'Ik heb misschien een boerenverstand, maar wél een gezond boerenverstand'

Van keeper tot volksheld: Jean-Marie Pfaff

Jean-Marie Pfaff

De Rode Duivels zijn er deze keer niet bij op het WK in Duitsland. Vol heimwee denken we dan maar terug aan de legendarisch triomftocht uit 1986. Wie herinnert zich niet het heroïsche duel met de Sovjetunie, of de beklijvende strafschoppenreeks in de kwartfinale tegen Spanje? De terugkeer van de spelers, het bezoek aan de koning, de volkstoeloop op de Grote Markt: heel het land stond op z'n kop. "Die ontvangst in Brussel was één van de mooiste momenten uit mijn carrière. Om nooit te vergeten", zegt Jean-Marie Pfaff, de grote WK-held van Mexico. Een exclusief gesprek met een 'selfmade kid' uit het Waasland, die het schopte tot beste doelman ter wereld, en bekendste tv-gezicht van Vlaanderen.

20 jaar na datum kent de populariteit van 'El Simpatico' nog altijd geen grenzen. Overal waar Jean-Marie komt, is het feest, en gaan de handtekeningen vlot van de hand. De voetballer van weleer is vandaag de grootste mediafiguur van Vlaanderen geworden. Bewijs daarvan: de 1,2 miljoen fans die iedere zondag aan het scherm gekluisterd zitten voor de realitysoap over de familie Pfaff.

Een jongen van bescheiden afkomst die uitgroeit tot de grootste vedette van Vlaanderen: het heeft iets weg van een modern sprookje.

Familiefoto van de PfaffsJean-Marie Pfaff: "Dat is het ook. Maar mijn afkomst heb ik in al die jaren nooit verloochend. Ik besef waar ik vandaan kom. Thuis hadden we het niet breed. Ik groeide op in een woonwagen, en was nog geen 10 toen mijn vader stierf. In totaal waren we met twaalf kinderen: 6 meisjes en 6 jongens. Ik was de tiende in de rij. Mijn broer Danny, die net als ik in de eerste ploeg van SK Beveren heeft gespeeld, was de jongste van de bende."

"'Gij staat binnen de drie maanden met uw koffers weer in Beveren', lachten ze toen ik naar München trok. Uiteindelijk heb ik er toch zes erg succesvolle jaren meegemaakt"

SK Beveren, waar het feitelijk allemaal begon voor jou.

Jean-Marie Pfaff: "Ik was amper 18 toen ik doorbrak in de eerste ploeg. Hiermee was ik toen de jongste keeper in eerste klasse. Het waren de grote gloriedagen van SK Beveren. In 1978 won ik de Gouden Schoen, en won Beveren de Beker van België. Een jaar later pakten we de landstitel, en schakelden we Inter Milaan uit in de kwartfinale van de Europacup 2. Pas in de halve finale werden we gewipt door FC Barcelona."

De Beverse prestaties in Europa gingen niet onopgemerkt voorbij. Verschillende topclubs klopten op je deur. Uiteindelijk ging je niet naar pakweg Anderlecht, maar ineens naar het grote Bayern München.

Jean-Marie Pfaff: "Er was veel interesse. Uit Spanje, uit Italië, en zelfs ook van Anderlecht. Er zijn gesprekken geweest, maar die liepen spaak. 'Gij wilt zoveel verdienen als onze topspeler Robby Rensenbrink, en dat is een Nederlandse international', zeiden ze. 'Awel, en ik ben een Belgische international', was mijn antwoord. Wat later had ik een akkoord met Bayern München. Een ongelooflijke transfer in die dagen."

Mexico 1986

Van het vertrouwde Waasland naar München, een Duitse wereldstad. Een hele aanpassing.

Jean-Marie Pfaff: "In het begin natuurlijk wel: een nieuwe club, een andere omgeving, een vreemde taal. Ook voor Carmen en onze drie dochters was het een hele verandering.We hadden heimwee naar onze familie en vrienden. Debby, onze oudste, was nog maar 7 jaar toen ze naar een internationale school moest. Maar uiteindelijk hebben we toch vrij snel onze draai gevonden in München.

Er waren veel 'kenners' die me uitlachten, toen het nieuws van de transfer bekend raakte. 'Gij staat binnen de drie maanden met uw koffers weer in Beveren', zeiden ze. 'Pfaff kan niet uittrappen, Pfaff kan geen ballen plukken.' Uiteindelijk heb ik toch zes succesvolle jaren meegemaakt in München. Ik speelde er met de beste Duitse spelers van mijn generatie: Breitner, Rummenigge, Augenthaler, Hoeness, Brehme, Matthäus, noem maar op. Ik werd driemaal kampioen van Duitsland, won tweemaal de beker en speelde de Europese finale voor Landskampioenen. Toch een hele eer."

