75 jaar na 1e NIR-radiouitzending is populair medium levendiger dan ooit

Radio wordt volwassen

De geschiedenis van de radio in België leest als een spannende roman, gekruid met ingrediënten als koninklijke interesse, technologische snufjes en hoogstandjes, avonturen op zee, illegaal uitzenden, enz. Eén constante doorheen de voorbije decennia: de overheid heeft steeds getracht het vrije initiatief tevergeefs te beknotten. Pas de jongste jaren is Vlaanderen, onder impuls van minister Van Mechelen, erin geslaagd dit laatste staatsmonopolie van zich af te schudden. Een kranig oudje kreeg eindelijk de kans volwassen te worden.

In 1895 slaagt Gugliemo Marconi er als eerste in om morsetekens zowel uit te zenden als te ontvangen: de radio is geboren! De scheepsvaart beseft onmiddellijk dat deze nieuwe uitvinding vele levens zou kunnen redden en springt onmiddellijk op de kar. In België toont koning Leopold II bijzonder veel belangstelling voor deze draadloze techniek, want hij ziet er een middel in om via deze télégraphie sans fil te communiceren met zijn kolonie. De eerste technische proefopstellingen (1902) draaien uit op een flop uit. De eerste experimentele radiouitzendingen komen pas vlak voor WO I op gang, met de uitzending van een klassiek concert vanuit het Koninklijk Paleis in Laken.

Radiotoestellen zijn die eerste jaren ontzettend duur. De uitzendingen zijn dan ook een pure exclusiviteit voor de rijke burgers. In 1920 zijn er slechts 26 geregistreerde radiotoestellen in België. Vanaf de jaren ’20 komt de Belgische radiogeschiedenis in een stroomversnelling met de Société Belge Radio-électrique (SBR), die niet alleen zendapparatuur en betaalbaardere radiotoestellen produceert, maar vanaf 1923 ook start met dagelijkse uitzendingen in het Frans. Het programma bestaat voornamelijk uit lichte en klassieke muziek en wordt vanaf 1926 aangevuld met het gesproken dagblad.

In deze periode beginnen ook omroepverenigingen zoals Librado (liberale radio) met uitzendingen. Meestal zenden ze via Nederland uit in België. SBR wil via Radio-Belgique uiteindelijk zendtijd verkopen, maar de Vlamingen eisen ook Nederlandstalige uitzendingen. Om aan alle noden en eisen te voldoen, wordt in 1930 het Nationaal Instituut voor Radio-Omroep (NIR) – de voorloper van de huidige VRT – opgericht naar een Brits-Nederlands model. Naast eigen uitzendingen, verkoopt het NIR zendtijd aan ideologisch gekleurde omroepen volgens een wettelijk vastgestelde verdeelsleutel. Deze ‘uitzendingen door derden’ zijn tot op de dag van vandaag op de VRT-Radio te beluisteren na de nieuwsuitzending van 19u.

Eerste privé-zenders

Ondertussen duiken verschillende privé-zenders op. De Antwerpenaar Georges De Caluwé, die in de jaren '60 met het eerste radioschip Uilenspiegel zal uitpakken, geeft in 1926 al de eerste aanzet met ON4ED, in de volksmond beter bekend als Radio 't Kerksken. In de jaren '30 volgen ook Radio Kortrijk, Gent, en Hasselt. Na WO II wordt radio uitermate populair, en slorpt het NIR deze zenders op. Ze legt zo de basis voor het huidige Radio2-netwerk.

Het gecreëerde staatsmonopolie valt niet bij iedereen in de smaak. Doorheen de jaren wordt er een kat-en-muisspelletje gespeeld tussen overheid en verscheidene privé-initiatieven via zeeschepen en lokale radio’s. Vele radioamateurs zullen graag toegeven dat het clandestien uitzenden net het prettigste en meest avontuurlijke was aan het radiomaken.

Beducht voor populair massamedium

Maar één constante doorheen de radiogeschiedenis moet toch vastgesteld worden: de overheid was steeds beducht voor dit bijzonder populaire massamedium. Ze heeft altijd controle willen uitoefenen op de uitzendingen, die snel zouden kunnen afglijden naar propaganda. Niet voor niets wordt het Flageygebouw, waar het NIR gehuisvest was, onmiddellijk door de Duitse bezetter ingenomen en zendt de Belgische Regering reeds één dag na de ontruiming uit via een zender in Vorst.

