December 2009

Inhoud
- Vooraf: Een vat vol uitdagingen
- Luc Coene, vice-gouverneur van de Nationale Bank
- Tuin: De introductie van cortenstaal
- Familiebedrijf Ivens levert wereldwijd
- Streekwijzer Wuustwezel
- In de kijker
- Het Dossier D: Dementie
- Christine Van Broeckhoven: 'leef nu, niet later'
- Vandaag lijden 163.000 Belgen aan dementie
- Leerkracht dementie Johan Van Oers
- Dementiecafes in Vlaanderen
- Ook Guido De Padt brengt dementie onder de aandacht
- Kooktip: Ossobucco alla Milanese
- Kirsten Nuyes, toptalent in wording
- Wegwijzer
- De trein der traagheid: voetbalstadions
- Hete communautaire hangijzers
- Puzzel
Vorige nummers
Lees ook de vorige nummers.
Germinal Beerschot-voorzitter Jos Verhaegen maakt zich op voor eerste Europese avontuur
"Wat in Brugge kan, moet ook in Antwerpen kunnen"
Na de legendarische Europacup II-finale op Wembley en de bekeravonturen van Germinal in de jaren '90, wordt Antwerpen opnieuw bevangen door de Europese voetbalkoorts. In augustus treedt bekerwinnaar Germinal Beerschot voor het eerst in haar prille bestaan aan in de tweede voorronde van het UEFA-cuptornooi. "Maar verwacht nu niet dat we meteen ook de Europabeker gaan winnen", zegt ere-voorzitter en hoofdaandeelhouder Jos Verhaegen (64), die destijds de successen aan elkaar reeg in het Ekerse Veltwijckpark. Nadien redde hij Beerschot tot tweemaal toe uit het drijfzand. In zijn gekende stijl. Met bescheiden charme, een begenadigde portie zakelijk instinct, en de beide voeten stevig op de opgespoten poldergrond. Een kennismaking met een 'grote meneer' uit de Antwerpse zaken- en voetbalwereld.
Woningbouw, immobiliën, keukens, badkamers, verwarming, hifi, tv, video,… Wie met de wagen Ekeren doorkruist, kan er niet naast kijken: Jos Verhaegen stampte de voorbije jaren een bijzonder succesvolle familiezaak uit de grond.
"In 1964 ben ik met een eigen zaak in sanitair begonnen. Feitelijk van de ene dag op de andere", verduidelijkt Jos. "Ik was 17 toen ik van school ging. Na enkele jaren stond ik voor de keuze: ofwel bleef ik werkman in een of ander bedrijf, ofwel werd ik zelfstandige. Ik koos voor het tweede. En van het een kwam het ander. Na een jaar telde het bedrijf 7 personeelsleden. Na vier jaar waren dat er al 100. Vandaag heb ik meer dan 300 mensen in dienst."
Wilmarsdonk
Jos Verhaegen groeide op in het polderplaatsje Wilmarsdonk, dat veertig jaar geleden onder het havenzand verdween. Noodgedwongen 'emigreerde' de familie Verhaegen naar het naburige Ekeren. Van het dorp rest nu enkel nog de kerktoren. "Ik kan nooit meer terug naar mijn 'roots', dat is zo, maar een reusachtige schok was het niet. We wisten al veel langer dat Wilmarsdonk moest verdwijnen. Net als Oorderen, Lillo en Oosterweel. Het was onafwendbaar geworden. Op het eind was er bijna niets meer. Er woonden nog amper een 300 mensen in het dorp. Ook het ouderlijke café moest wijken voor de haven. Gelukkig hebben we vrij snel onze draai gevonden in Ekeren."
250.000 frank
Waar vandaag een bos van containers het havenbeeld bepaalt, zette Jos zijn allereerste stappen in de voetballerij. De jeugdreeksen doorliep hij nog bij Wilmarsdonk, maar zijn technische spel zou niet lang onopgemerkt blijven. Er volgde een transfer naar 'den Antwerp'. Later verhuisde hij voor 250.000 oude Belgische frank naar aartsrivaal Beerschot. Een fenomenaal bedrag voor die tijd.
"Technisch kon ik vrij goed uit de voeten, dat wel. Ik speelde vooraan. Links, rechts, dat maakte niet uit. Toch heb ik niet het gevoel dat er een glansrijke profcarrière aan mij is voorbijgegaan. Ik had iets te weinig kracht. Of ze het bij Antwerp als verraad zagen dat ik nadien naar Beerschot ben getrokken? Nee, dat lag toen niet zo gevoelig als nu. Er heerste altijd al een gezonde rivaliteit, maar in die tijd hadden ze nog nooit van hooliganisme gehoord. Niemand maakte daar een punt van. Na mijn Beerschot-periode belandde ik bij OLSE Merksem, in tweede klasse. Het was in die periode dat ik met mijn zaak ben begonnen. Nadien werd ik nog twee jaar speler-trainer bij Germinal Ekeren, maar wegens tijdsgebrek was die situatie niet houdbaar."