Toch zal je naam voor altijd verbonden blijven met Mexico 1986, toen het kleine België de halve finales bereikte.

Jean-Marie Pfaff: "Een onvergetelijk tornooi. Geen enkel land heeft toen zolang op het speelveld gestaan als België: tegen de Russen, Spanje én Frankrijk speelden we telkens volledige verlengingen. 120 minuten per match, en dat tegen landen uit de toptien van de wereldranglijst.We hebben België toen echt op de kaart gezet. In Mexico zelf beseften we niet ten volle wat er zich precies allemaal aan het afspelen was op het thuisfront. Dat werd pas duidelijk toen we weer op Belgische bodem stonden. Onze ontvangst in Brussel was één van de mooiste momenten uit mijn carrière. Die rit naar het stadscentrum, de duizenden mensen op de Grote markt, ons bezoek aan de koning. Zoiets maak je maar één keer mee."

Jij was met voorsprong de populairste Rode Duivel, ook in het buitenland. De Mexicanen noemden je 'El Simpatico'.

Jean-Marie Pfaff: "Ik ben altijd mezelf gebleven. Iets wat blijkbaar niet altijd geapprecieerd werd. Toen ik in Mexico bepaalde grappen maakte, verklaarden sommigen 'Pfaff wil weer de show stelen.' Maar toen een bepaalde speler – ik ga geen namen noemen - vier jaar later in een Italiaanse luchthaven de kepie van een agent op zijn hoofd zette, dan klonk het: 'de sfeer zit er goed in bij de Rode Duivels'. Zo krijg je systematisch een bepaald imago opgeplakt.

Maar ik heb me dat allemaal nooit echt aangetrokken. Ik ben wie ik ben. En laat de mensen maar denken wat ze willen. Ik heb misschien een 'boerenverstand', maar wel een gezond verstand. Toen ik voor het eerst kraagreclame droeg op mijn hemd, werd daar ook hard om gelachen. Nu draagt iedereen zo'n hemden."

Was Mexico '86 achteraf gezien de mooiste herinnering uit je carrière?

Jean-Marie Pfaff en Dirk Van MechelenJean-Marie Pfaff: "Ik heb zoveel unieke momenten beleefd, dat het onmogelijk is om er één uit te kiezen. Ik heb vooral veel voldoening gehaald uit mijn persoonlijke trofeeën: de Gouden Schoen in de beginjaren bij Beveren, en mijn verkiezing tot beste doelman ter wereld in '87. Die prijs betekende voor mij de ultieme bekroning van een lange carrière, van een volgehouden inspanning. Ik heb keihard moeten werken om iets te bereiken. In het leven krijg je geen cadeaus, je moet het uiteindelijk allemaal zélf waarmaken. Maar als je lang genoeg volhoudt, word je daar altijd eerlijk voor beloond.

Geduld is een mooie deugd. Dat is ook iets wat ik de jeugd van vandaag wil bijbrengen. Het kan tegenwoordig niet rap genoeg gaan. Maar je kan de natuur niet forceren. Een carrière bouw je stap per stap uit. Dat is in de politiek niet anders. Dirk Van Mechelen is hiervan een schitterend voorbeeld. Ik ken Dirk al bijna dertig jaar. Net als ik begon hij destijds helemaal onderaan de ladder. Vandaag heeft Dirk, een zoon van een slager, het tot Vlaams minister geschopt.Visie en talent komen na verloop van tijd altijd bovendrijven."

Maar alleen lukt het ook niet. Is er iemand die een cruciale rol heeft gespeeld in je carrière?

Jean-Marie Pfaff: "Iedereen is belangrijk geweest, maar zonder mijn ouders en mijn vrouw zou mijn leven er helemaal anders hebben uitgezien. Op de meest moeilijke momenten kon ik altijd op mijn familie terugvallen. Voetbal is een mooie, maar soms ook keiharde sport. In totaal ben ik zo'n zes keer geopereerd geweest, o.a. aan de meniscus, een liesbreuk, de adductoren,... Bijna was ik er zelfs niet bij in Mexico. In de beslissende testwedstrijd tegen Nederland kwam ik zwaar in botsing met John Van Loen. Na een maandenlange revalidatie raakte ik maar nét op tijd paraat voor het WK. Die onzekerheid, dat telkens opnieuw terugkeren uit blessure, is psychologisch erg zwaar voor een speler. Op zo'n momenten worden je doorzettings- en incasseringsvermogen ernstig op de proef gesteld. En echt veel steun hoef je dan niet te verwachten. In het leven gaat het dikwijls zo: als je steun nodig hebt, krijg je 'm niet. En als je 'm niet nodig hebt, dan krijg je 'm gratis."