Dit heeft er ook toe geleid dat de radio- en televisiewetgeving de feiten steeds achternaholde. Zo krijgen de lokale radio’s, die reeds in de jaren ‘70 volop aan het uitzenden waren, pas een wettelijk statuut in 1982 en mogen ze officieel pas reclame uitzenden vanaf 1985. Ook fenomenen als radioketen, zoals Contact, en kabelradio, zoals Flandria, worden pas postfactum wettelijk erkend.

Hoewel het televisiemonopolie al in 1989 tot het verleden behoort, moet Vlaanderen wachten totdat de liberale minister Dirk Van Mechelen in 2001 het nationale radiomonopolie wettelijk doorbreekt. Met de komst van Q-music en 4FM is er eindelijk vlotte nationale commerciële radio mogelijk. Sinds 2004 moet ook Radio2 rekening houden met provinciale concurrentie.

Een krasse bejaarde is eindelijk volwassen geworden! Met de opkomst van tv, internet en andere moderne media werd het einde van het radiotijdperk al enkele keren aangekondigd, maar we stellen vast dat het medium vandaag levendiger en succesvoller is dan ooit!

Philippe Heyvaert

75 jaar radio in vogelvlucht

  • 1895: Gugliemo Marconi slaagt erin morsetekens uit te zenden én te ontvangen.
  • 28 maart 1914: Eerste uitzending, concert vanuit het Koninklijk Paleis in Laken.
  • 1926: Journalist Theo Fleisman brengt het eerste ‘gesproken dagblad’.
  • 1930: Oprichting van het Nationaal Instituut voor Radio- Omroep (NIR/INR).
  • 1930: Eerste uitzending is een verslag van de voetbalwedstrijd België-Nederland.
  • 1940: Tijdens de oorlog zendt Radio Belgique-Radio België uit vanuit Londen en Congo.
  • 1953: Men verwacht dat televisie het radio-medium kapot zou maken. Niets is minder waar.
  • 1960: Het NIR wordt opgedoekt, BRT en RTB komen in de plaats.
  • 10 oktober 1962: Antwerps radiopioneer George De Caluwé zendt uit vanop het schip Uilenspiegel.
  • 18 december 1962: Anti-zeezenderwet drukt het vrije initiatief de kop in.
  • 1967: Eerste stereo-uitzendingen.
  • Jaren ‘70: Nieuwe zeezenders en de lokale radio duiken (illegaal) op.
  • 6 mei 1982: Lokale radio’s krijgen een wettelijk statuut.
  • 1985: Lokale radio’s mogen reclameboodschappen uitzenden.
  • 1989: Private commerciële televisie is met VTM een feit in Vlaanderen.
  • 27 maart 1991: Nieuw omroepdecreet dat de BRTN toelaat om ook radioreclame uit te zenden.
  • 16 april 1997: Het zogenaamde ‘maxidecreet’ vormt de BRTN om tot de nv VRT.
  • 1997: Eerste digitale radiouitzendingen. Kabelradio duikt via Luxemburg op in Vlaanderen.
  • Juli 1998: Kabelradio wordt wettelijk toegelaten. September 2000 • Dirk Van Mechelen maakt commerciële landelijke radio mogelijk.
  • Najaar 2001: Q-Music en 4FM gaan in de ether en gaan de concurrentie succesvol aan met de VRT-netten.
  • 2003: Nieuwe erkenningsronde voor de lokale radio. Een nieuw frequentieplan biedt ook ruimte aan commerciële provinciale radio en stadsradio.
  • 27 mei 2004: Nieuw frequentieplan treedt in voege. Provinciale radio’s, zoals Antwerpen1, worden de private concurrenten van Radio2.

Sven Ornelis (Q-Music, landelijke commerciële radio)

"Het succes van Q? Veel platen draaien zonder blabla ertussen"

Het Vlaamse radiolandschap maakte in de nog jonge 21ste eeuw al serieuze veranderingen door. Na de komst van de commerciële televisie werd de luisteraar opgezogen in de wereld van de landelijke commerciële radio. Wie beter dan één van de bekendste radio-dj’s kon ons hierover meer uitleg verschaffen? Een gesprek met Sven Ornelis, boegbeeld van Q-Music.

