'Tante' Terry Van Ginderen woont al 50 jaar op Zilverenhoek

Streekwijzer Kapellen

Louis Neefs beschreef haar indertijd als een duizendpoot en ongetwijfeld is dat de omschrijving die het best past bij omroepster- presentatrice-kleuterjuf-zakenvrouwzangeres Terry Van Ginderen. Al meer dan 50 jaar woont ze op de wijk Zilverenhoek. Nu Kapellen, maar toen ze aan de Rozenhoflaan haar intrek nam met haar echtgenoot Jos Van Ginderen, was het allemaal nog Ekeren.

In 1982 kwamen de wijken Hoogboom, De Sterre en Zilverenhoek bij Kapellen en dat heeft Terry Van Ginderen zich nooit beklaagd. "Als we papieren nodig hadden van het gemeentehuis kostte ons dat bijna een dag: eerst met de tram naar Antwerpen en dan van Antwerpen met de tram naar Ekeren en dan de hele weg terug."

Wie kan er zonder blozen zeggen dat hij of zij verantwoordelijk is voor de naam van de straat waaraan hij of zij woont? Weinigen ongetwijfeld. Maar toen de Kapelse gemeenteraad besliste om de straatnamen aan te passen na de fusie, besliste ze de Ekerse Rozenhoflaan te herdopen in Goudenregenlaan, omwille van de vele goudenregens die er aangeplant stonden. Wil het toeval dat die bomen er gekomen zijn naar aanleiding van een plant-een-boom avant la lettre van Tante Terry en haar vriendjes.

Jij bent een van de televisiepioniers in Vlaanderen. Kan je daarover iets vertellen?

Terry Van Ginderen: "Inderdaad. De Vlaamse televisie is begonnen op 31 oktober 1953 en ik heb mijn eerste optreden gedaan op 1 november 1953. Toen ging dat allemaal nog veel minder gestructureerd dan nu. Er stond een programma rond folklore gepland. Wij waren daar met het koor van mijn vader "De Gouden Sleutel" en een van de andere gasten in het programma was Ernest Claes. Plots kwam men tot de vaststelling dat er niemand was om aan Ernest Claes een paar vragen te stellen. De producer keek eens rond, zijn blik viel op mij, hij vroeg me of ik Ernest Claes wilde interviewen en zo ben ik begonnen.

Ik werd dan presentatrice, met Paula Semer en Nora Steyaert. Een gouden tijd waarin ik heel wat boeiende trips kon maken. Aanvankelijk was de televisie één grote familie waarin iedereen iedereen kende. Alles ging rechtstreeks, dus we gingen mekaar aanmoedigen in de studio. Dat is allemaal snel veranderd vanaf 1958 met de Expo, toen is de televisie op te korte tijd uitgegroeid tot een soort fabriek.

Die Expo is op veel vlakken een evolutie geweest. Ook voor mij persoonlijk. Omwille van de wereldtentoonstelling heb ik me een eerste auto moeten aanschaffen. Voordien maakte ik de verplaatsingen naar Brussel altijd met het openbaar vervoer. De uitzendingen stopten elke avond rond 10u, maar het kon gebeuren dat een en ander uitliep en dat ik de laatste trein naar Kapellen zou missen. Telefoneren lag ook niet voor de hand: als ik moest wachten op een buitenlijn dreigde ik de tram van Flagey naar het station te missen. Dus had ik met Jos een afspraak gemaakt. Als ik het programma sloot met 'Goede Nacht', dan wist Jos dat ik niet verder geraakte dan Antwerpen en kwam hij naar mijn ouders die daar woonden. Zei ik 'Wel te rusten', dan wist hij dat ik vlot thuis geraakte."

Tref je nog geregeld collega's uit die pioniersjaren?

Terry Van Ginderen: "Veel te weinig en spijtig genoeg vooral bij begrafenissen. Er blijven er alsmaar minder over. Telkens spreken we dan af om mekaar toch nog eens op te zoeken, maar we zijn allemaal nog zo druk bezig... Bob Davidse, Annie en David, die zie ik nog geregeld. David heeft zeker niet de makkelijkste weg gekozen, maar ik bewonder hem om wat hij doet. Als hij iets rijziger was geweest van gestalte had David ongetwijfeld nog veel meer mooie rollen kunnen zingen in de musical, de operette en zelfs de opera."

En hoe vult Tante Terry nu haar dagen?

Terry Van Ginderen: "Maar weinig mensen herinneren zich nog dat ik ook als schlagerzangeres een aantal successen had. Toen ik eenmaal met 'Klein Klein Kleutertje' begon, werd mijn repertoire beperkt tot kinderliedjes, maar ik heb ook heel wat andere zaken gezongen. Blijkbaar wisten de mensen bij Cubido (Cultuur voor Bijzondere Doelgroepen) daarvan en ze namen me mee op in het aanbod voor senioren. Aanvankelijk stonden organisatoren wat huiverachtig, want waarom zouden senioren komen luisteren naar een kleutertante, maar we hebben de mensen kunnen overtuigen en regelmatig kunnen we senioren vergasten op een aangename zangmiddag of avond. Daarnaast help ik mijn zoon. Die runt een drietal bedrijven en daar komt heel wat administratie bij kijken. Veel mensen denken dat ik met een diploma van kleuterleidster op zak loop, maar dat is niet zo. Ik ben een gediplomeerde steno-dactylo vier talen en hulpboekhoudster. De steno-dactylo is me bij de televisie vaak van pas gekomen, maar het boekhouden ben ik pas nu gaan doen."

Zijn er Kapelse plekjes waar je graag komt?

Terry Van Ginderen: "Uiteraard. Ik ga bijvoorbeeld graag shoppen in het winkelcentrum Promenade. In Wijnegem loop ik voortdurend verlopen, maar in Kapellen vind ik wat ik wil. Ik zit ook graag in de tuin van De Oude Pastorij. Die is enig mooi, en je kan er echt tot rust komen. Blijkbaar slaat die rust ook over op de mensen van het Cultuurcentrum, want die zijn telkens even vriendelijk. Ook in het park kom ik graag. Ik ben er al vaak geweest met een of andere fotograaf naar aanleiding van een interview.

En ook de Hazeldonkwijk vind ik enig. Ik heb daar voor twee jaar de wijkwerking leren kennen. Ongelooflijk hoe die mensen samen kunnen werken aan een project. Ik denk dat je nergens anders iedereen zo enthoesiast kan laten meewerken aan het beschilderen van plaasteren eekhoorns. En hoe mooi sommige van die werken dan nog waren. Ik was echt fier dat ik meter mocht zijn van dat project."

Ludo Joosen