bergingswerkers in alle veiligheid hun job kunnen doen, ook dat vormt een essentieel onderdeel van de hulpverlening."

Tom Van Caelenberge

Vlaanderen investeert in early warningsysteem

Naar aanleiding van de grote tsunamiramp van twee jaar geleden, besliste de Vlaamse regering om jaarlijks een half miljoen euro extra uit te trekken voor opleiding van experts voor golfmetingen in Afrika, Caraïben en Zuidoost-Azië.

Met deze middelen kunnen in het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ) in Oostende zo'n 150 buitenlanders worden opgeleid om het early warningsysteem dat nu al bestaat in 25 Afrikaanse landen, uit te breiden naar andere risicozones.

Het early warningsysteem, tot stand gebracht met Vlaams onderzoek, is momenteel het enige bestaande continentale systeem. Het systeem heeft op 26 december 2004 zijn nut bewezen. Dankzij een meetpost op de Seychellen werden Tanzania en Kenia op de fatale dag tijdig gewaarschuwd voor de tsunami, waardoor de schade er beperkt bleef. In Somalië, dat niet aangesloten was op het systeem, vielen meer dan honderd doden.

Vlaanderen draagt al zeven jaar lang elk jaar meer dan één miljoen euro bij aan het systeem, dat gecoördineerd wordt door Unesco. Dat geld wordt gebruikt voor computers, netwerkverbindingen (ondermeer per satelliet) en opleiding van personeel. Het is het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ), gevestigd in Oostende, dat de opleiding mee heeft uitgewerkt waarmee nu wereldwijd mensen kunnen worden getraind. Ook de komst van deze antenne van de Unesco naar Oostende is mogelijk gemaakt met Vlaams geld.

'Sea King' helikopter is oldtimer geworden

Hulp vanuit de lucht!

Met de bioscoopfilm 'Windkracht 10' is de belangstelling voor de rescuedienst in Koksijde weer opgelaaid. In dit nummer van Wijzers kijken we naar het Kempense Westerlo. Nu wil het toeval dat hier Alex Peelaers (59) woont. De nu gepensioneerde luitenant-kolonel en piloot van Sea Kinghelikopter is vier jaar lang korpscommandant geweest van de luchtmachtbasis in Koksijde.

"De dienst, die dankzij de televisieserie Windkracht 10 erg bekend raakte, ontstond onmiddellijk na de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de oorlog hadden de Engelsen al een gelijkaardige dienst, die heel wat militairen redde uit het koude Noordzeewater. De eerste taak van de Belgische dienst, bestond erin hulp te verlenen bij militaire luchtvaartongevallen. In 1946 kwamen er in Koksijde snelle interventieboten. Gelukkig gebeuren er heel weinig ongevallen met militaire vliegtuigen en al vlug werd dan ook voor burgerdoeleinden een beroep gedaan op onze diensten in Koksijde", legt Alex Peelaers uit.

Helpen werd een pak doeltreffender vanaf 1961, want dan kwam de eerste helikopter in dienst. Omdat noodhulp niet wordt tegengehouden door landsgrenzen, waren de helpende militairen ook actief bij reddingsacties in de buurlanden. "Wanneer net over de grens met Nederland iets gebeurt, zijn wij met onze helikopters veel vlugger ter plaatse dan onze Nederlandse collega's. Die moeten helemaal vanuit Den Helder komen en dat is een pak verder dan Koksijde", zegt de gewezen helikopterpiloot.

30 jaar dienst

Ondertussen zijn de vijf Sea Kings van Koksijde al dertig jaar in dienst. De oldtimers van de luchthulp zijn aan vervanging toe. Binnen twee jaar komt de eerste NH90 in dienst. Dit NAVO-toestel is als een kleinere Sea King, maar met meer mogelijkheden. Ondertussen moet Koksijde het verder doen met de vijf oldtimers.