Uit recente cijfers van de CIM blijkt dat het marktaandeel van Q-Music gestegen is met 2%. Jullie hebben nu 14% marktaandeel. Hoe is dit succes te verklaren?

SVEN ORNELIS: "Eigenlijk is dit straf. De eerste twee jaren kwam Q-music maar traag op gang, maar stilaan zijn er meer en meer mensen beginnen luisteren en vandaag de dag leven we in een soort van hype. Onze succesformule? Veel muziek door de luidsprekers sturen, veel platen achter elkaar draaien zonder te veel bla bla ertussen. En ik denk ook dat het succes van onze grote acties – die steeds de hele dagprogrammatie doorkruisen – een groot deel van het succes met zich meebrengt."

Q-Music ging voor het eerst de ether in op 12 november 2001. Hoe hebben jullie dat beleefd?

SVEN ORNELIS: "Als échte pioniers. Ik denk ook dat dat net de sterkte is van ons team. We zijn allemaal in een project gestapt waarin we rotsvast geloofden. We hadden zelfs nog geen licentie toen we volop met de uitwerking van onze ideeën bezig waren. En nu, tijdens ons vijfde seizoen, krijgen we er zelfs een Nederlands broertje bij, Q-Music Nederland met als één van de hoofd-dj’s Jeroen Van Inkel."

In dezelfde periode zag ook 4FM het levenslicht. Zijn er vergelijkingen mogelijk tussen 4FM, Donna en Q-Music?

SVEN ORNELIS: "Uiteraard zijn we in zekere mate concurrenten van elkaar, aangezien we grotendeels hetzelfde publiek bespelen. De ochtendshow liep oorspronkelijk op Donna, wat niet wil zeggen dat we daar met slaande deuren buiten gegaan zijn. Iedere zender heeft uiteraard zijn eigen aanpak en manier van werken. Wij beseffen wel dat wij op een gegeven ogenblik geconfronteerd gaan worden met een stagnatie of zelfs daling van het aantal luisteraars. Maar we beseffen dat we niet op onze lauweren mogen rusten."

Zelf zette je je eerste stappen in radioland bij Radio 2, maar vele jonge opkomende talenten gaan eerst hun geluk beproeven bij de lokale radiostations. Vrees je niet dat de sterkte van de grote zenders fnuikend is voor de kleinere radiostations?"

SVEN ORNELIS: "Neen. Beiden hebben een eigen karakter. Ik ben van mening dat als de lokale radio’s zich ten volle toespitsen op het typisch lokale aspect van hun luisteraars, dat zij zeker voldoende bestaansrecht hebben. Het is pas wanneer zij zich de allure van een grote commerciële zender gaan aanmeten, dat de kans bestaat dat het misloopt. Ze moeten gewoon hun eigenheid behouden, focussen op het lokale. Zo blijven ze een ideale kweekvijver voor jong talent – Erwin Deckers startte zo zijn carrière – en dan blijven ze scoren bij het lokale publiek."

Uit studies blijkt dat de interesse in radio, met de opkomst van de moderne technologieën zoals Internet, tanende is...

SVEN ORNELIS: "Maar niet in Vlaanderen! Ik veronderstel dat dit te danken is aan het vrij traditionele karakter van de Vlaming. Het duurt soms lang voor hij de knop omdraait, maar eens hij verknocht is aan een zender, blijft hij ook hangen. Bovendien is Vlaanderen maar een klein landje. Wij kunnen met één zender het ganse Vlaamse oppervlak bereiken. Als we de vergelijking maken met Amerika bijvoorbeeld, dan stellen we vast dat daar veel meer stadszenders bestaan, waardoor er een grotere diversiteit ontstaat."

Mieke Van Aerde

Sandra Deakin (Antwerpen1, provinciale radio)

"De uitzending is mijn ruimteschip"

Radio-omroepster en ATV-gezicht Sandra Deakin verhuist van haar heilig huisje (VRT) naar de nieuwe en vooral charmante provinciale radiozender Antwerpen1. Om haar aan het werk te horen, stemmen we sinds kort af op frequentie 102.9 FM...

