Een werk van vele handen!

Erfgoedzorg in Vlaanderen

Erfgoedzorg in Vlaanderen is een term die vele ladingen dekt. Veel mensen associëren de zorg voor monumenten, landschappen, archeologie en zelfs voor het varend erfgoed in de eerste plaats nog met beschermingen. De hedendaagse erfgoedzorg is echter veel meer dan dat en is de afgelopen tientallen jaren sterk geëvolueerd.

Erfgoedzorg vertrekt vandaag van een integrale en multidisciplinaire aanpak, gedragen door én met respect voor de mensen van nu en hun leefomgeving.

Niet onder een stolp wegsteken

Erfgoedzorg betekent niet dat objecten onder een stolp verdwijnen, integendeel. In de praktijk is het belangrijk om ons erfgoed vanuit een eigentijdse invulling, met respect voor het verleden, kansen te geven voor morgen. Behoud van authenticiteit en intrinsieke waarden gebeurt het best wanneer erfgoed via een aangepaste bestemming in het dagelijks leven geïntegreerd wordt. Gebruik zorgt immers voor beleving.

Daarom is het belangrijk dat zoveel mogelijk mensen op een respectvolle manier kunnen genieten van monumenten, landschappen en andere archeologische sites. Niet alleen tijdens grote evenementen zoals Open Monumentendag, met zijn 500.000 bezoekers het grootste cultuurevenement van Vlaanderen, maar ook dag in dag uit. Minster Dirk Van Mechelen lanceerde dan ook de idee van de erfgoedroutes, routes die lokaal of bovenlokaal erfgoed met elkaar verbinden en daardoor het draagvlak voor het behoud vergroten. Deze routes bieden immers de mogelijkheid om het hele jaar door op een aangename manier en via verschillende invalshoeken kennis te maken met het erfgoed. Ze zorgen er tegelijkertijd voor dat niet alleen de topstukken in de aandacht staan, maar dat ook de minder omvangrijke, maar daarom niet minder waardevolle erfgoedelementen, de nodige zichtbaarheid krijgen en beter behouden kunnen blijven.

De aandacht voor authenticiteit kunnen we alleen maar garanderen wanneer er een grotere focus ligt op onderhoud en goed dagelijks beheer. Dat is op termijn niet alleen voordeliger dan opeenvolgende ingrijpende restauratiecampagnes, het zorgt er ook voor dat originele materialen beter gevrijwaard blijven. Dat toont het belang aan van initiatieven zoals de Monumentenwacht.

Nu het onroerend erfgoedbeleid opnieuw samengevoegd werd bij Ruimtelijke Ordening ontstaan er kansen om de verschillende instrumenten beter op elkaar af te stemmen. Vroeger had een minster van 'Monumenten en Landschappen' enkel het beschermingswapen. Een gebrek aan afstemming leidde al eens tot absurde situaties zoals een windmolen die werd gerestaureerd, maar nadien niet langer kon malen omdat de huizen die er vlakbij werden gebouwd de nodige windvang verhinderden.

Goede voorafgaande afspraken met respect voor ieders inbreng, noden en behoeften kan wel zorgen voor die noodzakelijke afstemming. Eén zo'n instrument is dat van de erfgoedlandschappen. De afbakening van ankerplaatsen, dat zijn de meest waardevolle landschappen in Vlaanderen, werd eind augustus in Blankenberge opgestart.

De erfgoedzorg in Vlaanderen wordt geconfronteerd met een steeds sneller evoluerende maatschappij en probeert daar ook voldoende op in te spelen. Erfgoed gaat niet langer uitsluitend om klassieke monumenten zoals kerken en kastelen. Het betreft evengoed moderne en hedendaagse architectuur, archeologie van de Eerste Wereldoorlog, maar ook varend, rollend, rijdend en vliegend erfgoed. Gelukkig zijn er vele helpende handen die de zorg voor het erfgoed mogelijk maken.