Een dag in het park
In de beginjaren slorpte de uitbouw van zijn bedrijf alle kostbare tijd op. Heel het voetbalgebeuren belandde in de koelkast. Tot Jos op een dag nog eens naar een banaal partijtje voetbal ging kijken met zijn broer Albert.
"René Snelders speelde die dag met de bedrijfsploeg van RBP (Raffinerie Belge des Petroles) een wedstrijdje in het Veltwijckpark. Ik weet nog dat mijn broer zei: ‘Komaan Jos, zet het werk even uit uw hoofd. We gaan samen naar het voetbal kijken.’ Na afloop van de wedstrijd ben ik aan de praat geraakt met bestuursmensen van Germinal Ekeren. Ze zochten nog wat sponsoring. Je weet hoe dat gaat aan de toog: 'Jos, zoudt ge nog een keer iets kunnen doen voor de club?' Het minste wat ik kon doen, was truitjes schenken. Het jaar nadien speelde we al een reeks hoger. En de trein was vertrokken.” In recordtempo groeide Germinal Ekeren van bescheiden provincialer uit tot een gevestigde waarde in de Belgische hoogste klasse. De club mocht van Europees voetbal proeven, onder meer tegen het roemrijke Celtic Glasgow. Na twee verloren bekerfinales volgde de opperste beloning in 1997, toen Germinal na verlengingen (4-2) de cup pakte ten koste van het grote Anderlecht. Het zou het laatste grote wapenfeit worden van KFC Germinal Ekeren. Twee jaar later volgde de samensmelting met het failliete Beerschot.
Bosman-arrest
"Die fusie was een pure noodzaak. En niet alleen voor Beerschot", zegt Jos. "Vooreerst was er het probleem met ons stadion. De Raad van State had in 1998 geoordeeld dat er niet mocht worden gebouwd in het Veltwijckpark. Nochtans hadden we in '89 op wettelijke wijze een bouwvergunning verkregen voor onze tribunes. De keuze was dus heel simpel: ofwel gingen we terug in provinciale spelen, ofwel gingen we elders een fusie aan. Vooral vanuit politieke hoek drong men daar op aan. Hiernaast heeft - laten we dat vooral niet vergeten - ook het Bosman-arrest een grote invloed gehad. Een kleinere club als Germinal, met wekelijks twee- à drieduizend toeschouwers, leefde nagenoeg uitsluitend van de verkoop van spelers. Het arrest heeft heel dat transfersysteem omgegooid. Op een bepaald ogenblik moet je dan het gezonde verstand laten primeren, en ingrijpende beslissingen durven nemen."
'De slechterik'
De nieuwe fusieclub 'Germinal Beerschot Antwerpen' ging in '99 erg ambitieus uit de startblokken. Een tikkeltje té ambitieus, zo bleek. De professionele samenwerking met Ajax Amsterdam sloeg fikse bressen in de begroting. Jos' kritiek op de buitensporige uitgaven viel niet in de smaak bij de Nederlanders.Verhaegen was plots niet meer welkom.
"Sommigen wilden van GBA al meteen een soort 'FC Barcelona' maken. Als je over 1m50 kan springen, probeer dan eerst eens te mikken op 1m55, zou ik zeggen. Maar toch niet direct op 2m30. In het begin werd het geld bijna letterlijk door ramen en deuren gesmeten. Daar moest miserie van komen, dat kon zelfs het kleinste kind zien. De schulden stapelden zich zienderogen op. Ajax kwam haar beloftes altijd correct na, dat moet ik wel zeggen, maar de club kon niet verhinderen dat er op een bepaald moment een begrotingstekort van 150 miljoen was. Ik ben daar herhaaldelijk tegen ingegaan binnen het bestuur. Als je 100 frank hebt, moet je er geen 200 uitgegeven. Maar als je dat zegt, dan ben je natuurlijk de slechterik. Sommigen vinden mij misschien een gierigaard. Wel, ik noem dat gewoon 'voorzichtig zijn'. Ik ben niet iemand die graag tegen windmolens vecht. Liever één vogel in de hand, dan tien in de lucht."
Gezondste club
De bobo's van 't Kiel zagen Verhaegen als een rem op de steile ambities, en stemden hem weg. Een ondoordachte beslissing, waar ze later - met hangende pootjes - op zouden terugkomen. "Revanchegevoelens? Misschien wel een beetje, ja. Maar ik ben geen rancuneus persoon. Ik ben vooral blij dat we de schuldenberg hebben kunnen terugdringen. Weet je, ik ben op dit moment de gelukkigste mens in de hoogste klasse. Niet omdat we de bekerfinale hebben gehaald of Europees spelen, maar omdat we de gezondste club zijn. Dankzij de vele inspanningen die we de voorbije periode hebben gedaan. Er is geen enkele club in heel België waar er zo hard wordt gewerkt als bij ons. Dat durf ik hardop te zeggen. Ondanks alle problemen die er geweest zijn. Natuurlijk zijn er momenten waarop ik me afvraag: 'Waar ben ik in godsnaam mee bezig'. Maar ik ben geen opgever. Als iedereen zich die vraag zou stellen,wat blijft er dan nog over? Het is ook een stukje een microbe, hé. Ik doe dit deels voor mezelf, maar op de eerste plaats voor de club en de mensen. Ook als het eens wat minder goed gaat. Dat moet je erbij nemen. Het kan niet alle dagen feest zijn."