In tegenstelling tot veel van jouw collega's, ben je niet echt doorgegaan in het voetbalmilieu na je actieve loopbaan. Een bewuste keuze?

Jean-Marie Pfaff: "Een verdere carrière in het voetbal heeft me nooit geïnteresseerd. Ik had altijd gezegd: zolang de kinderen thuis zijn, stap ik zeker niet terug in het voetbal. Ik heb me daar altijd aan gehouden. Momenteel heb ik een UEFA-trainerslicentie op zak. Ik zou dus in principe een ploeg kunnen trainen. Maar ik vond het belangrijk om iets terug te doen voor mijn gezin. Zij hebben jarenlang paraat gestaan voor mij. Nu wil ik er voor hen, en de kleinkinderen zijn. Ik had ook helemaal geen angst voor het beruchte 'zwarte gat'. Ik hou me nog dagelijks met commerciële en sportopdrachten bezig, ik geef lezingen en motivatietraining, en natuurlijk is er onze tv-serie op VTM, De Pfaffs."

Jullie docusoap is intussen een gigantische hype geworden in Vlaanderen. Er zitten bijna constant camera- en geluidsmensen op jullie huid. Is er feitelijk nog enige vorm van privacy?

Jean-Marie Pfaff: "Wijzelf bepalen nog altijd waar de grens getrokken wordt. Als er iets is wat we absoluut niet in beeld willen, dan houden de makers daar rekening mee. Maar op de eerste plaats was het natuurlijk onze eigen keuze om mee te werken aan het programma. Na enkele jaren is iedereen zo gewend aan de aanwezigheid van een cameraploeg, dat je er zelfs niet meer bij stilstaat. Voor Dave, de man van Lindsey, was het wel even aanpassen. Hij kwam er als laatste bij, en was in het begin nog een beetje timide. Die 'drempelvrees' is nu helemaal weg.We zijn klaar voor nog enkele jaren 'De Pfaffs'. De reeks loopt nog minstens drie jaar verder.We zullen ons nog niet direct vervelen."

Tom Van Caelenberge

Christiane Thys (echtgenote van gewezen bondscoach Guy Thys):

"Guy wist heel goed hoe hij Jean-Marie moest aanpakken"

Guy ThysAls Jean-Marie Pfaff na het succesvolle WK in 1986 als nationale held werd gevierd, dan was dat niet in het minst te danken aan toenmalig bondscoach Guy Thys.

"Mijn man wist heel goed hoe hij Jean-Marie moest aanpakken," vertelt zijn weduwe Christiane. "Hij overtuigde Jean-Marie dat hij de beste doelman van de wereld was. Maar niet alleen Pfaff kende hij door en door: mijn man had met ál zijn spelers een goede relatie. En elke speler benaderde hij individueel op de manier die voor hen het beste was."

Casa Hogar

Mexico '86 is om nog een andere reden in het collectieve geheugen blijven hangen. Het was op de wereldbeker dat de plannen voor de Casa Hogar het licht zagen, het opvanghuis voor straatkinderen in Toluca.

Christiane Thys vertelt: "Telkens als mijn man en de spelers in Toluca naar de trainingen wandelden, werden ze sterk aangegrepen door de bedelende kinderen. Deze kinderen werden volledig aan hun lot overgelaten, sliepen buiten, hun ouders waren gedrogeerd,... Toen zijn de spelers naar mijn man toegestapt met de vraag of ze niets konden doen. Daarop hebben mijn man en de spelers besloten om elk 50.000 frank van hun wedstrijdpremies af te staan. Later heeft het Gemeentekrediet dat bedrag verdubbeld. De andere drijvende krachten achter dit prachtige initiatief waren bondsvoorzitter Louis Wouters en vooral delegatiehoofd Michel D'Hooghe."

Universiteit

"Met het geld werd een magnifiek opvangtehuis neergezet, waarin een dertigtal kinderen onderdak, voeding en onderwijs kon krijgen," vervolgt mevrouw Thys. "Na twintig jaar heeft de Casa Hogar zo al aan meer dan tweehonderd kansloze jongeren uitzicht gegeven op een betere toekomst. Er zijn intussen zelfs al enkele van hen naar de universiteit gegaan.

Een jaar na het WK zijn mijn man en de spelers nog eens teruggekeerd om het project met eigen ogen te gaan bekijken. Ze hebben ter plekke ook een benefietwedstrijd gespeeld. Nu nog zamelt men geld in voor de Casa Hogar: in september is er een groot feest in het casino van Middelkerke, dat elk jaar zo'n 40.000 euro opbrengt."

Michiel Loncke