Partnerverenigingen reiken de hand

De overheid heeft een sterke administratie uitgebouwd met het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed en het Agentschap Ruimtelijke Ordening en Onroerend Erfgoed. Sedert enkele jaren worden een aantal taken echter bewust uitbesteed aan enkele non-profitorganisaties. Deze gewestelijk partnerverenigingen met een duidelijk omschreven opdracht of gericht naar een specifieke doelgroep, vullen op hun manier een belangrijk deel van het beleid in. Monumentenwacht Vlaanderen zorgt als koepel van de provinciale Monumentenwachtverenigingen voor de nodige ondersteuning, onder meer op het vlak van veiligheid en opleiding.

Erfgoed Vlaanderen beheert probleemmonumenten en tracht een grote ledenbeweging rond erfgoed uit te bouwen. Open Monumentendag Vlaanderen organiseert de jaarlijkse Open Monumentendag, het grootste cultuurevenement van Vlaanderen. VCM-Contactforum voor Erfgoedverenigingen tenslotte is een netwerk van 230 erfgoedverenigingen en biedt een uitgebreide dienstverlening aan deze veelal vrijwilligersverenigingen.

Ons Erfgoed levendig houden om het te kunnen overdragen aan de volgende generaties is met andere woorden een werk van vele handen: van gespecialiseerde vakmensen en verenigingen tot vele duizenden vrijwilligers wiens dagelijkse, belangenloze inzet onbetaalbaar is.

Philippe Heyvaert

www.onroerenderfgoed.be

Piet Jaspaert, een monument in de monumentenwereld

Als we nader willen kennismaken met de partnerverenigingen en hun werking, kunnen we nergens beter terecht dan bij duivel-doet-al Piet Jaspaert, die na zijn actieve beroepsloopbaan bij onder andere KBC, nu een zeer actieve vrijwilliger is in de erfgoedsector. Piet is immers zowel voorzitter van VCM als van de Open Monumentendag en is bestuurder bij Erfgoed Vlaanderen. Daarnaast is hij degene die in opdracht van minister Van Mechelen ervoor zorgde dat voor het nieuwe VRT-programma 'Monumentenstrijd' een bijzonder fonds van 500.000 euro bij elkaar gebracht werd.

Op 10 september is het weer Open Monumentendag, een moment waar u ongetwijfeld naar uitkijkt?

Piet Jaspaert: "Inderdaad Open Monumentendag is voor mij telkens opnieuw een deel in spanning afwachten of we het succes van de vorige jaren kunnen evenaren, maar ook een dag om zelf te kunnen genieten van de vele bijzondere plekken die tijdens Open Monumentendag telkens opnieuw worden voorgesteld. Maar vooral is het een orgelpunt van een gans jaar keihard werken.

Gelukkig heb ik een ploeg van mensen op wie ik kan rekenen om dat in de praktijk waar te maken. Om de vele honderdduizenden bezoekers van OMD telkens opnieuw in optimale omstandigheden te ontvangen en het jaarthema boeiend en op maat uit te werken, is zeer veel voorbereiding nodig. De hulp van lokale en provinciale besturen en van de vele duizenden vrijwilligers in de Lokale Comités is daarbij onontbeerlijk. Het zijn al die mensen die ervoor zorgen dat OMD ook na 18 jaar zo actueel en boeiend blijft.

Dit jaar is er gekozen voor het thema Import/Export. Waarom juist dit thema?

Piet Jaspaert: "Open Monumentendag kan maar blijven boeien wanneer er voor gezorgd wordt dat steeds ander erfgoed wordt opengesteld of toegankelijk is of dat telkens andere aspecten aan bod komen. De inspiratie voor dit thema kwam van een Ontmoetingsdag die VCM in 2005 organiseerde en die dieper inging op de wisselwerking tussen het erfgoed uit den vreemde en ons eigen erfgoed dat bijvoorbeeld in onze voormalige kolonie of in de missiegebieden terug te vinden was.