Werkkracht en klasse
Feest was het anders wel na de triomftocht in het Koning Boudewijnstadion in Brussel. Voor het eerst in zijn jonge geschiedenis won Germinal Beerschot de beker, en mag het naar Europa. “Een godsgeschenk”, vindt Verhaegen. “Met een beetje meeval kunnen we ons budget straks optrekken van 4 miljoen naar 6 miljoen euro. Dit schept financiële en sportieve mogelijkheden, maar we gaan zeker geen zotte dingen doen. Dromen mag. Moét zelfs. Als je in de sport niet de top wil bereiken, dan moet je er niet mee bezig zijn. Maar er is nog een verschil tussen ‘zweven’, en met de voetjes op de grond staan. Denk nu vooral niet dat we de UEFA-beker gaan winnen! Het kan goed zijn dat we in de eerste ronde naar Kazachstan of Oekraïne moeten. Als we er dan uitliggen gaan we geen winst, maar verlies maken. Zo’n fiasco moet je altijd incalculeren.” Vreugde en verdriet liggen sowieso dicht bij elkaar in het voetbal. Als Jurgen Cavens in de slotseconden van de return tegen Genk (kwartfinale) nipt naast trapt, praat niemand in Antwerpen over een ‘heropleving’. “In het leven hangt het dikwijls van zulke kleinigheden af, dat is zo. Maar het is niet enkel een kwestie van toeval. Geluk dwing je af. Je kunt eens pech hebben, maar geen dertig jaar lang. Op termijn geven werkkracht en klasse altijd de doorslag. Wie de werking van onze club kent, weet dat ons bekersucces niet zomaar uit de lucht komt vallen. Het is het resultaat van hard werken, dag in en dag uit. Op deze manier willen we blijven bouwen aan onze club."
Drie opties
Jos hoopt dat de huidige 'hype' eindelijk iets kan losweken in Antwerpen. "Wat in Brugge, Genk of Brussel kan, moet in onze stad ook mogelijk zijn. Ik vraag niet dat bedrijven of de overheid morgen miljoenen op tafel gooien. Als iedereen naar best vermogen zijn steentje bijdraagt, kunnen we hier ook al iets mooi realiseren. De potentie ís er. Kijk naar onze halve finale tegen Lokeren: het stadion was uitverkocht. Waarom kan dit niet bij élke thuismatch? Antwerpen heeft nood aan een echte topclub met internationale uitstraling. Eén topclub, géén twee.
In een stad met ongeveer 500.000 inwoners is er geen plaats voor twee grote ploegen. Noem mij eens een Europese stad met minder dan 1 miljoen mensen die twee topclubs heeft? Ik ken er geen. Ik blijf bij wat ik altijd gezegd heb, er zijn drie opties voor Antwerpen: ofwel is die topclub Germinal Beerschot, ofwel is die Antwerp, ofwel komt er een grote fusie. Een middenweg is er niet. Geloof me, ik weet waarover ik spreek.
Ik ben wel voorstander van een eventuele fusie, maar een Antwerpenaar heeft een speciale mentaliteit. Technisch is het gemakkelijk haalbaar, maar emotioneel is het water - blijkbaar - véél te diep."
Of ik de droom van een fusie heb opgeborgen? Daar lig ik echt niet wakker van. Ik heb feitelijk nog maar één grote droom in mijn leven, en dat is dat ik nog lang gelukkig mag zijn, samen met mijn familie. Mijn vrouw, mijn zoon, mijn dochter en schoonzoon (ex-voetballer Gunther Hofmans) werken allemaal mee in de zaak. Ik mag echt zeggen dat we een modelbedrijf vormen.We zijn ondertussen perfect op elkaar ingespeeld. Dat is ook nodig. Dagelijks zijn er wel 50 à 60 werven die we moeten opvolgen. Dat is de hartslag van ons bedrijf. Er wordt bijzonder hard, maar met veel plezier samengewerkt. Ook buiten het werk komen we ontzettend goed overeen. Geregeld gaan we met heel de familie eens gezellig uit eten. Dat zijn gelukkige momenten. Hoe lang ik op dit tempo nog wil doorgaan? Nog minstens twintig jaar, hoop ik. En als ik 85 ben, doe ik er nog eens tien jaar bij."
Tom Van Caelenberge