"... waar ik sinds 2004 achter de microfoon plaatsneem en naar hartelust mijn ding kan doen. De radiomicrobe houdt me stevig in haar greep maar dat bevalt me wel. Eens je gebeten bent, blijft het voor je leven lang bij je. Met radio ben ik al vanaf mijn dertiende bezig toen ik nog verhalen voorlas op Radio Montana. Vanuit het voormalig duivenkot maakten we onze piratenuitzendingen en in mijn studentenjaren (communicatiebeheer) kwam ik terecht op de havenradio. Van daaruit verhuisde ik naar Radio 2, Donna en nu zit ik bij Antwerpen1."

Radio en radio is twee

“Voor en tijdens mijn studies keek ik naar de VRT-radio als mijn heilige huisje. Als ik het daar zou kunnen maken, kon ik het (bijna) overal maken, leek me. Toen ik er dan aan de slag ging, zag ik al snel wat een sterke leerschool het daar was. Maar tegelijk merkte ik dat Radio veel méér was dan VRT alleen. Bijvoorbeeld, daar had ik technici om me bij te staan maar bij de provinciale radio moet je de klus zelf klaren. Provinciale radio maakt je daardoor veel creatiever, denk ik. Ik heb bij elke uitzending het gevoel dat ik met mijn ruimteschip vertrek en pas aan het einde weer land. Ik heb de touwtjes volledig zelf in handen. En dat is een zéér aangenaam gevoel."

It’s my drug!

"Ik moet met radio bezig zijn, anders word ik ziek. Door omstandigheden kon ik een jaar niet achter de micro en voelde ik me echt diep ongelukkig. Hoe dat komt? Radio is mijn familie; ik kan niet zonder. Wat me drijft? Ik hoop met radio voortdurend in contact met de mensen te staan. En dan probeer ik ze gelukkig te maken. Op die manier hoop ik dat ze me via de radio een stukje in hun hart sluiten.

Ik zou nog graag boeken inlezen. Vroeger las ik al boeken in op cd of cassette voor mensen met een visuele beperking. Op die manier kunnen ze hun favoriete boek beluisteren. Maar ook voor anderen zouden bibliotheken deze luister-boeken moeten aanbieden, vind ik. Het is een gat in de markt. Dan kan iedereen, op elk moment een boek ‘luisteren’.

Op radiogebied blijf ik met interesse de radiouitzendingen in de Verenigde Staten volgen omwille van hun andere aanpak. Maar vooral koester ik een stiekeme droom om ooit eens een BBC-show te hebben. Het Britse zit me in het bloed, mijn vader was een Brit, en ik ben een enorme fan van de Terry Wogan-show. De opgewektheid van zo een man blijft me alleen maar motiveren om met radio bezig te blijven.

Mijn leven speelt zich voor en achter de micro af en ik zou het op geen andere manier willen."

Philippe Henquet

Pol Soetewey (Contact, lokale radio)

De basis was lokale radio...

"Ooit werkten de meeste van de presentatoren van Q-Music, 4FM, en Donna bij een of andere lokale radio, die nota bene aan de basis liggen van deze stations. Het zijn die kleine radio-initiatieven die begin jaren ‘80 een verfrissing en vernieuwing brachten in het Belgische radiolandschap. Nageaapt, en nadien verguisd. Is dit hoofdstuk nu afgesloten? Toch niet. Er is nog toekomst voor die kleine radiootjes. Door samenwerkingsverbanden met andere lokale radio’s, verregaande informatisering en lokale aanwezigheid zullen zij hun luisteraars verdienen. Want wie kan de lokale bevolking beter en sneller informeren bij kleine rampen en verkeershinder, maar ook voor gemeentelijke nieuwtjes en informatie, cultuur en sport in de regio? Dat zijn hun roots, en daar moeten ze terug naar toe. Trouwens, waar gaat de volgende generatie Donna- en Q-presentatoren de radiostiel leren?"

Pol Soetewey, Radio Totaal - Radio Contact Noord-Antwerpen