De Dienst Cultureel Erfgoed van de Provincie Antwerpen gaf ook een voorzet met de publicatie van 'Vreemd gebouwd. Westerse en niet-westerse elementen in onze architectuur'. Ik ben altijd aangenaam verrast op welke manier het jaarthema, ook in kleinere gemeenten, concreet wordt ingevuld. Het toont de veelzijdigheid van ons erfgoed aan. Ik stel wel vast dat het jaarthema 2006 bij een aantal comités niet zo makkelijk lag. Dit thema biedt nochtans een uitstekende kans om bijvoorbeeld nieuwe samenwerkingsverbanden op te zetten in het kader van Open Monumentendag en kennis te maken met het erfgoed van zeer diverse geloofsgemeenschappen of culturen. Twee jaar geleden heeft OMD 'Van nature een monument' ervoor gezorgd dat er nauwer werd samengewerkt met de natuursector. Ik hoop dat het thema dit jaar opnieuw tot duurzame samenwerkingsverbanden kan leiden.

OMD heeft als één van de partnerverenigingen een specifieke rol. Hoe ziet u de toekomst van die verenigingen?

Piet Jaspaert: "Ik denk dat we daar stilaan op een scharniermoment zijn gekomen. Het heeft enige tijd geduurd voor die verschillende organisaties voldoende bestaansredenen konden aantonen en de nodige armslag kregen. En voor de ene liep dat soms al iets vlotter dan voor de andere. Het wordt stilaan duidelijk dat die verenigingen een nieuwe doorstart moeten kunnen maken en hun dienstverlening verder moeten kunnen optimaliseren, zodat bijvoorbeeld expertise die voor een bepaalde doelgroep (bijv. verenigingen) aanwezig is, ook voor andere categorieën van eigenaars/beheerders of betrokkenen kan worden aangeboden. Op vraag van Vlaams minister Dirk Van Mechelen zijn wij beginnen nadenken over wat we alvast het erfgoedloket zijn gaan noemen. De bedoeling zou moeten zijn dat iedereen met alle vragen over erfgoed op één loket terecht kan en naar maat begeleid kan worden gedurende het ganse traject dat hij wil afleggen. Er zijn al stappen gezet in die richting, maar we zijn er nog niet. Het is immers niet vanzelfsprekend eventueel een stuk autonomie op te geven in functie van een breder gezamenlijk inhoudelijk perspectief. Dit wil immers zeggen dat de respectieve competenties binnen de 4 verenigingen gevaloriseerd en gebundeld worden, dat niet aanwezige competentie wordt binnengehaald, dat de taakverdeling en symbiose met de administratie een dynamisch en soepel proces wordt. Het komt er op aan op korte termijn de gepaste structuur te vinden en de nodige middelen en mensen samen te brengen om een tastbaar resultaat en duidelijke meerwaarde voor het erfgoed en de erfgoedzorg te kunnen waarborgen.

Als we nog even naar de toekomst kijken: wat zijn volgens u de belangrijkste uitdagingen voor de erfgoedsector?

Piet Jaspaert: "Cruciaal voor het beleid is een coherente en duurzame visie op bescherming en (her)bestemming te blijven ontwikkelen en implementeren. Het blijft zaak dat we ook als erfgoedsector voldoende kunnen blijven inspelen op maatschappelijke tendensen. We merken meer en meer dat gebouwen bijvoorbeeld niet langer gezet worden voor de eeuwigheid, maar voor de termijn waarop ze afgeschreven worden. Vanuit een erfgoedzorgoogpunt moeten we ons daar op kunnen enten en daar op inspelen. Vanuit erfgoedzorg moeten we ons ook veel meer gaan richten op kruisbestuiving met kwaliteitsvolle hedendaagse architectuur. Dat is immers het erfgoed van de toekomst en daar zijn we ons doorgaans te weinig van bewust.

Ten slotte zie ik ook heel wat mogelijkheden in een nauwere samenwerking met de sector van het cultureel erfgoed. De wat arbitraire opdeling tussen onroerend (gebouwd) erfgoed en roerend erfgoed zoals de kunstvoorwerpen die er zich in bevinden, is in de praktijk op termijn niet aan te houden. Initiatieven voor het rollend, rijdend en vliegend erfgoed,zoals die door VCM genomen worden, in navolging van wat ze deden voor het varend erfgoed, zijn dan ook innoverend en een duidelijk signaal voor de noodzaak van een meer structurele samenwerking met dikwijls onroerend erfgoed als ankerpunt.