"Van de vijf zijn er bijna altijd drie operationeel. Bij een noodoproep stijgt de eerste op binnen het kwartier. Een tweede is na maximum 45 minuten in de lucht. De helikopter die als eerste bij de ramp aankomt, neemt automatisch de leiding van de hulpactie. Hij organiseert dan vanuit de lucht wat er moet gebeuren."

Herald of Free Enterprise

Een van de grootste reddingsacties waarbij Sea Kings werden ingezet was de ramp met de Herald of Free Enterprise. "Die reddingsactie is lang blijven hangen in het collectief Vlaams geheugen. Maar wij waren ook ter plaatse bij de rampzalige brand in het Antwerpse Switelhotel. Drie van onze helikopters vervoerden zware brandpatiënten naar verschillende gespecialiseerde ziekenhuizen in binnen- en buitenland", herinnert Alex Peelaers zich.

Windkracht 10

Hij heeft ook schitterende herinneringen aan de opnames van de televisieserie Windkracht 10. "De serie was een goede zaak voor het Belgische leger in het algemeen en de hulpdienst in Koksijde in het bijzonder. Van mij werd verwacht dat ik de actiescènes controleerde op hun realiteitswaarde. Wat in de serie te zien is, beantwoordt dan ook helemaal aan de werkelijkheid", legt de voormalige korpscommandant uit.

Over de recente bioscoopfilm 'Windkracht 10' is Alex Peelaers iets minder enthousiast. "De film heeft een hoger Top Gun-gehalte, wat op zich natuurlijk geen probleem is. De televisiereeks daarentegen had veel meer weg van een goed onderbouwde docuserie."

Erik Vandewalle

Civiele Veiligheid helpt bij rampen

De Civiele Veiligheid is een federale hulpdienst die onder de bevoegdheid valt van de Federale overheidsdienst Binnenlandse Zaken.

Naast een hoofdbestuur in Brussel en een school in Florival zijn er ook vier permanente eenheden (Liedekerke, Brasschaat, Ghlin en Chrisnée) en twee grote wachten in Jabbeke en Neufchâteau. De eenheid in Brasschaat bedient de provincies Antwerpen en Limburg, Liedekerke staat in voor Oost- Vlaanderen, Vlaams-Brabant en Brussel en Jabbeke neemt West-Vlaanderen voor zijn rekening. De eenheden staan dag en nacht klaar om uit te rukken met gespecialiseerd materieel.

Het personeel en de vrijwilligers komen pas in actie op vraag van een andere overheid. Particulieren met problemen kunnen hier dus niet aankloppen. De bedoeling is immers dat de Civiele Veiligheid de andere overheden bijstaat indien zij niet over het nodige materieel of personeel beschikken.

Guernica

De Civiele Veiligheid is historisch bekeken eigenlijk vrij recent. De aanleiding tot het oprichten van een dienst, die burgers helpt bij rampen en catastrofes, is het bombardement van de burgerbevolking van de Spaanse stad Guernica in 1937. Die gebeurtenis schokte de hele wereld en lag aan de basis voor de oprichting van een organisatie, waarvan de vrijwilligers werden opgeleid om de eerste zorgen toe te dienen en puin te ruimen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog ontstond hieruit de dienst Passieve Luchtbescherming. De hulporganisatie vond onderdak in de verlaten lokalen van brouwerij Haacht in Anderlecht. Deze vrijwilligersorganisatie leverde tijdens de oorlogsjaren zo'n knap werk, dat ze in 1945 werd omgevormd tot Nationaal Hulpkorps.

Het materieel van de eenheid was hoofdzakelijk afkomstig van de geallieerde troepen en vond onderdak in het Jubelpark dat nu het Legermuseum huisvest. Naast de vrijwilligers komen vanaf dan ook beroepsmensen in dienst. In 1954 werd het korps Burgerlijke Bescherming opgericht met een hoofdkazerne in het Jubelpark in Brussel en twee grote wachten. Daarnaast beschikte de organisatie ook over drie strategische depots in Liedekerke, Ghlin, Chrisnée en vanaf 1957 ook in Brasschaat.

Erik Vandewalle