December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Tweespraak: 60 jaar na de Holocaust
Dit jaar is het precies 60 jaar geleden dat er een einde kwam aan de Tweede Wereldoorlog. Om deze gruwel nooit meer te vergeten, werd eerder dit jaar in Jeruzalem het vernieuwde joods museum geopend en kreeg Berlijn eindelijk zijn herdenkingsmonument. Toch toonde onderzoek aan dat de helft van de Duitsers jonger dan 24 jaar de betekenis van de term ‘holocaust’ niet kent. Ook bij ons dreigt het gevaar dat de jodenvervolging voor jongeren zomaar een historisch feit zonder betekenis wordt. Moeten we ons hier zorgen over maken, of loopt het zo’n vaart niet?
Claude Marinower, Kamerlid en Lid van de raad van bestuur van het 'Joods Museum voor Deportatie en Verzet'

Ligt de jeugd tegenwoordig nog wakker van ons verleden, en meer in het bijzonder de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog?
"Wie zijn geschiedenis niet kent, is gedoemd ze opnieuw te beleven. De vraag is niet zozeer of jongeren al dan niet geïnteresseerd zijn in geschiedenis, maar wel of jongeren enige interesse betonen voor gruweldaden die zich in onze regio iets meer dan 60 jaar geleden afspeelden. Gruweldaden ingegeven door een uitroeiingsscenario voor een volk, bedacht door een zeer beschaafd Europees volk. Het is onaanvaardbaar dat in verschillende Antwerpse scholen groepjes allochtone jongeren het doceren van deze geschiedenis onmogelijk maken. Het is mijn overtuiging dat racisme en intolerantie voor een zeer groot stuk gebaseerd zijn op een manifest gebrek aan historische kennis en de instandhouding van incorrecte vooroordelen. Ik ben er dan ook van overtuigd dat het onderwijs hier een belangrijke rol kan spelen. Kennis van de geschiedenis moet er mee voor zorgen dat mensen begrip krijgen voor elkaar. Vooroordelen zijn te vaak te wijten aan onwetendheid. Het kan toch niet zijn dat joodse kinderen of ouderen in de 21e eeuw op straat aangevallen worden louter en alleen omwille van hun jood zijn? Hoe kunnen we van integratie spreken als mensen geweigerd worden voor een job louter en alleen omdat ze van Marokkaanse origine zijn?"
Op welke manieren kunnen we het besef bij de toekomstige generaties levendig houden?
"Een recent project in de Amsterdamse scholen heeft aangetoond dat Marokkaanse leerlingen positiever zijn gaan denken over joden nadat ze van Marokkaanse docenten lessen kregen over de Tweede Wereldoorlog. Onlangs bracht een gemengd gezelschap van joodse en allochtone studenten een bezoek aan het vernietigingskamp van Auschwitz.Waarom zou dit niet kunnen in België? Op mijn aandringen heeft minister Dupont, verantwoordelijk voor 'gelijke kansen', aangekondigd het educatief project 'Scholen voor de democratie' uit te werken. Dit initiatief behelst een globaal pedagogisch project met bijbehorende middelen en onder meer een bezoek aan het joods museum van deportatie en verzet te Mechelen, het Fort van Breendonk of, voor de laatstejaarstudenten secundair, Auschwitz. Persoonlijk heb ik reeds verschillende contacten gehad met leerkrachten die dit programmaonderdeel met hun klassen reeds willen uitvoeren."
Is het oprichten van monumenten en musea een goede manier om dit thema in de belangstelling te houden?
"Musea hebben zeker een bijzonder grote educatieve waarde. Zij moeten de bevolking tonen wat er zich in het verleden heeft afgespeeld, en waartoe racisme en meer bepaald antisemitisme kunnen leiden. Confrontatie met de gruwelijke realiteit is daarbij noodzakelijk. De doden hoeven geen herdenkingsplechtigheden. Zij zijn het niet die de levenden missen, het zijn de levenden die hen missen, twee of soms drie generaties die ten gevolge van een hallucinante politiek ontrukt werden aan het leven, aan hun familie en aan hun vrienden. Het thema moet in de belangstelling blijven, zoniet sterven de vele slachtoffers een tweede, misschien nog afschuwelijkere dood: vergeten worden door hun gelukkigere lotgenoten."
Toon Peeters, Voorzitter Unifac en Woordvoerder VUAS (Verenigde UA Studenten)

Ligt de jeugd tegenwoordig nog wakker van ons verleden, en meer in het bijzonder de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog?
"Interesse in de Tweede Wereldoorlog is nu zeker nog aanwezig onder de jongeren, des te meer natuurlijk omdat we grootouders hebben die deze oorlog nog hebben meegemaakt en ons kunnen boeien met hun verhaal van 'den oorlog'. Ook tijdens de lessen in het middelbaar onderwijs wordt hieraan aandacht geschonken maar misschien nog niet in voldoende mate." "Of de Tweede Wereldoorlog nog steeds grote belangstelling kan genieten over enkele decennia, is moeilijker om te zeggen. Wel is er nu zeer veel informatie beschikbaar die via verschillende media te bestuderen is.We kunnen natuurlijk hopen dat we zullen leren uit de fouten uit het verleden en dat de Tweede Wereldoorlog niet louter een feit zal worden in onze gedachten."
Op welke manieren kunnen we het besef bij de toekomstige generaties levendig houden?
"Een goede manier om de toekomstige generaties blijvend te herinneren aan de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog kan volgens mij gebeuren door er voldoende aandacht aan te besteden in het middelbaar onderwijs. Er zouden jaarlijks themalessen kunnen worden gegeven over de Wereldoorlog en liefst in een zo breed mogelijk kader zodat de lessen niet uitmonden in een uurtje feiten oprakelen. Daarnaast kan het meer dan nuttig zijn om jaarlijks een herdenkingsdag onder grote publieke belangstelling te brengen, opdat de toekomstige generaties de feiten nooit ofte nooit zouden vergeten."
Is het oprichten van monumenten en musea een goede manier om dit thema in de belangstelling te houden?
"Zulke zaken zijn uitermate goede ideeën om de gedachte levendig te houden. Dit vergroot de toegankelijkheid tot de gebeurtenissen des te meer. Zo kunnen we alleen maar een beter beeld krijgen van wat er zich tijdens die periodes heeft afgespeeld. Een herdenkingsmonument is natuurlijk een passief beeld, een museum wordt aangezien als iets actiever. Om de belangstelling op langere termijn te kunnen garanderen, zullen initiatieven aangeboden moeten worden die nog een actievere weerklank hebben. Hierin speelt de overheid een belangrijke en zelfs noodzakelijke rol. Het gaat daarbij trouwens niet alleen om het financiële aspect. De overheid kan ook een groter publiek aanspreken, zodat er meer en grotere interesse opgewekt wordt."