Dank u voor dit boeiende gesprek.

Meer info over de partnerverenigingen
Erfgoedhuis Den Wolsack
Oude Beurs 27
2000 Antwerpen

  • T 03/212 29 55 (OMD)
  • T 03/212 29 70 (Erfgoed Vlaanderen)
  • T 03/212 29 60 (VCM-contactforum)
  • T 03/212 29 50 (Monumentenwacht)

Minister Van Mechelen geeft dit jaar 6,4 miljoen euro aan restauratiepremies voor 21 dossiers in de provincie Antwerpen

Naast het preventief beschermen van waardevol onroerend erfgoed, schenkt de Vlaamse overheid ook veel aandacht aan het onderhoud en de restauratie om dit patrimonium voor de toekomst veilig te stellen.

Daarom komt ze voor beschermde monumenten via verscheidene instrumenten financieel tussen:

De restauratiepremie.

  • Voor particuliere eigendom: 25% van het Vlaams gewest, 7,5% vanwege de provincie en 7,5% vanwege de gemeente. Deze premie wordt verdubbeld wanneer het gaat om ZEN-monumenten (ZEN: Zonder Economisch Nut) of molens die maalvaardig worden gemaakt.
  • Voor publieke eigendom: 60% vanwege het Vlaams gewest en 20% vanwege de provincie.
  • Eigendommen bestemd voor erediensten: 60% vanwege het Vlaams gewest, 20% vanwege de provincie en 10% van de gemeente.

De onderhoudspremie.

Tot 40% van de uitgaven voor het dagelijks erfgoedonderhoud kunnen vergoed worden, tot maximaal 12.000 euro per jaar;

Fiscale tegemoetkoming.

De uitgaven aan een beschermd monument kunnen tot 50% van de personenbelastingen afgetrokken worden tot maximaal 25.000 euro.

Ook dit jaar kende minister Van Mechelen in de provincie Antwerpen restauratiepremies toe. De meest in het oog springende zijn de abdij van Hemiksem, de OLV-kathedraal en twee brugconstructies van de wereldtentoonstelling in Antwerpen.

Sint-Bernardusabdij

De Sint-Bernardusabdij te Hemiksem is opgebouwd uit verschillende vleugels rond een grote binnenkoer aan de oostzijde, en twee kleinere binnenplaatsen aan de westelijke kant van het complex.

De geschiedenis van de voormalige cisterciënzerabdij gaat terug tot de 13de eeuw. De oudste delen die vandaag nog restten, stammen uit de 14de eeuw, toen begonnen werd met de bouw van een nieuwe kerk. Na de Franse Revolutie werden de gebouwen openbaar verkocht. Het gebouw deed kort dienst als marinehospitaal, maar werd in de periode 1821-1823 in neoclassicistische stijl omgebouwd tot verbeteringsgesticht onder leiding van de Antwerpse stadsarchitect Pierre Bourla. Vensters werden onder meer dichtgemaakt, en balkons en buitendeuren werden verwijderd. Om hygiënische redenen werden zowel de binnen- als de buitenmuren witgekalkt. Aan de oostzijde van het bestaande complex werd een nieuwe vleugel opgericht. Bij Koninklijk Besluit werd de abdij in 1867 afgeschaft als gevangenis. De abdijgebouwen kregen daarop een nieuwe functie als opslagplaats voor het ministerie van oorlog. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de abdij gebruikt door de Luftwaffe, na de oorlog deed ze nog korte tijd dienst als interneringskamp voor incivieken.

Tussen 1948 en 1977 gebruikte het Belgische leger de abdij, nadien stonden de gebouwen grotendeels leeg. Momenteel maakt de gemeente Hemiksem werk van de dakrestauratie van alle vleugels die nog niet eerder werden aangepakt. Naast de restauratie van dakstructuren en dakbedekking, en het aanbrengen van de nodige bliksembeveiliging, wordt in het kader van deze restauratie ook de vloerstructuur onder handen genomen. Het gemeentebestuur, bevoegd schepen Flor Keveryn in het bijzonder, heeft een ijzersterk dossier aangemaakt en de administratieve verwerking nauwgezet opgevolgd. In het totaal worden deze werken geraamd op 2,62 miljoen euro en verleent de minister een premie van 1,66 miljoen euro.

Onze-Lieve-Vrouwkathedraal

De Onze-Lieve-Vrouwkathedraal van Antwerpen, een gotisch topmonument waarvan de bouw werd begonnen in 1352 en 170 jaar later werd voltooid, wordt al sinds 1961 integraal gerestaureerd.

Met het oog op de uiteindelijke voltooiing van deze restauratie in 2012 – meer dan 50 jaar na de aanvang – werd in 2002 een meerjarenplanning opgesteld. Om deze planning ook financieel hard en haalbaar te maken sloten Vlaams minister Van Mechelen, bevoegd voor het onroerende erfgoed, en de provincie Antwerpen in 2006 een protocol af. In 2006 wordt in het kader van de meerjarenplanning de restauratie gepland van de transeptgevels, de luchtbogen van het hoogkoor en de gevels en daken van de kranskapellen. In uitvoering van het protocol verleende Minister Van Mechelen dan ook een premie van 1 miljoen euro voor deze restauratiefase.

Dirk Van Mechelen, verleent ook een restauratiepremie van 1,25 miljoen euro aan twee brugconstructies ter hoogte van de Eric Sasselaan te Antwerpen. De twee identieke boogbruggen, naar ontwerp van de stedelijke stadshoofdbouwmeester E. Van Averbeke van 1928 vormen één van de drie bewaarde materiële getuigen van de Antwerpse wereldtentoonstelling van 1930.


Monumentenstrijd, and the nominees are...

Binnenkort start de VRT met een cross-mediaal project over ons onroerend erfgoed. Met een documentairereeks op Canvas, verschillende radioprogramma's en een website wordt ons erfgoed op de verschillende netten uitgebreid belicht. Het uiteindelijke doel van Monumentenstrijd is de verkiezing van een restauratie- of herstelproject dat nadien op een belangrijke financiering mag rekenen.

Uiteraard steunt minister Van Mechelen, bevoegd voor het onroerende erfgoed, Monumentenstrijd ten volle. Het geeft nog meer visibiliteit geeft aan het Vlaams erfgoedbeleid.

Niet alleen vertrekt het programma van de veelzijdigheid van het erfgoed, met zowel aandacht voor de monumenten, de landschappen, archeologische sites of het varend, rollend, rijdend en vliegend erfgoed, maar dergelijk programma werkt ook drempelverlagend en uitnodigend voor het grote publiek. De geselecteerde restauratie- en herstelprojecten zullen niet alleen de veelzijdigheid van het Vlaams erfgoed in beeld brengen, maar het publiek ook op een attractieve manier tonen wat onderzoek, vakmanschap, openstelling,... in de dagelijkse praktijk van de erfgoedzorg precies betekenen. Kortom, u krijgt van op de eerste rij als het ware een blik achter de façade, achter de schermen van wat u normaal te zien krijgt. De speciaal voor het programma samengestelde prijzenpot zorgt voor de strijd en het
spelmoment. "Ik kijk er nu al naar uit hoe de verschillende initiatiefnemers zullen proberen om het publiek te overtuigen voor hun project te stemmen. Daarbij is de titel van het programma een uitdrukking van de vastberadenheid waarmee velen, zich vaak al jarenlang en belangeloos, inzetten en strijden voor het behoud van ons erfgoed", stelt de minister.

Geselecteerde projecten

De zes projecten die voor de provincie Antwerpen meedingen naar een finaleplaats zijn de Korhaan in Arendonk, de Kolonie in Merksplas, Fortstraat 100 in Mortsel, Cinema Plaza in Duffel, de Sint-Romboutstoren in Mechelen (foto) en het zwembad Veldstraat in Antwerpen.

Open Monumenten Dag 2006: onze 'Tien om te zien' op 10 september!

Open Monumentendag Vlaanderen (OMD) is op 10 september aan zijn 18de editie toe. Het thema van de Open Monumentendag 2006 is IMPORT//EXPORT. Welke 'vreemde' of 'uitheemse' invloeden zijn er terug te vinden in onze gebouwen en landschappen? En wat is het verhaal achter die invloeden? Hoe kwamen ze hier terecht en vermengden ze zich met het lokale of handhaafden ze juist hun internationaal karakter?

Wijzers maakte een eigenzinnige selectie voor een bezoek aan ons erfgoed in de provincie Antwerpen. U vindt hier een top 10, in willekeurige volgorde.

ANTWERPEN Hotel Van Schorel - Venusstraat 17-19

Het huidige uitzicht van het 'hôtel' dateert grotendeels uit de 18de eeuw. In de prachtige tuin met uitheemse planten staat een pakhuis waar eertijds rijst werd opgeslagen. Opvallend in het interieur zijn de chinoiserieën.

ESSEN Quarantainestallen - Hemelrijk 77

De Quarantainestallen (1896) liggen aan het grensstation Essen. Tot in de jaren 1970 werd hier vooral vetvee via een speciale loskade (RAMP) in quarantaine geplaatst om te worden gecontroleerd op besmettelijke ziekten. Een museum belicht de geschiedenis van de stallen, o.a. met een fototentoonstelling.

GEEL Van Disslehuis - Stationsstraat , 14u-19u

Dit 'huis', het 'café van de Kolonie', was een afdeling van het Openbaar Psychiatrisch Ziekenhuis. Voordien was het een 'protestantse tempel'.

KAPELLEN VIOE-tentoonstelling - Antwerpsesteenweg 1

'Archeologie in Antwerpen': Deze tentoonstelling geeft een overzicht van het baanbrekend archeologisch werk dat het Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed (VIOE) de voorbije 15 jaar verrichtte in de provincie. Zo is duidelijk aangetoond dat de regio géén woeste, onvruchtbare en onbewoonde uithoek was, maar integendeel continu door de mens bewoond en bewerkt werd, van de prehistorie tot nu.

LIER Tuinwijk Pallieter - Mechelsesteenweg 151-175

Deze tuinwijk voor 81 gezinnen(1922) werd gebouwd in opdracht van de Maatschappij voor Goedkope Woningen, naar een ontwerp van vier architecten uit de regio: C. Sol, F. Flerackers, J.B. Van Bouchout en J. Van Peborgh.

NIJLEN Diamantslijperijen - Nonnestraat - Spoorweglei

Ze geven een beeld van de diamantbewerkingstechnieken en voeren je terug in de tijd. De diamantnijverheid is bij uitstek een mondiale bezigheid.

MECHELEN Badinrichting & Douane - Rode Kruisplein

De stedelijke badinrichting en (voormalige) douane (1915-24) werd opgetrokken in het kader van een tewerkstellingsproject voor werklozen die tijdens WO I door de Duitse oorlogsindustrie opgeëist dreigden te worden.

MERKSPLAS Kolonie & Kapel - Kolonie, Kapelstraat

Deze voormalige gevangeniskapel werd in 1897 gebouwd (V. Besme).

BORNEM Wandeling Buitenland - ca. 1,5 km, Buitenland 33

Dit gehucht van Bornem is een verzamelplaats van heropgebouwde paviljoenen van de Antwerpse wereldtentoonstelling (1894). Het is ook de bakermat van de mandenmakerij aan de Schelde, die nog voortleeft in de rotanindustrie.

VOSSELAAR Wandeling Grotenhoutbos - ca. 3,5 km, Ingang De Breem

De themawandeling gaat over de uitvoer van hout uit het bos over heel Europa, de geschiedenis van het Grotenhoutbos en zijn bestemming, en de invloed van het bos op het uitzicht van de Kempen vandaag.